Vrouw van smarten

Een hert, een vrouwtje, wordt geraakt door een regen van pijlen. Ze wankelt en uit haar mooie hals gutst bloed. Christa Wolf beschrijft dit in haar tekst `Verwundet' en kijkt intussen naar een schilderij van Frida Kahlo, de kunstenares die letterlijk werd doorboord. Bij een ongeval, maar daar gaat het Wolf niet om. Voor haar is Frida het hert en het hert is ook Christa Wolf. Heeft men haar niet evengoed opgejaagd, achtervolgd en met giftige pijlen geraakt? De wonden van Wolf zitten diep.

In 1990 rekenden de West-Duitse media haar af op haar boekje Was bleibt. Dat de beroemdste schrijfster van de DDR zichzelf na het ineenstorten van de DDR als slachtoffer van de DDR portretteerde, en wel van de gevreesde Staatssicherheitsdienst, dat vonden deze media laf en niet erg geloofwaardig. En toen in 1993 bleek dat Wolf medewerkster van de Staatssicherheitsdienst was geweest, bleef er van haar eens zo grote morele gezag helemaal weinig overeind. Haar rol in Duitsland leek uitgespeeld. Ze vertrok naar de Verenigde Staten, waar nog wèl interesse voor haar bestond. En wij in Europa maar wachten op haar antwoord, haar apologie, haar kritische zelfonderzoek.

Haar verstrikking, als jong meisje, in de nazi-dictatuur legde Wolf onder de loep in de roman Kindheitsmuster. Maar over haar verstrikking in de DDR-dictatuur moet de roman nog komen. Een roman althans die zich met de diepgang en precisie, de schoonheid en genadeloosheid van Kindheitsmuster kan meten. Medea kon dat niet. Medea uit 1996 was een opgeblazen klaagzang over een nobele vrouw uit het Oosten, zo iemand dus als de auteur, die aan de schandpaal werd genageld door het leugenachtige Westen. En Wolfs nieuwe boek Hierzulande Andernorts is geen roman maar een losse verzameling teksten. Gelegenheidswerkjes, restantjes, ontstaan tussen 1994 en nu: lofredes, grafredes, bewerkte dagboeknotities. Gebundeld en mooi gekaft ter gelegenheid van Christa's zeventigste verjaardag. `Verwundet' is een van die restantjes en ook de meeste andere gaan over kunstenaars. Verwante zielen: helden.

Die zich inzetten voor een leefbare DDR (Wolf over haar collega Franz Fühmann); die het opnemen voor de kwetsbaren (Wolf over Heinrich Böll); die zich droefheid permitteren maar geen berusting (Wolf over de Russische schrijver Lev Kopelev). Charlotte Wolff, een psychotherapeute, krijgt niet alleen een plaats in Christa's eregalerij wegens haar vertrouwde achternaam maar ook omdat zij joods was, door Duitsland uitgekotst. Alle goede mensen worden door Duitsland uitgekotst, suggereert Christa Wolf, en in de teksten over haar verblijf in Californië citeert zij een Duitser die daar ook als balling leven moest: de grote Thomas Mann.

Zo omringt Wolf zich met grote, goede mensen, met strijders tegen `de leegte, de stagnatie, de verlamming, de moorddadige verveling, de hebzucht, het holle machtsstreven' van hun land, hun wereld, hun tijd. Dankzij deze goeien heeft Christa overleefd; aan hun gevoeligheid en openheid en pijn trekt zij zich op wanneer ze zelf pijn heeft, en dat is vaak het geval. De DDR, de Bondsrepubliek, de Verenigde Staten: nergens, behalve dan bij haar vrienden, voelt Christa Wolf zich thuis. En als ze een van de door haar besproken kunstenaressen een Vrouw van Smarten noemt heeft zij het over zichzelf. Een pathos dat ze probeert te doorbreken met luchtiger teksten, zoals het door road movies geïnspireerde verslag van een excursie naar de Californische woestijn.

Soms waagt ze zich aan een vormexperiment: `Pels in de mondholte/ gewichten op de ledematen, vertraagde bewegingen/ MAAR WE HEBBEN HELEMAAL GEEN HAAST'. `Im Stein' is de monoloog van een patiënte die door een plaatselijke narcose de pijn op een haast afstandelijke manier registreert. Hier, in de gedaante van een vrij rondzwevende geest, bereikt Christa Wolf die nauwkeurigheid die in de rest van de bundel zo pijnlijk zichtbaar ontbreekt.

Christa Wolf: Hierzulande Andernorts. Luchterhand, 223 blz. ƒ51,-