We leven in het tijdperk van de volmaakte leugen

John le Carré werkte bij de Britse geheime dienst en ging over spionnen schrijven om het leven een beetje spannender te maken.

John le Carré is monter en hartelijk. Dat komt omdat hij weer een flinke tijd geen John le Carré hoeft te zijn. Straks reist hij oostwaarts onder zijn eigen naam David Cornwell; een onopvallende Engelsman op leeftijd, op zoek naar materiaal voor een nieuw boek. De afgelopen maand heeft hij wat voorlees- en signeersessies gegeven vanwege het verschijnen van Single & Single, een vitale post-Koude Oorlog thriller. "Ik wilde laten zien dat ik er nog ben. Het irriteerde me telkens te moeten lezen dat het afgelopen was met mijn schrijverschap. Ik las nog net niet mijn in memoriam in de kranten. Mijn vorige roman, The Tailor of Panama, kreeg goede kritieken, maar de tabloids in Engeland schreven dat ze geen boodschap hadden aan kleermakers in Panama. Ze wilden Smiley terug. Zoiets prikkelt me."

Hij popelt om weer aan het werk te gaan, zegt hij. Na zeventien romans is schrijven nog altijd een noodzaak. "Ik hoef niet meer te schrijven, ik ben een rijk man. Maar ik voel me ellendig wanneer ik niet aan een boek bezig ben. Ik ben nu bijna achtenzestig en zoals iedereen doe ik manmoedige pogingen om fit te blijven. Er is altijd de angst dat ik het boek niet zal kunnen afmaken. En ik wil niet, zoals Graham Greene heeft gedaan, aan het einde van mijn loopbaan eindeloos de laden van mijn bureau ruimen. Ik zou nu eigenlijk wel een autobiografie willen schrijven, maar zolang ik nog romans in me heb, vind ik het zonde om me met iets anders bezig te houden. Eerlijk gezegd voelt deze periode in mijn leven aan als mijn beste tijd. Als ik een schilder was geweest, zou je zeggen dat ik een vaste penseelvoering heb gekregen."

Zijn herinneringen trekken voortdurend aan hem, geeft hij toe. "Als ik terugkijk zie ik het kind, de spion en de schrijver. Ik wil ze bij elkaar brengen, laten zien hoe de een in de ander overging." Le Carré praat veel over zijn vader, de beroepsoplichter Ronald Cornwell, die zijn eigen bestaan en dat van zijn kinderen in een cocon van leugens spon. Zijn zoon vereeuwigde hem in A Perfect Spy, maar daarmee was zijn geest nog niet te ruste gelegd. Ook in Single & Single wordt het verhaal gedragen door een zoon die verscheurd wordt door gevoelens van loyaliteit en afschuw jegens zijn onbetrouwbare vader. Hij kwam op het idee tijdens het proces tegen de twee zonen van mediamagnaat Robert Maxwell. "Ik stelde me voor hoe het voor mij geweest zou zijn wanneer mijn eigen vader een oplichter van dat formaat geweest zou zijn. Wat als mijn vader een grote zaak gehad had en tegen mij had gezegd: 'kom erbij jongen'. Zou ik dat dan gedaan hebben? En als ik het gedaan had, zou er dan voor mij ook een moment van plotselinge inkeer gekomen zijn, zoals voor de zoon Oliver in mijn roman?"

Onderwereld

Le Carré lijkt zich erbij te hebben neergelegd dat zijn vader hem nooit zal loslaten. "Mijn zuster is actrice en een aantal jaren geleden speelde ze een rol in een Engelse film over de gebroeders Kray, de twee bloeddorstige gangsters die in de jaren vijftig en zestig een deel van Oost-Londen in handen hadden. Om zich voor te bereiden ging ze op bezoek bij hun moeder, de oude mevrouw Kray. Die liet haar trots de familie-albums zien, en daar stond mijn vader, met zijn arm om hun schouders. In mijn kindertijd was alles gelogen. En wat erger was, mijn vader gaf nooit toe dat hij alles verzon. Wij kinderen waren getuige hoe hij mensen bij ons thuis verhalen opdiste over land dat hij bezat in Zuid-Engeland en bouwprojecten waarvoor hij investeerders zocht. Of hij belde op en zei: 'ga eens even langs bij de oude meneer of mevrouw die- en-die en zeg dat het geld eraan komt'. Onze wereld bleef overeind bij de gratie van verzinsels. Ik werd naar Eton gestuurd. Het was een hartewens van mijn vader, maar ik zag het als een vermomming. Mijn aanwezigheid daar was de zoveelste leugen."

