Lichte zeden in hoge kringen

Toneelgroep Amsterdam speelt `A Constant Wife' van W. Somerset Maugham. Achter de zedenschets schuilt oprecht verlangen naar liefde en geluk.

De society uit de jaren twintig en dertig koesterde haar schande en schandaaltjes. Ze was verzot op elegant overspel, roddels en scherpzinnige salonconversatie. Huwelijksontrouw was het geliefde tijdverdrijf voor de hogere kringen. Een gezelschapsspel met ook wrede en noodlottige kanten. Maar daar dacht men liever niet aan. In geen andere tijd dan die van het interbellum kon een getrouwde vrouw, Constance Middleton, een zin als de volgende uitspreken: ,,Als vrouwen belachelijk zouden zijn omdat ze door hun man worden bedrogen, zou het leven heel wat vrolijker zijn dan nu.''

Zij bevindt zich in haar smaakvol ingerichte salon. Haar moeder, vroeg weduwe geworden en een getekend gezicht door jarenlange ervaring met mannen, beschikt ook zo over haar wijsheid: ,,Het moet doodvermoeiend zijn om zeven dagen in de week driemaal per dag de maaltijd te gebruiken met dezelfde vrouw.'' En tot slot echtgenoot John Middleton, chirurg, overspelig minnaar en slachtoffer van het nóg subtielere overspel van zijn vrouw Constance: ,,Een vrouw kan als ze bedrogen wordt rekenen op sympathie, terwijl een bedrogen man alleen maar hoongelach ontmoet.''

De Britse schrijver W. Somerset Maugham (1874-1965) bewoog zich sierlijk en oplettend, als een toeschouwer, door de chic van Londen. In zijn toneelstukken, verhalen en romans komen veel butlers voor. Maugham zelf moet ook iets van een butler hebben gehad, terzijde staand. Niets dat aan zijn waakzame blik ontgaat, misschien is hij wel de kwade genius achter dit alles. Als ik aan Maugham denk krijg ik het beeld voor ogen van sir Anthony Hopkins als ijzige butler in de film Remains of the Day. Uiterlijk niets aan hem te merken, genadeloos onberispelijk, vanbinnen een en al gevoelens.

Het toneelwerk van Somerset Maugham is weinig gespeeld in Nederland, ten onrechte. Zijn status als schrijver wordt betwist: behoren zijn boeken tot de literatuur of worden ze verbannen naar de bellettrie? Een veelgelezen schrijver als Maugham, geliefd door miljoenen lezers en vooral lezeressen, steenrijk geworden en wonend op een imposant landgoed aan de Franse Rivièra - nee, uit zo'n pen ontstaat geen serieuze literatuur. Maugham heeft zelf ook tot deze miskenning, die hem ergerde, bijgedragen. Hij liet zich eens ontvallen dat hij zich toelegde op `commercial plays': stukken die men graag zag. Hij bedong bij de uitgever dat zijn boeken goedkoop moesten zijn. Een schrijver, stelde hij, wil immers vooral door velen gelezen worden.

Gewiekst vakman of begenadigd schrijver, het doet er niet toe. De roman Of Human Bondage (1915) is een onvergetelijk portret van een opgroeiende weesjongen die zich op noodlottige wijze bindt aan anderen. De vroege dood van zijn moeder maakt hem zo afhankelijk van elke liefdesgeste, dat geluk omslaat in eenzaamheid. In 1933 genoot Maugham het voorrecht dat vier toneelstukken tegelijkertijd in de Londense schouwburgen liepen. Actrices bedelden bij hem om mooie, uitdagende rollen. In 1921 schreef hij The Circle, zijn meest gespeelde `perfect serious comedy'. Zes jaar later volgde The Constant Wife. De actrices kregen hun gelijk: liefst vijf tintelende vrouwenrollen zijn ondergebracht in een `well made play'. Eigenlijk heet dit genre een `badinage'. Lichtvoetige zedenschildering.

Vals gebit

In Nederland had de Haagse Comedie van begin af de meeste affiniteit met Somerset Maugham. Geen wonder: de charmante, snedige, gedistingeerde speelstijl van de Haagse Comedie, de voorkeur van het gezelschap voor echtscheidingskomedies en salonblijspelen pasten mooi bij Maugham. In De Cirkel, dat Paul Steenbergen in 1957 in de Koninklijke Schouwburg regisseerde, trad hijzelf op als oude, zwijgzame man, ooit hartstochtelijk verliefd en nu verbitterd. Zijn grote liefde van eens verveelt hem, ze heeft geverfd haar en een vals gebit. De kranten waren lovend: ,,Het was alleen al een genot om Paul Steenbergen te zien lopen op twee stokkerige, hakkelende benen: een aristocraat met de houtworm erin, een karikatuur in levenden lijve. Meteen toen hij binnenkwam had hij al zijn eerste open doekje, nog voor hij een mond had opengedaan. Terwijl hij door z'n monocle de wereld aanzag met een lodderoog.''

