Poëzie

Het zijn drukke dagen. Vandaag is het de Internationale Dag van het Boek, maar eergisteren was het al de Internationale Dag van de Poëzie. Dat laatste heeft het congres van de schrijversorganisatie PEN bepaald, en de Nederlandse PEN wil er ook hier een jaarlijks terugkerend evenement van maken.

De poëziedag is echter geruislozer voorbijgegaan dan de schrijvers hadden gehoopt. Ondanks een oproep aan alle Nederlandse kranten en weekbladen om op of rond 21 april een gedicht van een Nederlandse of buitenlandse dichter af te drukken, hielden de media het bij hun reguliere proza. ``Waarschijnlijk was dat toch iets te enthousiast', zegt Robert Dorsman van PEN. ``De meeste kranten wilden de dag wel aankondigen, maar een gedicht plaatsen was te veel gevraagd. Ik vind dat jammer. Het doet mij altijd goed poëzie in de krant te zien, zoals Gerrit Komrij in het Algemeen Dagblad.' Die krant publiceert dit jaar iedere maandag een sonnet van Komrij op de voorpagina.

De activiteiten van de Dag van de Poëzie zijn nu beperkt gebleven tot een literaire avond in Amsterdam, waar de Indonesische dichter Rendra, Remco Campert, Ad Zuiderent en twintig anderen optraden. ``We willen de dag volgend jaar grootser aanpakken', zegt Dorsman. ``Het probleem is dat de PEN maar een kleine organisatie is.' Hij overweegt contact op te nemen met Poetry International, dat vanaf volgend jaar ook een gedichtendag organiseert.

Op 27 januari 2000 wordt die eerste Nationale Gedichtendag gehouden, met onder andere een `gedichtendaggeschenk', prijzen voor de beste gedichten van het afgelopen jaar, de verkiezing van een Dichter des Vaderlands en zoveel mogelijk poëzie in de Nederlandse media. Volgens Tatjana Daan, de directeur van Poetry, hoeven de twee dagen elkaar niet te bijten. ``De PEN is meer gericht op humanitaire zaken als de vrijheid van meningsuiting. Wij hebben vooral een grootscheepse promotie–actie voor ogen. Het was natuurlijk het mooiste geweest als alles op dezelfde dag zou gebeuren, maar wij zaten onder andere door afspraken met de televisie al aan de dag in januari vast. Het is niet te hopen dat er verwarring optreedt.'

Van het Reve

Al in de jaren twintig waren de levens van de schrijvers Gerard en Karel van het Reve openbaar. Hun vader, de journalist en schrijver G.J.M. van het Reve beheerde toen de kinderpagina van het communistische partijblad De Tribune. In de hoedanigheid van `Oom Jan' vertelde hij over zijn huiselijk leven met de twee zoontjes, af en toe opgeluisterd met versjes van zijn vrouw (Tante Nel). Publicist Nop Maas heeft uit die stukjes Kleine Bolsjewieken. De kleuterjaren van Gerard en Karel van het Reve samengesteld, voor de Bloemendaalse vdBJ/Communicatiegroep. Het fraai verzorgde boekje komt niet in de handel.

Tussen 1922 en 1928 kregen de lezers van De Tribune regelmatige inkijkjes in huize Van het Reve, al heetten de kinderen daar `Jaap' (als Karel geboren in 1921) en `Jantje' (als Gerard geboren in 1923). Bij het stukje over de geboorte van die laatste blijkt dat de ouders eigenlijk hadden verwacht dat hun tweede een meisje zou worden, zodat het lang duurde eer er een jongensnaam werd verzonnen. De ondeugd was hem ook al van het gezicht te lezen. `Nou maar je zult zien, dat wordt nog een grooter rakker dan kleine Jaapje, die heel, heel erg blij is met zijn broertje, dat kun je wel aan hem zien.'

Minder dan anderhalf jaar oud, zette de jongste zoon zijn eerste stappen: `Kleine Jantje, die dikke vierkante rolmops, die bij een stoel stond, had die stoel ineens losgelaten en stapte nu door de kamer. Hij kwam op Oom Jaap aan en waggelde als een dronken politieagent. Toen hij Tante Nel hoorde, keek hij even verbaasd op, en viel toen op zijn bips. Het gaf een harde plof.'

De kleine bolsjewieken werden al jong meegenomen in demonstraties die bij de strijd hoorden, zij het niet altijd met het gewenste effect. Jaapje raakt bij de `dimmetasie' gefascineerd door een agent te paard. `En toen Tante Nel hem had verteld dat het een `knolsmeris' was, riep hij heel hard, zoodat de politieman het heel goed kon horen: Japie ook koolsmeris! Japie ook koolsmeris zijn!' Nog dagen later liet het kind zich door zijn vriendjes op de schouders hijsen onder de kreet dat hij een koolsmeris is.

De broertjes hebben ook al regelmatig ruzie. Bijvoorbeeld wanneer Jantje zich in een `tram' wurmt die Jaapje en een vriendje voor zichzelf hadden gemaakt en wanneer Jaapje een ballon heeft neemt hij die liever mee op straat, ver weg van zijn kleine broertje. Als ze eens te hard schreeuwen bij een twist om een prentenboek, komt vader briesend naar hen toe: `Wie schreeuwt er hier het hardst?' Jaap durft dan als eerste de stilte te verbreken. `Pappie schreeuwt het hardst!'

Van Kooten

Er zijn niet veel recente foto's van schrijver Kees van Kooten en de beschikbare plaatjes zijn voor niet elke krant even eenvoudig verkrijgbaar. Ingrid Hoogervorst, recensente van De Telegraaf, heeft het aan de stok met fotograaf Steye Raviez over een foto die ter illustratie moest dienen bij haar bespreking van Van Kootens deze week verschenen boek Levensnevel. ``Raviez wilde eerst weten of het wel een positief stuk zou worden, en zou dan Van Kooten bellen. Pas dan mochten we de foto hebben. Ik vind het te bespottelijk voor woorden. Ik vraag me af of iedere recensent eerst moet zeggen wat er over een boek is geschreven, voordat er een foto bij kan.'

De fotograaf begrijpt niet waarom Hoogervorst kwaad is. ``Ik aarzelde even toen ik De Telegraaf aan de lijn kreeg en heb gezegd dat ik eerst Kees even wilde bellen. Ik ken hem goed en ik kon me voorstellen dat hij er niet blij mee zou zijn als mijn foto bij een afbrekend stuk in De Telegraaf zou staan. Maar wat Kees betreft kon ik die foto zo opsturen. Eigenlijk heeft hij er niets mee te maken. Ik heb inderdaad gevraagd wat voor stuk het zou zijn, maar dat was uit nieuwsgierigheid. Mag ik soms niets vragen?'

Woensdag verscheen Hoogervorsts bespreking van Levensnevel onder de kop Nieuwe bundel Van Kooten: ijdel en leeg in De Telegraaf met een foto die ter beschikking was gesteld door de VPRO, de omroep waarvoor Van Kooten tot vorig jaar televisieprogramma's maakte.

(Zie ook pagina 5)