Le Carr&eacute ;begon te schrijven in de vroege jaren zestig, toen hij werkte voor de Britse geheime dienst, M15. "Ik maakte deel uit van die grote schaduwwereld die de Koude Oorlog met zich meebracht. Ik zat in M15 op het moment dat de grote heksenjacht begon, toen we uit Washington te horen kregen dat onze veiligheidsdienst tot in de hoogste regionen door Moskou was geinfiltreerd."

Dat bleek waar te zijn: uiteindelijk werden de spionnen Philby, Burgess en Maclean ontmaskerd. "Als klein radertje in het geheel was ik getuige van de claustrofobische sfeer, de alomtegenwoordige argwaan. Ik was als het kind dat voelt dat alles misgaat in de wereld van de volwassenen, zonder dat hij precies weet wat er aan de hand is. Het schrijven was voor mij een geheime bezigheid. Ik schreef in de trein naar mijn werk, tijdens het lunchuur, in kleine notitieblokjes. Aan mijn meerderen moest ik toestemming vragen om te publiceren. Door mijn pseudoniem wist tot mijn derde boek niemand dat ik schreef."

Zijn eerste twee boeken waren nog degelijke detectives met de bedachtzaam voortploeterende vaderfiguur George Smiley in de hoofdrol. "Ik ben gaan schrijven om een vreselijk saai bestaan op te fleuren. We gingen weliswaar met geheim materiaal om, hielden er onorthodoxe methoden op na, maar het bleef toch kantoorwerk. Wanneer je een paar keer een geheim agent gedebriefed hebt, wordt ook dat een sleur. Je leert letten op de kleine overdrijvingen in zijn verhaal, omdat hij bijvoorbeeld meer geld wil hebben, je bestudeert telefoonrekeningen van anderen, je leest hun post. Ik was blij dat ik personages kon scheppen die iets over de wereld te zeggen hadden, anders dan de grijze mannen om mij heen. Je kunt zeggen dat ik ontsnapte in een verzonnen versie van mijn eigen wereld. Schrijven maakte voor mij het leven de moeite waard."

Paranoia

In zijn derde roman, de spionagethriller The Spy Who Came in From the Cold, vielen de angstige binnenwereld van Le Carré en de claustrofobische buitenwereld volmaakt samen. Alle thema's die de schrijver in zijn latere boeken zou uitwerken, zijn al aanwezig in dit vroege werk; de held die zijn eigen persoonlijkheid moet afleggen en bestuurd wordt door anderen, de sfeer van ongeremde paranoia, het pragmatische cynisme van de machthebbers. De wereld mist een morele kern. Trouw is een woord zonder betekenis. De mensen die je het meest vertrouwt, zijn de mensen die je verraden. De liefde kost je je leven.

Le Carré: "Leamas in The Spy Who Came in From the Cold denkt dat hij de waarheid kent, maar alles blijkt steeds opnieuw een leugen. Zo zag ik mijn eigen leven ook. Mijn eerste huwelijk ging kapot en ik moest mijn kinderen vertellen dat het afgelopen was met ons gezin, dat alles wat ik hun over de toekomst had voorgeschoteld onwaar was geweest. Een doodgewoon verhaal, maar mij bracht het aan de rand van de afgrond."

Mij lijkt dat het belangrijkste thema van Le Carré: hoe de menselijke fantasie, de verbeelding, het leven draaglijk maakt, tijdelijk ontsnapping biedt, maar ook destructief kan zijn wanneer ze in aanraking komt met de realiteit. "Het is een afweermechanisme. Het scheppen van een wereld waarin je kunt overleven. De kleermaker Harry Pendel in The Tailor of Panama begaat, zou je kunnen zeggen, de zonde van de creativiteit. Hij is een arme, kleine kunstenaar die overleeft door informatie te verzinnen voor zijn baas bij de geheime dienst en vervolgens keihard op zijn verzinsels wordt afgerekend. Dat fascineert me al mijn leven lang, de destructieve kracht van de artistieke blik. Wij leven inmiddels in het tijdperk van de volmaakte leugen. Toen ik Clinton op televisie zag ontkennen dat hij een verhouding met Lewinsky had, wist ik dat hij loog. Maar toen het uitkwam, bleef hij met een stalen gezicht volhouden dat gepijpt worden geen seksuele relatie inhield! Het is ook verbazingwekkend hoe snel de media meegaan in de ingenieuze leugens die ons tegenwoordig worden opgedist. Laten we eerlijk zijn, we weten niets over de oorlog die op dit moment aan de gang is. We krijgen het scenario zoals dat door de NAVO wordt geschreven. Uiteindelijk zal blijken dat we voorgelogen zijn, heel professioneel, en dat de pers erin getrapt is. Aan de andere kant is het heel erg moeilijk deel uit te maken van onze maatschappij zonder de leugens te accepteren."

