Berni

Voor de oude uitspanning aan de Scharitzkehlweide zit iedereen in grote vriendelijkheid bijeen. De sneeuw smelt weg in klaterende stroompjes, de vogels fluiten in de zon, een bol jongetje leert lopen.

Op deze lieflijke Obersalzberg beleefde het kleine meisje Berni N. de geschiedenis van haar leven. Van de talloze dagjesmensen bij de hekken van Hitlers lusthof had Berni geluk: ze mocht oom Hitler zelf een bosje bloemen geven. `Daarbij gaf ze haar lieve oom heel, heel veel lieve kusjes', aldus een nazi-verhaal voor de schooljeugd. Daarna mocht ze `met oom SS-man' mee naar binnen, ze kreeg aardbeien met slagroom, ze werd een geregelde gast, en er werden miljoenen propagandafoto's met haar frisse blonde kopje verspreid. In de archieven zijn haar briefjes bewaard gebleven: `Mijn lieve, lieve oom Hitler. Vandaag heb ik weer braafzijn-Pfennige voor je...' En dan is er opeens een notitie van Hitlers adjudant aan de kanselarij van de NSDAP: `Ik heb de Führer twee dagen geleden medegedeeld dat mevrouw N. eerstegraads halfjodin is, en haar dochter dus tweedegraads halfjodin...'

Van de plaats waar deze idylle zich afspeelde zijn slechts een paar brokken over: een hoekje van de garage, een paar dichtgemetselde bunkers. Het atelier van Speer is nog intact, en het zogenoemde `Adelaarsnest', hoog op de rots. Verder wil niemand er meer van horen. Alleen in de Scharitzkehl-uitspanning hangt naast de keuken nog een ingelijst ontruimingsbevel. De eerste zin: `Uw schrijven van 10-2-1940 zou slechts beantwoord kunnen worden door u naar het concentratiekamp Dachau te sturen.'