Ook Amsterdam heeft zijn Maugham-traditie. In de Stadsschouwburg was al in 1928 The Constant Wife te zien, gespeeld door het Vereenigd Tooneel. Nu waagt Toneelgroep Amsterdam zich eraan in de regie van Gijs de Lange. De letterlijke vertaling van de titel is kennelijk lastig: bij Toneelgroep Amsterdam heet het Een ideale vrouw, zinspelend op Een ideale echtgenoot (An Ideal Husband) van Oscar Wilde. De vertaling is van Martin Hartkamp. Eertijds maakte vertaalster Sophie Teulings-Nathusius ervan Heeft Constance gelijk? Dus geen De trouwe vrouw zoals het zou moeten, net als in het Duits Die standhafte Frau. Het is een geestige dubbelzinnigheid van Maugham om in de naam van de heldin, Constance, het `constant' uit de titel te laten meeklinken. De vraag is immers hoe standvastig zij is, of juist wispelturig. Zowel in de uitvoering van 1928 als een latere door de Haagse Comedie in 1960 voegde de regisseur aan het slot een nieuwe zin toe, inderdaad de vraag uit de titel. De ontrouwe echtgenoot wiens vrouw uit wraak met een minnaar op vakantie gaat, richt zich tot de toeschouwers en vraagt, met een wanhopig gebaar: ,,Hééft Constance gelijk?''

Somerset Maugham is zijn leven lang geboeid geweest door menselijke verbintenissen. Het huwelijk beschouwde hij als een gevangenis, de beteugeling van de vrijheid van zowel man als vrouw. De bovengenoemde oneliner dat `het doodvermoeiend moet zijn om zeven dagen in de week driemaal per dag de maaltijd te gebruiken met dezelfde vrouw' geldt inderdaad als Maughams obsessie. Hoe een huwelijk in stand te houden als de verliefdheid voorbij is en het spook van verveling op de loer ligt? Maughams ideaal is dat verliefdheid zonder tragedie overgaat in vriendschap. De adder schuilt natuurlijk in dat `zonder tragedie'. Constance zegt tegen haar man, terugblikkend op hun huwelijksleven: ,,De liefde van ons ontaardde nooit in sleur. Omdat we tegelijkertijd niet meer van elkaar hielden, zijn we nooit vervallen in de ruzies, de beschuldigingen, de verwijten en al die andere bijverschijnselen van een hartstocht die gedoofd is in de een maar die nog voortwoedt in de ander.'' Tussen haar en John heerst de vriendschap van de ogen, de wellust van de mond is weggeëbd. Hierdoor is de tragedie voorkomen.

Twistziek

The Constant Wife heeft een geraffineerd plot, waarvan Constance het middelpunt vormt. Spin in een delicaat web. Haar man John bedriegt haar met haar beste vriendin. Meer is het, ogenschijnlijk, niet. Twistzieke vriendinnen en een jaloerse zuster popelen om dit verschrikkelijke geheim te onthullen. Maar Constance wist het allang. Haar emoties houdt ze volmaakt in bedwang. Aan Johns ontrouw ontleent zij haar onafhankelijkheid. Hij met haar vriendin, dan zij met een minnaar op reis. Zes weken naar Italië. Voordat ze in de slotscène de deur achter zich dichtslaat, roept ze hem toe: ,,Nou, kom ik terug?'' Ze verdwijnt.

Somerset Maugham had veel bewondering voor de vrijgevochten vrouwen in de drama's van Ibsen: titelheldin Hedda Gabler, Rebekka West in Rosmersholm en vooral Nora uit Een poppenhuis (1879). In Constance herkennen we veel van Nora. Twee vrouwen die willen breken met de conventies die het huwelijk hen oplegt. Ze zijn teleurgesteld in de liefde, er gloeit of brandt niets meer. Het verschil tussen de naturalist Ibsen en de society-schrijver Maugham laat zich goed aflezen aan het slot van Een poppenhuis en The Constant Wife: in beide gevallen slaan de vrouwen de buitendeur achter zich in het slot. Nora zal nooit teruggaan; Constance keert wèl terug. Haar Italiaanse liefdesreis is een flirtage. Nora is verbitterd en vastbesloten, Constance blijft, uiteindelijk, trouw. Haar geheime, stille kracht is om het liefdesvuur weer op te rakelen.

Bij de eerste uitvoering in Londen van The Constant Wife was het publiek geschokt, het stuk viel. Maugham doorbreekt herhaaldelijk de luchtige toon van het blijspel met cynische uithalen. Alsof hij de naar parfum en een frictionnetje geurende zaal een harde les wilde leren, laat hij Constance zeggen: ,,Ik wil niet langer de klassieke huisvrouw zijn. Dat is een hoer die je geen waar geeft voor je geld.'' Het zijn deze onverwachte wendingen die van The Constant Wife meer maken dan een speelse zedenschets; ze verraden een sterk doorleefd verlangen naar geluk en menselijke verbintenis als een ideaal, niet als plicht of dwang.

In 1960 speelde Annie de Lange bij de Haagse Comedie Constance `speels en licht, terwijl er toch een sterk persoonlijk, vrouwelijke warmte van haar bleef uitstralen'. Vera Bondam had in 1928 de eer als eerste deze rol in Nederland te spelen bij het Vereenigd Tooneel; zij vertolkte Constance met `bijzondere levenswijsheid en ironie' waarmee Bondam aan haar spel `zachtheid en beheersching gaf'.

Die laatste twee, zachtheid en beheersing, verwachten we niet meteen van dit stuk waarin een vrouw de dubbele huwelijksmoraal van haar man ontmaskert. Toch is het een terechte speelstijl. Constance erkent immers op een wezenlijk moment in The Constant Wife: ,,Ik weet zo goed als iedereen dat het verlangen onbestendig is. Het komt, het gaat en niemand weet waarom. Vast staat alleen dat als het weg is het nooit terugkomt.''

Een ideale vrouw van W. Somerset Maugham door Toneelgroep Amsterdam. Regie: Gijs de Lange. Met o.a. Marieke Heebink als Constance. Première 23 april in Transformator- huis Toneelgroep Amsterdam. Te zien t/m 22 mei. Inl.: 020-6279070.