Wachtlijst in regio Utrecht is het langst

Zieke werknemers in Utrecht en omgeving die naar ziekenhuis of Riagg waren verwezen, moeten in Nederland het langst wachten voordat zij er terechtkunnen. Vorig jaar was dat gemiddeld 45 dagen. Dit is veel langer dan in omringende regio's als Haaglanden (19 dagen), zuidelijk Noord-Holland (22 dagen) of Rijnmond (27 dagen). Zuidoost-Brabant is de regio met de kortste wachttijd: zo'n 16 dagen. Gemiddeld moesten werknemers in Nederland bijna 28 dagen wachten voor zij bij een medisch specialist terecht konden. In 1993 was dat nog 24 dagen.

In totaal moest een zieke werknemer 54 dagen (in 1993 37 dagen) `onnodig' wachten voordat hij door het hele medisch circuit heen was. Dat kostte in 1998 zo'n achthonderd miljoen gulden aan ziekengeld, zo blijkt uit het onderzoek dat Research Consult deed voor Zorgverzekeraars Nederland (ZN) en ZorgOnderzoek Nederland (ZON).

Van die 54 wachtdagen is volgens de onderzoekers een deel onvermijdelijk om bijvoorbeeld de agenda van de specialist te kunnen indelen en het gebruik van de operatiekamers te kunnen plannen. Maar dan blijven er nog zeker veertig onnodige wachtdagen over waarvoor in totaal zo'n zeshonderd miljoen gulden aan ziekengeld werd uitbetaald, zo rekenen de onderzoekers voor.

Het onderzoek past in de aanpak van het vorig jaar gevormde platform waarin zorgverleners, verzekeraars, VNO-NCW en vakbonden samenwerken om wachttijden in ziekenhuizen en bij Riaggs te verkorten. Het onderzoek is gebaseerd op de informatie die 66 bedrijfsartsen, verbonden aan vier grote Arbodiensten, hebben verzameld.

De onderzoekers signaleren ook aanzienlijke verschillen tussen de voor zieke werknemers belangrijkste specialismen. Zo is de wachttijd bij de internist nog geen 19 dagen en die voor de orthopeed 34. Ook zijn er ook grote verschillen in de verdeling van de totale wachttijd. Zo gaat bij de psychiater een kwart van de wachttijd op aan wachten op de diagnose, bij de neuroloog kost dat 70 procent van de totale wachttijd. Bij de psychiater gaat daarentegen 56 procent van de wachttijd op aan wachten op het begin van de poliklinische behandeling, bij de orthopeed kost het wachten op de (poliklinische) behandeling 42 procent van de wachttijd en bij de chirurg wordt bijna een derde van de totale wachttijd besteed aan het wachten op de nacontrole.