Plaksnor

Het kenmerk van de spionnen in het werk van Le Carré is dat ze zichzelf moeten spelen. Voor hen geen aangeplakte snorren, uitzinnige aliassen en aangeleerde accenten. "Een uitdrukking die in mijn boeken terugkomt: je moet gewoon jezelf zijn, alleen een beetje meer. Dat zegt Osnard tegen Pendel in The Tailor of Panama, Joseph tegen Charlie in The Little Drummer Girl. Vanaf dat ogenblik krijgen mijn personages geheime vleugels, ze hebben een missie. Er zit iets bijna religieus in hun verhouding met degene die hen bestuurt. Waar de wereld ons toe uitnodigt, is dat we onszelf spelen op een groter podium. Dat maakt ons zo kwetsbaar, doet ons ons morele besef loslaten. We leveren ons aan onze meerderen uit: nu je aan mij toebehoort, doe je wat ik je zeg. Zo zag mijn jeugd eruit, en zo ging ik zelf later met anderen om. Ik denk dat mijn boeken populair zijn omdat de lezers er hun eigen verhouding tot de buitenwereld in herkennen. Ze werken bij een bedrijf of op een kantoor en ze weten niet hoe er over hen gedacht wordt, of ze gepromoveerd zullen worden of ontslagen, ze proberen het van de gezichten van hun chefs af te lezen, maar ze moeten blijven gissen. We leven allemaal zo."

Le Carré benadrukt dat die thematiek de val van de Muur heeft overleefd. "Mijn schrijverschap was nauw met de Koude Oorlog verbonden. Men wilde de meesterspion Smiley uit Tinker, Tailor, Soldier, Spy eindeloos op herhaling. Toen ik Smiley's People geschreven had, dacht ik, afgelopen, klaar. Toen schreef ik toch nog A Perfect Spy, een zwarte komedie over de Koude Oorlog, en daarna nog The Secret Pilgrim, een bloemlezing verhalen over het spionnenbestaan. Na de val van de Muur had ik gerust een andere oorlog kunnen opzoeken, er is altijd materiaal voor spionageromans te vinden. Maar ik besloot mijn thema's zo abstract mogelijk te maken, zonder mijn lezers van me te vervreemden. Mijn behoefte aan een groot publiek beschouw ik niet langer als schandelijk. Ik heb me in het verleden wel schuldig gevoeld tegenover beroemde schrijvers die van ieder nieuw boek maar een paar duizend exemplaren verkochten. Maar naarmate ik ouder word, of ijdeler, verandert dat. Wanneer je als schrijver een universele snaar raakt bij de lezer, hoef je daar niet beschaamd over te doen."

Le Carré is geen milde schrijver geworden. De beklemming van de Koude Oorlog is verdwenen, maar er zit veel woede in zijn laatste boeken; woede over de wereldwijde hebzucht die de zogenaamde nieuwe wereldorde in zijn greep houdt, over het cynisme van de Westerse politici, over de commerciële leugenachtigheid van de media. De grootste diplomatieke misdaad van de eeuw noemt hij de wijze waarop het Westen Rusland na het einde van de Koude Oorlog aan zijn lot heeft overgelaten, met alle desastreuze gevolgen van dien. Zijn verontwaardiging over het egoïsme van de overwinnaars is de motor achter het verhaal van Single & Single, waarin een prestigieus Londens bankiershuis de malafide vuile handel van de Georgische mafia in olie, oude metalen en donorbloed met veel sjiek vertoon witwast.

