Perfecte lichtheid

Op het podium is ze inmiddels een goede bekende. Met collega's als Serge van Duijnhoven, Ruben van Gogh en Arjan Witte presenteerde Hagar Peeters haar gedichten onder meer op de Nacht van de Poëzie, het Crossing Border Festival en Double Talk. In de eerste Double Talk-bundel (1997) werd ook een gedicht van haar opgenomen. Dat vers Genoeg gedicht over de liefde voor vandaag blijkt nu het titelvers van haar debuut.

Succes in het orale circuit betekent niet per definitie ook succes op papier. De poëzie van menig jong podiumdichter blijkt in zetsel moeizaam te beklijven. Daarmee is niet ontkend dat er voor het eerst in dertig jaar een heuse nieuwe dichtersgeneratie in ons land op komst is, maar de debuten van Van Duijnhoven, Van Gogh en Witte vond ik nog ondermaats. Dat was vooral het gevolg van een gebrek aan poëtische concentratie. De debutanten spraken duidelijke taal, maar niet meer dan dat. Te vaak met kopstem bovendien en met te veel volume. Vanaf het podium klinkt dat misschien als heldere klaroenstoot; op papier vervlakt het makkelijk tot borstkasroffel.

Niets van dit alles bij Hagar Peeters. Genoeg gedicht over de liefde vandaag is een rijp en rijk debuut. De gedichten wisselen van niveau, maar elke poëzieliefhebber zal in deze bundel zonder moeite tien juweeltjes vinden. Peeters trekt dan ook heel wat registers open: van de malicieuze spot in `Babyboom boogie' tot de quasi-neutrale opsomming van `Zal ik nog een eindje met je meelopen?' Of van de doorleefde betrokkenheid in `Ze is verschrompeld tot bezoekuur' tot het lichtvoetig filosofische van `De hoed':

De hoed is een omgekeerd

vangnet van gedachten

die via de oren

het hoofd ontglippen

en, daar zij warm zijn,

verstijgen.

De hoed heeft brede randen

die als uitspanning dienen

om de gedachten tegen te houden

opdat zij niet vervliegen.

God wordt zo kennis

van zonden onthouden,

in het hoofd alleen bedreven;

de wildste fantasieën

blijven achter in de vestibule.

Zoals in dit gedicht blijft op haast elke pagina van Genoeg gedicht over de liefde vandaag de tong in de wang. Ook de zwaarste onderwerpen krijgen hierdoor een lichte toets, een constante factor in Peeters' debuut. Dat leidt soms tot hilarische luchtigheid, zoals in `Kijk eens'. Na zes regels opzettelijk onduidelijk gehouden ochtendgymnastiek vertelt dit vers hoe de vrouwelijke hoofdpersoon doet alsof ze haar handen likt en langs haar gezicht strijkt. `Steeds hoger kruipt haar rokje', meldt Peeters dan monkelend, `maar daar gaat het nu niet om. / Het gaat erom, dat zij de vlieg nadoet.'

Peeters kan behoorlijk geestig zijn, maar soms dient haar humor als contratoon. Volmaakt beheerst gebeurt dat in `Ze is verschrompeld tot bezoekuur'. Daarin ontvangt een oude moeder knikkebollend haar kinderen aan haar ziekbed. Echt praten gaat niet meer, dus kraait ze:

dat het aldoor heeft geregend.

Dat de bloemen zijn verdord, maar nee

daar staat alweer een nieuwe bos

te glanzen in de vaas. De tijd verglijdt

zo traag en haar kinderen zijn nee maar

nog steeds in leven. Want ze kunnen

als ze weg willen weg en blijven. Toch nog even.

Zelden is ondraaglijke lichtheid met zoveel perfectie blootgegeven. Peeters zet de taal naar haar hand. Het ritme wordt twee keer geraffineerd doorbroken: eenmaal met `maar nee', de tweede keer met `nee maar'. En al even professioneel zijn de woorden in de slotregel gerangschikt, tot en met de punt achter `blijven', die het `Toch nog even' adequaat in de laagste versnelling zet.

Het gebruik van beeldspraak is beperkt in Genoeg gedicht. Wat niet wil zeggen dat de dichteres om beelden verlegen zit. Ze plukt ze met schijnbaar gemak uit het alledaagse. Stof wordt dan `pakmedannetje in het licht' en in `Vertweezaming' wil de ik `niet van je neusbrug skiën' en ook niet `in je blauwe ogen pootjebaden'. Ze lijken naïef soms, de metaforen van Peeters, maar ook in hun argeloosheid zijn ze doorgaans trefzeker. Aan een enkel gedicht is nog af te lezen dat het voor het podium geschreven werd. In brede ritmische regels met eindrijm voert zo'n vers een paginalang betoog. Ook dan zijn er bij Peeters vaak rake regels, zoals in de aanhef van het titelgedicht:

Genoeg gedicht over de liefde voor

vandaag

want al schrijvend heb ik de liefde niet bedreven.

Het leven laat zich maar al te graag

liever beschrijven dan beleven.

Maar bij solitaire lezing verslapt in de passages hierna al snel de spanningsboog. Het oog vraagt nu eenmaal minder retoriek dan het oor. Op papier is Hagar Peeters op haar best wanneer haar taal niet uitwaaiert, maar tot op het scherpst geconcentreerd is. Dat ze die kunst in de vingers heeft bewijst haar debuutbundel.

Hagar Peeters: Genoeg gedicht over de liefde vandaag. Podium, 43 blz. ƒ24,90