VEB toegelaten tot Gucci-zaak

Ook de kleine Franse en Nederlandse aandeelhouders mogen zich roeren in de rechtszaak van het Franse mode- en champagnehuis LVMH tegen het Italiaanse modehuis Gucci. De Vereniging van Effectenbezitters (VEB) en de Franse Adam, met als bekende voorvechtster Colette Neuville, zijn gisteren toegelaten als belanghebbenden in de strijd die de twee ondernemingen uitvechten voor de Ondernemingskamer van het Amsterdamse Hof.

Beide belangenverenigingen bestrijden de rechtsgeldigheid van een emissie van 39 miljoen nieuwe aandelen door Gucci, die voor 6 miljard gulden aan het Franse detailhandelconcern PPR zijn verkocht. Gucci beschermde zich daarmee in praktijk tegen een vijandige overname door LVMH. LVMH, zelf eigenaar van Gucci-concurrent Louis Vuitton, had een belang van 34 procent in Gucci opgebouwd. Door de emissie is zowel het belang van LVMH als het belang van kleinde aandeelhouders verwaterd.

Volgens de VEB had het bestuur (bestuursleden en commissarissen) van Gucci wel het recht om nieuwe aandelen uit te geven, al was dat verleend voor de beursgang, maar mocht het bestuur die bevoegdheid niet gebruiken als een beschermingsconstructie. Ook LVMH wil dat die emissie ongedaan wordt gemaakt en eist verder onder meer een enquête door het Hof naar de handelingen van het bestuur van Gucci. De Italianen verzetten zich tegen zo'n onderzoek dat ,,de bedrijfsvoering plat zou leggen'', aldus de advocaat van Gucci.

Gucci staat genoteerd aan de beurzen in Amsterdam en New York en is statutair gevestigd in Nederland, vandaar dat de rechtszaak in Nederland plaatsvindt. Het was gisteren de derde zittingsdag. Op 3 juni doet de rechter uitspraak. Dinsdag spreekt hij zich uit over een voorlopige voorziening.

Gisteren moesten beide concerns verslag doen van de onderhandelingen die zij afgelopen maand, op last van de rechter, hadden gevoerd om zelf tot een oplossing te komen. Beide partijen beweerden dat de andere kant niet serieus wilde onderhandelen. Gucci kwam met de verkoop van een groot belang aan PPR - inclusief een meerderheid voor PPR in een belangrijke subcommissie van de nieuwe raad van commissarissen - op een moment dat LVMH juist wilde plaatsnemen aan de onderhandelingstafel. En LVMH kwam met een bod dat Gucci op 16 miljard gulden taxeerde, maar verbondt daar volgens de Italianen voorwaarden aan die voor Gucci onacceptabel waren.