Kok voortvarend met demontage van rapport

Het enquêterapport over de vliegramp in de Bijlmermeer is al direct omstreden. Gisteren begonnen politici, premier Kok voorop, te morrelen aan de conclusies van de enquêtecommissie.

Snel, onwaarschijnlijk snel ging het. Nauwelijks tweeënhalf uur na de verschijning van het Bijlmerrapport zette premier Kok gisteren de tegenaanval in.

Natuurlijk, hij zou terughoudend zijn, want het ging hier tenslotte om een rapport aan de Tweede Kamer. En zeker, het rapport bevatte ,,buitengewoon nuttig en belangrijk materiaal'', zei de minister-president.

Waarna hij krachtig het fileermes ter hand nam. Had hij het goed gezien, dan waren diverse deelconclusies niet doorgedrongen tot de eindconclusies die door de commissie worden ingeleid als ,,een finale afweging''. Nuchter stelde de premier vast dat er kennelijk ,,voorrondes zijn geweest op weg naar de finale''. Het kabinet zou bovendien nog eens goed bestuderen hoe de deel- en eindoordelen zich verhouden tot het feitenmateriaal dat de commissie op tafel legt. Die relatie was de premier ,,niet altijd glashelder''.

Zo begon premier Kok gisteren, op een inderhaast belegde persconferentie, aan het demonteren van het enquêterapport. In een bijeenkomst die nog geen kwartier duurde, probeerde hij vrij minutieus het rapport van zijn gevoelige lading te ontdoen.

De demontage van het Bijlmerrapport was eigenlijk 's ochtens al begonnen. Voorafgaand aan de presentatie van het rapport werden Tweede-Kamerleden geïnformeerd door de leden van de enquêtecommissie. Wat moest de Kamer nu het belangrijkst vinden: de deelconclusies of de eindconclusies, zo vroegen diverse aanwezige Kamerleden zich af. Ook zij hadden vastgesteld dat het oordeel op deelterreinen soms harder uitvalt dan in de finale conclusies.

De slotconclusies overkoepelen alle conclusies, antwoordde commissievoorzitter Meijer. Waarop vice-voorzitter Oudkerk niet naliet daaraan toe te voegen dat de deelconclusies heus ook heel belangrijk zijn. En daar zat hem nu net de kneep. Want is het niet vooral op het onderdeel van de gezondheidsklachten dat het rapport onevenwichtig in elkaar steekt?

In z'n algemeenheid zijn de afsluitende conclusies milder dan de deelconclusies. Maar in het deel over de gezondheidsklachten is het juist andersom. Zo formuleert de commissie in haar slothoofdstuk apodictisch: ,,Er bestaat een directe relatie tussen gezondheidsklachten en de ramp in de Bijlmermeer''. In het rapport zelf wordt het bewijs voor zo'n vergaand oordeel niet aangedragen. Sterker, in de deelconclusies beperkt de commissie zich tot de conclusie dat zij ,,niet uitsluit dat er sprake is van een klachtenpatroon'' en gaat zij niet verder dan de constatering dat ,,een relatie met de Bijlmerramp vooralsnog niet kan worden uitgesloten''.

Uit de kring van de commissie valt te vernemen dat de hoofdstukken van het Bijlmerrapport in eerste instantie door de stafleden zijn geschreven, maar dat commissielid Oudkerk, zelf huisarts, zich zeer nadrukkelijk heeft gemanifesteerd in het deel over gezondheidsklachten.DEMONTAGE