Crisis Balkan vraagt om `iets bijzonders'

De economische gevolgen van de Balkan-oorlog duren zeker tot eind dit jaar. En de benodigde hulp voor de landen rond Joegoslavië bedraagt een veelvoud van 2 miljard dollar.

De oorlogscrisis in de Balkan houdt dit weekeinde niet alleen de NAVO-top bezig. De kwestie staat ook bovenaan de agenda van de voorjaarsbijeenkomst van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en de Wereldbank. ,,Er is nu crisismanagement nodig. De staf van de Wereldbank is daar volledig van doordrongen'', zegt Pieter Stek, het Nederlandse bestuurslid van de Wereldbank.

Nederland speelt in de kwestie een speciale rol, omdat vijf van de getroffen Balkan-landen (Macedonië, Bosnië, Kroatië, Roemenië en Bulgarije) via Nederland in de besturen van IMF en Wereldbank zijn vertegenwoordigd.

Stafleden van IMF en Wereldbank hebben de afgelopen drie weken aan een rapport gewerkt, waarin de steun wordt becijferd die voor zes Balkan-landen (de vijf uit de Nederlandse kiesgroep plus Albanië) nodig is om te voorkomen dat hun economieën door de oorlogsactiviteiten in een crisis raken. Het geraamde bedrag is ruim 2 miljard dollar: 1,5 miljard dollar betalingsbalanssteun en 650 miljoen dollar begrotingssteun.

Volgens Christiaan Poortman, landen-directeur voor Bosnië bij de Wereldbank en verantwoordelijk voor het rapport, is dit echter niet meer dan een ,,eerste analyse''. In de analyse wordt er bovendien vanuit gegaan dat de crisis tot het eind van dit jaar duurt. Dat wil volgens Poortman niet zeggen dat de oorlog tot die tijd voortduurt, maar dat de negatieve economische gevolgen zich dan nog doen voelen. Betalingsbalanssteun moet voorkomen dat door wegvallende export de deviezenvoorraad te scherp daalt of de valuta onderuit gaat. ,,De landen moeten blijven importeren'', aldus Poortman. Budgettaire steun is voor met name Macedonië, Albanië en Bosnië nodig, als compensatie voor teruglopende overheidsinkomsten en extra uitgaven voor binnenlandse veiligheid, infrastructuur en sociale diensten.

Poortman onderstreept dat het als mimimaal noodzakelijk geraamde steunbedrag van ruim 2 miljard dollar gemakkelijk veel hoger kan uitvallen. Zo is een missie van het IMF momenteel in de Macedonische hoofdstad Skopje voor een nieuwe inventarisatie. De Nederlandse IMF-vertegenwoordiger, Onno de Beaufort Wijnholds, zegt dat Balkan-landen die Nederland vertegenwoordigt met hem al over veel grotere economische schade hebben gesproken. Hij wil geen specifieke bedragen noemen. Volgens Wereldbank-bestuurslid Stek zal de noodzakelijke betalingsbalans- en begrotingsteun voor de zes Balkan-landen een veelvoud van de nu genoemde 2 miljard dollar bedragen. Een niet onaanzienlijke schadepost is volgens hem ook de aantasting van het vertrouwen van investeerders in de regio, wat sterk negatieve gevolgen voor de economische groei heeft.

Voor Macedonië en Albanië moet de steun volgens Wijnholds wegens de grote problemen al binnen ,,enkele weken'' rond zijn. Hij gaat er in een eerste schatting vanuit dat een derde van de totale steun naar deze landen zal gaan. Macedonië is door de blokkade van de handelsroutes via Joegoslavië relatief het zwaarst getroffen. Voor het land stond voor 5 mei al een donorconferentie gepland, die nu volledig in het licht van het oorlogsconflict zal staan.

Stek zegt na een gesprek met de Macedonische ambassadeur dat voor Macedonië een door Joegoslavië beoogde ,,destabilisatie'' dreigt, indien de financiële steun er niet snel komt. Nederland bood onlangs 10 miljoen gulden en is bereid meer te doen.

Door de omvang van hun economie zal de steun voor Roemenië en Bulgarije in absolute bedragen het grootst zijn, ofschoon hun problemen relatief minder omvangrijk zijn. Hier gaat het voornamelijk om betalingsbalanssteun, omdat de handel door de blokkade van de Donau wordt belemmerd. Voor Kroatië is compensatie nodig door wegvallende inkomsten uit toerisme. De Beaufort en Stek wijzen er beiden op dat Roemenië en Bulgarije met IMF en Wereldbank overeengekomen hervormingsprogramma's hebben lopen in ruil voor kredietpakketten.

Stek onderstreept dat de extra financiële steun voor de Balkan landen ook is bedoeld om hen in staat te stellen hun economische hervormingsprogramma's te blijven uitvoeren. ,,De landen willen de hervormingen niet stoppen, alleen zijn ze nu moeilijker uit te voeren.''

De Wereldbank stelde onlangs al 90 miljoen dollar in vooruitzicht voor Albanië, Macedonie en Bosnië. Volgens De Beaufort zal echter een ,,flink gedeelte'' van de steun voor de Balkan-landen van bilaterale donoren moeten komen. Stek zegt uit gesprekken op te maken dat met name de VS ervan overtuigd zijn dat er voor de regio financieel ,,iets bijzonders'' moet gebeuren.