Asielbeleid in spagaat

DE HOOFDPIJNPORTEFEUILLE, zo wordt het werkterrein van staatssecretaris Cohen (Justitie) in het Haagse jargon genoemd. Dat is niet te veel gezegd over de combinatie jeugdbescherming, gevangeniswezen en vreemdelingenbeleid. Vooral dat laatste en dan in het bijzonder het asielvraagstuk. Zelf spreekt Cohen onderkoeld van de ,,spagaat'' van het asielbeleid: iedere maatregel roept zijn eigen contra-effecten op. Dit geeft politieke spanningen in de coalitie tussen VVD en PvdA. Zij werden het vorig jaar in het regeerakkoord eens over een stevige indikking van de procedures ter beheersing van de asielproblematiek. Maar er is van beide kanten fiks aan Cohen getrokken voordat hij deze week ten slotte het beloofde wetsvoorstel door het kabinet kon loodsen.

Een eind aan de spagaat maakt dit voorstel niet. Zo wordt de zogeheten bezwaarfase afgeschaft, de mogelijkheid van heroverweging van de eerste asielbeslissing. De bedoeling is dat er meer nadruk komt te liggen op de kwaliteit van die eerste beslissing. Dat is hard nodig. Maar in gewone zaken geldt de bezwaarfase nu juist als een nuttig filter om verdere beroepsprocedures te voorkomen. Wat is dan het nettoresultaat van afschaffing?

De voornaamste spagaat levert natuurlijk Kosovo. De pure omvang van deze humanitaire ramp zet het zorgvuldige besnoeiingsplan onder grote druk. Hoewel het niet met zoveel woorden wordt gezegd, is het uitgangspunt dat individuele behandeling van asielverzoeken in Nederland op de langere termijn slechts houdbaar is als primair vluchtelingen van binnen Europa worden opgevangen. ,,De kring waarvoor je verantwoordelijk bent'', zoals de VVD-kandidaat voor de Eerste Kamer Heleen Dupuis het eerder dit jaar kernachtig uitdrukte in het Schaduwkabinet van de NOS. Beleidsmakers noteren veelbetekenend dat tachtig procent van de asielaanvragen van buiten Europa komt.

KOSOVO ÍS EUROPA.

Maar ook daarvoor geldt de stelregel dat in de eerste plaats opvang in de directe regio dient te worden gezocht. Dat heeft niet alleen een praktische reden (directe opvang is veel goedkoper en doelmatiger dan transport) maar zeker in dit geval ook een politiek-strategische. De alliantie mag de etnische zuivering door Miloševic niet belonen met grootscheepse hervestiging van verdreven Kosovaren elders in Europa. Dit standpunt, dat binnen de Europese Unie vooral door Frankrijk en Groot-Brittannië wordt ingenomen, is vatbaar voor het verwijt dat het de staten van Europa ook wel gemakkelijk uitkomt: wel bombarderen maar niet zelf de consequenties van de vluchtelingenstroom dragen. Zo eenvoudig is het niet. Of we het nu aangenaam vinden of niet, de vluchtelingenstroom is onderdeel van de strijd. Druk vanuit de regio is een niet te verwaarlozen element van de politieke oplossing die uiteindelijk moet worden bereikt.

Ook de gematigde leiding van de Kosovaren zelf is niet onverdeeld gelukkig met uitdunning van de achterban door hervestiging elders in Europa. Veel van de verdrevenen willen, ondanks hun erbarmelijke omstandigheden, toch vooral in de buurt blijven in de hoop op terugkeer. Dit alles gezegd zijnde is een tijdelijke opvang van een aantal ontheemden elders in Europa om de druk op de nabuurlanden beheersbaar te houden, onvermijdelijk.

Nederland doet vanzelfsprekend mee. Maar het gaat slechts moeizaam. Dat wekt onbegrip na al die dagelijkse beelden van ontreddering op de televisie. Ook hier is echter een harde politieke factor in het spel. Nederland wil wel presteren maar alleen als alle Europese partners daadwerkelijk hun aandeel nemen. Dit standpunt heeft een opportunistisch kantje. Nederland heeft samen met Zwitserland de afgelopen tijd een onevenredig groot aandeel van de asielstroom te verwerken gekregen. Dat is niet zonder binnenlands-politieke gevolgen gebleven. Men kan zeggen dat deze verbleken tegenover de nood van de verdreven Kosovaren. Maar ook dat is te eenvoudig.

De Europese Commissie heeft enkele jaren geleden al een voorstel ingediend voor lastenverdeling bij humanitaire catastrofes. Zo vreemd was dat niet na Bosnië. Het belang van deze exercitie was vooral de nog altijd onderling zeer verdeelde Europese landen te helpen wennen aan wat meer onderlinge afstemming van hun asielbeleid. Kosovo is een proef op de som. De Europese Raad van ministers heeft relatief snel gesproken over het opnemen van honderdduizend ontheemden. Maar dat quotum was al gauw van tafel. Parijs en Londen voelen niet voor opname om Miloševic niet in de kaart te spelen. Maar sommige Europese partners hebben ook duidelijk geen trek in de eerlijke verdeelsleutel die een gezamenlijk quotumbesluit meebrengt.

HET IS WEER als vanouds ieder land voor zichzelf. Dat werpt een schaduw over het asielbeleid in Europa die verder reikt dan de Kosovo-crisis. Men is het er wel over eens dat het bij de opvang van Kosovaren in de eerste plaats om noodhulp gaat en niet om een echte asielstatus. De nieuwe vreemdelingenwet in Nederland bevat ook een tijdelijke regeling voor ontheemden. Toch vergroot Kosovo de politieke druk op de discussie over de nieuwe wet. Nederland heeft al eens eerder een ontheemdenregeling gehad, voor de Bosniërs, maar de speciale positie van deze categorie bleek op den duur niet te handhaven.

Alleen al uit capaciteitsoverwegingen is er zonder meer iets voor te zeggen de asielprocedure voor maximaal een jaar op te schorten bij een massale instroom van ontheemden. Zij worden dan wel veroordeeld tot een jaar van ledigheid. De nieuwe vreemdelingenwet van Cohen wil asielzoekers juist arbeid en scholing toestaan in afwachting van de eindbeslissing. Als deze afwijzend is moeten ze ook echt weg, al zijn ze hier intussen wellicht nog zo aardig aan de slag geraakt. Dat is minder ongerijmd dan het lijkt.

Het is ook niet in het belang van een daadkrachtig terugkeerbeleid wanneer vreemdelingen in de opvang zo gehospitaliseerd raken dat ze niet meer zijn te verwijderen. Maar een spagaat blijft ook de verhouding tussen inburgering en terugkeer wel.