The Quiet Room

Hulpbehoevenden zijn overgeleverd aan een onredelijke en onbarmhartige wereld. Dat is in elk geval een conclusie die je kunt trekken op grond van het nog bescheiden oeuvre van het eigenzinnige filmtalent Rolf de Heer, de op acht-jarige leeftijd naar Australië geëmigreerde Hollander (Heemskerk, 1951). Hulpbehoevenden heb je bij De Heer in diverse soorten en maten. In Bad Boy Bubby (1993) zagen we een Kaspar Kauser, in Dance Me To My Song (1998) een zwaar spastische vrouw en in het vanavond uit te zenden The Quiet Room (1996) een zeven-jarige meisje.

Het meisje is gestopt met praten tegen haar ouders. Uit protest, uit angst en uit boosheid. Haar zwijgen is minder politiek georiënteerd dan de groeistaking van de kleine Oskar in Die Blechtrommel (komende maandag op de ARD), al plaatst zij grote vraagtekens bij de wijze waarop volwassenen de wereld hebben ingericht. Waarom staan er zoveel gebouwen in de stad, vraagt ze zich af. Er is geen ruimte meer voor honden. Die moeten dus op de stoep poepen. Dat vindt men vies. Dus houden mensen niet van honden. En daarom mag ik geen hond. ,,Dat slaat nergens op.''

Het meisje is uit op de veilige warmte die ze heeft ervaren toen ze een nòg kleiner meisje was, toen ze nog tussen haar ouders in mocht slapen en toen je van een ei uit de supermarkt nog kon verwachten dat het uit zou komen. Nu ligt ze 's nachts alleen in haar bedje en is bang voor de uit de dierentuin ontsnapte panters. En haar ouders maken ruzie, gaan misschien wel uit elkaar. Het meisje heeft begrepen dat praten enkel maar problemen geeft. Het is beter te zwijgen.

Tegen de toeschouwer praat zij evenwel voortdurend. Via een voice-over horen we haar gedachten en onuitgesproken commentaren. Over de ruggen van haar ouders sluit zij een pact met de volwassen kijker. En wij kunnen niet anders dan solidair zijn met het meisje dat ons opzadelt met de meest meedogenloze observaties over onszelf.

The Quiet Room (Rolf de Heer, 1996, Australië), Ned.3, 23.17-0.46u.