Miljardenslag om opvolger F-16 ontbrand

Terwijl Nederlandse F-16's dagelijks hun waarde bewijzen in de NAVO-aan- val op Joegoslavië is op het thuisfront de strijd om miljardenorders voor de opvolger van de F-16 al volop losgebrand.

De Nederlandse F-16 kan nog tien tot vijftien jaar mee, maar nu al staan Nederlandse ondernemers te dringen om een aandeel in het Amerikaanse Joint Strike Fighterproject (JSF), dat doorgaat voor hét gevechtsvliegtuigproject van de 21ste eeuw. Voor het totale project circuleren bedragen van meer dan 500 miljard dollar. Voorlopig wordt gemikt op de productie van 4.000 vliegtuigen met een uitloop tot 5.000 of 6.000.

De Amerikaanse leveranciers houden de Nederlandse industrie een flinke worst voor: orders ter waarde van 8 miljard dollar. Maar dan moeten de bedrijven wel vanaf het begin meedoen in de projecten. Daarom staan bedrijven als Stork (eigenaar van de nog functionerende Fokker-bedrijven), Signaal, Philips en een aantal andere te trappelen om met kwalificatieprojecten in te stappen in de nu lopende concept- en demonstratiefase. Enkele bedrijven is dat, mede dankzij subsidies van Economische Zaken, al gelukt. Deze week maakte Lockheed-directeur Dana Pierce in Den Haag bekend dat Signaal en TNO al aan boord zijn genomen. Met tien andere bedrijven wordt nog gesproken.

Boeing en Lockheed Martin voeren, elk met hun eigen concept, een verbeten strijd om door het Pentagon als leverancier te worden aangewezen. Het Amerikaanse ministerie van Defensie beslist over ongeveer twee jaar welke vliegtuigbouwer de JSF mag leveren. Daarna start de eigenlijke ontwikkelingsfase die duurt tot circa 2007. Pas dan begint de serieproductie.

Een uniek aspect van het JSF-project is dat de Amerikaanse regering betaalbaarheid nadrukkelijk tot programma-uitgangspunt heeft gemaakt. Concreet houdt dat in dat de JSF-versie zoals de Nederlandse luchtmacht mogelijk zal bestellen, niet meer mag kosten dan 28 miljoen dollar (op basis van de dollarkoers van 1994). Dat Nederland voor de JSF zal kiezen (voor de vervanging van de F-16 heeft Den Haag 10 miljard gulden ingeboekt) staat overigens nog lang niet vast. Het is evenwel een publiek geheim dat de Koninklijke Luchtmacht gezien de technische kwaliteiten en de prestaties nu al een sterke voorkeur voor de JSF heeft. Lockheed-directeur Pierce geeft hoog op van de kwaliteiten van de JSF. ,,Alle concurrerende gevechtsvliegtuigen zijn van een vorige generatie.''

Lockheed werkt voor de JSF samen met Northrop Grumman (bekend van de Stealthvliegtuigen) en met British Aerospace (ervaring met STOVL-toestellen, die een heel korte startbaan nodig hebben en verticaal kunnen landen). Dat is belangrijk omdat van de JSF verschillende versies (voor de luchtmacht, de Amerikaanse en de Britse marine) worden gemaakt. Dat bevordert de uitwisselbaarheid van onderdelen en draagt bij aan het in de hand houden van de kosten.

De joint strike fighter kan de Nederlandse industrie vele miljarden aan orders en enkele duizenden arbeidsplaatsen opleveren. K. Vis, directeur militaire marketing van Stork/Fokker, rekent alleen al voor zijn onderneming op enkele miljarden guldens aan opdrachten. Fokker is onder meer in de de markt voor de levering van de bekabeling van de JSF, voor delen van de romp (uitgevoerd in het innovatieve composietmateriaal Glare) en voor motoronderdelen. Maar om succes te hebben is het volgens Vis een absolute voorwaarde dat de Nederlandse industrie in de allereerste ontwerpfase meedoet. ,,Dat is de enige manier om als echte partner aan boord te komen en niet als subcontractor.''

Nederlandse bedrijven proberen niet alleen mee te doen aan het Lockheedproject maar zijn ook serieuze kandidaten voor bijdragen aan het JSF-concept van Boeing. De Nederlandse industrie wedt daardoor op twee paarden. Feit is wel dat Nederlandse bedrijven dankzij het F-16 programma (waarvan Fokker er 300 heeft geassembleerd) sinds de jaren zeventig hele goede relaties heeft opgebouwd met Lockheed en een goede reputatie heeft verworven als toeleverancier. Dana Pierce van Lockheed zegt er dan ook op gebrand te zijn die relatie te kunnen voortzetten, vooral ook omdat hij van Nederlandse kant technologische bijdragen verwacht die er toe kunnen bijdragen de JSF zo goedkoop mogelijk te produceren.

Pas als het Pentagon een van de de twee concepten uitverkiest begint de zogenoemde EMD-fase (engineering and manufactoring development). Met beide fasen is circa 18 miljard dollar gemoeid. De Nederlandse industrie zou alleen al in deze fasen voor een kleine 2 miljard gulden aan orders kunnen verwerven. Maar dan moet de Nederlandse overheid bereid zijn ook bij te dragen in de volgende fase. Na het faillissement van Fokker, drie jaar geleden, heeft de Nederlandse regering een steunbeleid opgezet voor het zogenoemde luchtvaartcluster. Voor het bevorderen van Nederlandse deelname aan het JSF-project is 150 miljoen aan subsidies beschikbaar gesteld. Bedrijven die kwalificatieprojecten voor de JSF uitvoeren kunnen die voor tweederde met subsidie financieren. De belangstelling van de industrie is zo groot dat die 150 miljoen nu al onvoldoende is, zegt Vis van Stork.