Jarige NAVO moet keuzes maken

Dit weekeinde zullen 19 staatshoofden en regeringsleiders tijdens een sobere top in Washington het nieuwe Strategische Concept van de NAVO vaststellen. Dit document moet de codificatie zijn van het bestaansrecht van een bondgenootschap dat zijn vijand is kwijtgeraakt. Afgaande op de politieke en maatschappelijke discussies over de toekomst van de NAVO zou het Strategisch Concept een antwoord moeten geven op tien uitdagingen.

In de eerste plaats moet het bondgenootschap de traditionele taak van collectieve verdediging zien te verenigen met de nieuwe taak van collectieve veiligheid. Deze nieuwe en belangrijkste taak krijgt vooral gestalte in het uitvoeren van vredesoperaties, humanitaire hulp en het projecteren van stabiliteit. De aanwezigheid van de NAVO in Bosnië en de huidige operaties rondom Kosovo vormen hiervan welsprekende illustraties. Bij afwezigheid van een directe militaire dreiging liggen de toekomstige taken van de alliantie volgens mij dan ook meer in het beschermen van collectieve belangen dan in het verdedigen van het verdragsgebied.

Voorts moet het bondgenootschap overeenstemming bereiken over de geografische reikwijdte van zijn activiteiten. Terwijl de Verenigde Staten naar een mondiale rol van de NAVO neigen, willen de Europese lidstaten deze beperken tot de zuidelijke regio van de NAVO tot aan het Midden-Oosten en de Golf. Het oprekken van het bondgenootschap van een regionale tot een mondiaal operende organisatie zal onvermijdelijk tot een noodlottige tweespalt leiden en moet dus vermeden worden.

Een derde uitdaging vormt de potentiële dreiging van de verspreiding van ballistische raketten in samenhang met die van massavernietigingswapens. Een aantal landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika heeft programma's voor de ontwikkeling van nucleaire, chemische of biologische wapens. Zij beschikken veelal ook over ballistische raketsystemen en vliegtuigen met een steeds groter bereik die deze massavernietigingswapens kunnen vervoeren. Naast de nodige politieke initiatieven ontwikkelt de NAVO als militair antwoord het Theatre Missile Defence (TMD), een afweersysteem tegen ballistische raketten. In de vierde plaats moet de Europese Veiligheids- en Defensie Identiteit (EVDI) binnen de NAVO gestalte krijgen. Dit heeft er al toe geleid dat Spanje in januari tot de geïntegreerde militaire structuur van de NAVO is toegetreden. De EVDI dient gekoppeld te worden aan het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid zoals dat binnen de Europese Unie wordt ontwikkeld. Vooralsnog ziet het er naar uit dat de EVDI vooral door het Combined Joint Task Force (CJTF)-concept gestalte krijgt. Dit concept maakt het immers mogelijk dat Europese lid-staten zonder de Verenigde Staten maar wel met gebruikmaking van NAVO-middelen een militaire operatie kunnen ondernemen. Hierin schuilt het gevaar van een verlies aan samenhang en solidariteit binnen het bondgenootschap.

Het onderhouden van een goede relatie met Rusland vormt de vijfde uitdaging voor de NAVO. Een belangrijke factor van invloed op de betrekkingen tussen de NAVO en Rusland zal de mate van Russische betrokkenheid bij de oplossing van het Kosovo-conflict zijn.

Een zesde fenomeen waar de NAVO op moet inspelen is de samenwerking met andere internationale organisaties. De mandaten voor vredesoperaties van de laatste jaren omvatten immers naast een militaire ook vaak een bestuurlijke, mensenrechten-, electorale, politie-, repatriërings- en rehabilitatie-component. Dit vereist niet alleen een toenemende samenwerking tussen de NAVO en internationale organisaties als de VN, de OVSE, de UNHCR en de EU, maar ook met NGO's. Als gevolg hiervan dienen de lidstaten van de alliantie in ieder geval meer structurele capaciteit voor civiel-militaire betrekkingen te creëren.

Een zevende uitdaging vormt de verhouding met de Veiligheidsraad. Dit betreft vooral de mandatering van vredesoperaties. Voor de huidige operaties in het conflict rondom Kosovo ontbreekt een mandaat van de Veiligheidsraad. De zelf-mandatering door de NAVO schept een precedent dat een verdere uitholling van de Verenigde Naties kan betekenen. Voor een revitalisering van de Veiligheidsraad op dit gebied is een betere relatie met Rusland een dwingende vereiste.

De verdere uitbreiding van het bondgenootschap vormt de achtste uitdaging voor de NAVO. Vele landen waren teleurgesteld toen ze niet uitgenodigd waren voor de NAVO-top in Madrid in juli 1997. Momenteel zijn acht landen officieel kandidaat voor het lidmaatschap. Het bondgenootschap ontwikkelt een `Madrid-plus pakket' met een actieplan waarmee deze landen zichzelf actief kunnen voorbereiden op het lidmaatschap. Meest waarschijnlijke nieuwe lidstaten zijn Roemenië, Slovenië en Oostenrijk (indien het bereid is zijn neutraliteit op te geven).

De negende uitdaging vormt de rol van nucleaire wapens. Waarschijnlijk zal de nucleaire paragraaf van het nieuwe Strategisch Concept spreken over de inzet van kernwapens alleen onder `extremely remote circumstances'. Toch is meer duidelijkheid over de aantallen en de rol van kernwapens nodig. Het bondgenootschap dient dan ook te streven naar `grotere nucleaire transparantie'. Aangezien tactische kernwapens onder geen enkel wapenbeheersingregime vallen, is een overeenkomst tussen de VS en Rusland over deze wapens dringend gewenst.

In de tiende plaats zal de alliantie een antwoord moeten vinden betreffende het spanningsveld tussen het toenemend aantal operaties (en de hiervoor beschikbare middelen) en de nog steeds dalende defensie-budgetten. Met uitzondering van de Verenigde Staten zijn de Europese lidstaten, ondanks de instabiliteiten in ons werelddeel, nog steeds het `vredesdividend' aan het incasseren. Sommige Amerikaanse politici klagen dan ook niet geheel ten onrechte over de ongelijke `burdensharing' tussen de Verenigde Staten en Europa. En zowel Bosnië als Kosovo tonen aan dat als het er werkelijk op aankomt Europa nog steeds de Verenigde Staten nodig heeft. Hier doet zich de paradox voor dat terwijl de publieke opinie in Europa wel voorstander is van een sterke NAVO, ze niet bereid is de noodzakelijke financiën en militaire middelen te verschaffen.

Mr.drs. C. Homan is generaal-majoor der mariniers b.d. en verbonden aan het Instituut Clingendael

financiële en militaire offers