De marsmannetjes leven

In grote trekken weten verreweg de meesten van ons waar de Oorlog der planeten, de Invasie van Mars over gaat. Niet wij aardmensen gaan naar de buren in de ruimte; ze komen bij ons, over het algemeen met slechte bedoelingen. Het genie van H.G.Wells bestaat onder andere hierin dat hij met zijn The War of the Worlds voor deze algemene wetenschap de grondslag heeft gelegd. Dat is nu een eeuw en een jaar geleden. Vanavond zendt de AVRO de film uit die in Hollywood in 1953 naar het boek is gemaakt.

Gelukkig is de openingszin van Wells bewaard gehandhaafd: ,,In de laatste jaren van de negentiende eeuw zou niemand hebben geloofd dat onze wereld gretig en nauwkeurig werd gadegeslagen door sterfelijke wezens met verstandelijke vermogens, groter dan die van de mens (...) en dat die wezens ons doen en laten bestudeerden zoals wij de bacteriën in een druppel water.'' Een prachtige zin en de beste samenvatting van de kosmische paranoia die aan zoveel sciencefiction ten grondslag ligt. Wij worden beloerd door wezens met een beter verstand, en ze hebben het slecht met ons voor. Na deze opening neemt Hollywood de macht over.

Op het gebied van de interplanetaire sciencefiction zijn we intussen aan gruwelijker toestanden gewend geraakt. Daarom is het al een verdienste dat deze film nog altijd veel van zijn spanning heeft bewaard. Maar bovendien is War of the Worlds nu ook een historisch document. De marsmannetjes landen in vliegende schotels die, vergeleken bij de ruimteschepen uit Star Wars, Startrek, de Alien-reeks, Starship Troopers, enz. eruitzien als astronautische T-Fords. En even gedateerd is de rol van de vrouw. Vergelijk de heldin van dit verhaal, Ann Robinson, met Sigourney Weaver in een Alien-film. Als de spanning stijgt, brengt Robinson warme chocolademelk rond, dan loopt ze in haar paniek de mannen voor de voeten en ten slotte laat ze zich redden door de held. In hetzelfde tijdsbestek heeft Weaver, zittend in een robot, de mannen gered door de vijand de ruimte in te gooien. Zo zijn er meer dingen historisch de moeite waard.

Bij Wells is de mens in wezen goed. Na de landing van de marswezens laat hij zonder verder na te denken weten, in vrede met de bezoekers te willen verkeren. Dit aanbod wordt met een verzengende straal afgewezen. Dan beginnen ze aan hun radicale etnische schoonmaak van de planeet. Legers en luchtmachten van de internationale gemeenschap worden gemobiliseerd, vergeefs. Stad na stad wordt met de grond gelijk gemaakt. Daarin volgt de film min of meer het boek; verstandig, want houden we het bij de simpele invasie uit Mars dan valt er aan het boek niets te verbeteren. Indertijd is de film bekroond met een Oscar voor de special effects. Daarmee zou je ook nu nog geen slecht figuur slaan – des te bewonderenswaardiger omdat er toen nog geen computers waren waarmee de illusie van grootscheepse vernietiging kon worden gewekt.

In het begin volgt de film van scène tot scène het radiospel waarmee Orson Welles op 30 oktober 1938 in Amerika paniek heeft veroorzaakt. Dan gaat het verhaal zijn Hollywoodse leven leiden. De ontknoping is weer van Wells, met dit verschil dat hij ons nog een kijkje in het inwendige van een vliegende schotel gunt, terwijl we het hier met een drievingerig handje van een dood marsmannetje moeten doen. Dat is jammer. Maar voor de rest: interessant blijft het.

War of the worlds (Byron Haskin, VS, 1953), zaterdag, Ned.1, 23.39-01.01u.