"Grootmoedigheid is een essentieel onderdeel van de overwinning. Er had een Marshallplan voor Rusland moeten komen, er had veel meer zorg moeten zijn voor Ruslands welvaren. Rusland is bewust vernederd, door voormalige Oostbloklanden bij de NAVO te betrekken zonder de voormalige wereldmacht erin te kennen. We konden wel een altruistische oorlog voeren, maar kennelijk geen altruistische vrede bewaren. Alles richt zich, vooral in Amerika, op de economie. Een man als John F. Kennedy, met al zijn tekortkomingen, zou naar Rusland op vredesmissie gegaan zijn. Met het einde van de strijd tegen het communisme verdween ook het laatste restje hypocrisie. De hebzucht is nu openlijk de god van het Westen geworden."

Grote broer

Voor Single & Single reisde Le Carré uitvoerig door Georgië. "Meestal vertrek ik zonder precies te weten waarnaar ik op zoek ben. Het enige wat ik heb is een personage. Ik leer tijdens mijn research als het ware door zijn of haar ogen kijken. Voor Single & Single had ik eerst alleen die relatie tussen de vader en zoon in mijn hoofd. Die wilde ik verbinden met de huidige toestand in de voormalige Sovjet-Unie. Ik wist dat Georgië een romantische plaats was in de Russische verbeelding. Ter plekke raakte ik gefascineerd door de ambivalentie van Georgiërs. Rusland is de grote broer die al zijn beloften heeft verbroken en die ze tegelijkertijd nodig hebben om hen te beschermen tegen de islamitische landen als Turkije, Iran. Georgië werd voor mij een metafoor voor de huidige verloedering, de chaos en georganiseerde anarchie. Tegelijkertijd trof me hun immense liefde voor hun landschap. Uit al die elementen komt vanzelf een verhaal te voorschijn."

Hij wil als schrijver in de wereld staan, zegt hij. "Ik wil hartstochtelijk graag de geschiedenis op z'n staart trappen. Kenners van het werk van Dostojevski beweren dat ze grote delen van zijn werk vrij exact kunnen dateren aan de hand van de actuele gebeurtenissen in St. Petersburg die hij erin verwerkte. In een schrijver als hij bewonder ik de manier waarop hij werkelijke gebeurtenissen gebruikt, en anderzijds de morele inzet van zijn werk, zijn persoonlijke obsessies met zonde en schuld. Natuurlijk loop ik het gevaar dat sommige van mijn boeken snel gedateerd raken. The Russia House leest nu als een heel sentimenteel boek. Waar ik gelijk in had, was dat de Koude Oorlog definitief voorbij was en dat de Amerikanen de situatie verkeerd inschatten. Maar ik had verwacht dat het hele proces zich in gradaties zou voltrekken, dat Gorbatsjov langzaam tot een goedaardig socialisme zou komen. Ik had geen idee van de ieder-voor-zich maatschappij die daar nu is ontstaan."

Behalve van zijn nieuwe liefde voor de voormalige Sovjet-Unie, die hij in 1987 met wederzijds goedvinden van de Britse en Russische geheime dienst voor het eerst bezocht, zijn Le Carré's boeken doortrokken van een obsessieve haat-liefde verhouding tot Engeland. Zijn Engeland is het Engeland van de loffelijke humanistische idealen en de verhullende hypocrisie, de eerbiedwaardige tradities en het verstikkende decorum, van de oneindige, verfijnde taalnuances en de cynische retoriek. De schrijver zucht wanneer de naam van zijn geboorteland valt. "Ik moet in Engeland leven. Ik ken de taal, ik weet de weg in de sociale jungle, maar tegelijkertijd vind ik het daar verschrikkelijk. Toen ik naar Eton ging, was Labour aan de macht en ons werd gezegd, de kans is groot dat je hier je schooltijd niet zult afmaken, alles gaat veranderen. Dat we nu nog steeds een monarchie zouden hebben, met de koningin aan het hoofd van de Anglicaanse kerk, en nog steeds een House of Lords, had ik toen ondenkbaar gevonden. Ik vind dat Engeland al veel te lang op een vreedzame revolutie wacht. Toen Simon Wiesenthal gevraagd werd waarom hij in Wenen bleef wonen, antwoordde hij: als je de ziekte wil bestuderen, moet je in het moeras wonen. Zo kijk ik naar Engeland."

John Le Carré: Single & Single.

Uitgeverij Hodder & Stoughton, 336 blz. prijs: ƒ 44,95.

Nederlandse vertaling Single & Single. Uitgeverij: Luitingh-Sijthoff, prijs: ƒ37,50.