Pruttelend onheil

De biecht bevalt James Ellroy wel. Na zijn bekentenisroman My Dark Places (1996), over de zoektocht naar de moordenaar van zijn moeder, kon hij er zelfs geen genoeg van krijgen. My Dark Places, waarin hij samen met inspecteur Bill Stoner de zaak van de in 1958 gepleegde moord op Geneva Ellroy heropende, was behalve een speurtocht naar getuigen ook de beschrijving van Ellroys jeugd. Over de altijd al getroubleerde, door weerzin en lust gekleurde verhouding met zijn moeder, over de moord toen hij tien jaar oud was, de jaren bij zijn vader en de jaren als adolescent. Met onverholen plezier zette de volwassen Ellroy in My Dark Places uiteen hoe de jonge Ellroy zich vergreep aan damesonderbroekjes, parkeerautomaten sloopte om de munten er uit te halen en allerlei soorten drugs gebruikte.

In een verhaal in zijn nieuwe bundel Crime Wave vertelt Ellroy dat hij na de publicatie van My Dark Places de herinnering aan zijn moeder niet kon laten rusten. `I couldn't give My Dark Places up. I didn't want to give it up. I toured for the paperback edition. I gave more interviews and took my mother public again. I told her story with undiminished passion. The repetition didn't

wear me down. I went home wanting more. I went home wanting something new and altogether familiar.'

Deze alinea van `Body Dumps' (vorig jaar in Nederland als Gedumpt gepubliceerd, tijdens de Week van het Spannende Boek) is de aangrijpendste van Ellroys nieuwe boek. Het is zo navoelbaar: dat de man die zijn moeder altijd had verguisd als een slet en een alcoholiste, haar door het onderzoek naar haar moordenaar eindelijk had teruggevonden. En dat hij haar vervolgens, al had het speurwerk niets opgeleverd, niet meer wil loslaten.

Zijn remedie is simpel: hij stort zich op nòg een onopgeloste zaak uit de jaren vijftig – de moord op huisvrouw Betty Scales. De Scales-zaak roept allerlei herinneringen op aan Geneva Ellroy; door haar te wreken, wreekt hij zijn moeder: `I wanted to find the piece of shit who killed her and fuck him for it.'

Had hij maar een bundel volgeschreven met dit soort verzuchtingen en hartekreten. Helaas, Ellroy deed iets anders. Hij verzamelde een aantal fictie- en non-fictieverhalen die eerder werden gepubliceerd in de Amerikaanse editie van het tijdschrift GQ, noemde dit onheilspellend Crime Wave en was tevreden. Zo is er het verhaal `Glamour Jungle' over de dood van een soapsterretje, en een fictieve verhandeling over het leven van de in de jaren vijftig populaire accordeonist Dick Contino. De geschiedenissen worden gebracht alsof het losse hoofdstukken zijn uit langere verhalen. Ze beginnen plompverloren en een bevredigende ontknoping ontbreekt.

Ellroy had deze omissies kunnen compenseren met een sensationele stijl. Maar ook daarvan moet Crime Wave het niet hebben. Ellroy laat in deze bundel twee soorten verteltrant zien. De een is de bondige telegramstijl van My Dark Places (`Mamches was a part-time actor. He said he knew Karyn casually. He never went out with her. He never hit on her.'). Deze op den duur vermoeiende kortademigheid wordt afgewisseld met barok geallitereer. Ellroy heeft zich zichtbaar zitten verkneukelen bij het zoeken naar de juiste combinatie van slang en straattaal om tot dit soort zinnen te komen: `Parker sputtered and spit split syllabes. His tortured tongue and paralyzed palate could not connect.'

Maar Crime Wave biedt slechts één werkelijk grappige passage, en wel in het verhaal `Hollywood Shakedown' (over de accordeonist Dick Contino die in allerlei misdaden verzeild raakt). Contino komt aanlopen bij een brandend huis. Hij schopt nonchalant naar een smeulende plank, maar zijn tennisschoen vat vlam zodat hij moet springen en trappen om zijn schoen te doven. Dit soort beeldende beschrijvingen heeft Crime Wave veel te weinig.

James Ellroy: Crime Wave. Vintage Books/Random House, 288 blz. ƒ34,95