Ja, zo is het bij ons ook

Sterrenwijkers en Fruitbuurters spelen hun eigen liefdesperikelen. Over `de eerste keer' in de jaren vijftig en alles wat daarop volgde.

En nou moet iemand een schuine mop vertellen. Als niemand snel genoeg gehoorzaamt doet Alie het zelf, rechtop gezeten aan de koffietafel, samenzweerderig rondkijkend, genietend. Die van de landloper die bij een boer wilde logeren en bij zijn kleine dochtertje mocht slapen. Iedereen brult.

Het is kort na de marathonrepetitie. Een weekend lang hebben de acht vrouwen en drie mannen, vijftig tot vijfenzeventig jaar, de scènes van Liefde gespeeld, een toneelstuk van het Utrechtse volkstheatergezelschap STUT waar ze al meer dan een jaar hun vrije tijd in stoppen. Buiten is het lente, binnen is het zweterig benauwd. Uitgeput roken ze een laatste sigaret.

De spelers, huisvrouwen, werksters, bouwvakkers uit de volksbuurten Sterrenwijk en Fruitbuurt, spelen zichzelf. Ze hebben in het stuk hun eigen naam. De taal is hun Utrechts: Veel ao's en woârs en weinig t's aan het einde van woorden – behalve dan als uitgang van de eerste persoon enkelvoud. ,,Utrechts zingt'', zegt scenarioschrijver Jos Bours. En het kijft. As mijn kont een hoed opzet dan hettie jouw gezich. Het stuk gaat over hun eigen liefdesleven, een beladen zaak. Sommige van hen verhalen over dingen die zelfs hun kinderen (nog) niet weten.

Alie van Rooyen, een reuzin met een doorrookte stem, is een geboren actrice. Zoals ze de tafel rondkijkt tijdens haar schuine bak, zo kijkt ze het publiek aan als ze speelt. Argeloos en trouwhartig. Haar vader heeft haar gewaarschuwd, maar ze is toch met de verkeerde man getrouwd. Ademloos zie je het haar zo weer doen. Op haar trouwfoto, onderdeel van het dia-decor, zit ze in een auto in haar bruidsjurk, op het punt om uit te stappen, en kijkt je aan met dezelfde peinzende, toch al wat trieste blik. Met een gitaar op schoot (ze beheerst drie akkoorden) componeert ze in een van de scènes haar eigen smartlap. ,,Met je hart om iemand geven is het mooiste wat er is. Want een vrouw die is vernederd weet het best wat liefde is.''

STUT (geen afkorting, maar genoemd naar de stutten in Limburgse mijnen) heeft in zijn twintigjarig bestaan een professionele manier ontwikkeld van werken met amateurs. Regisseurs, pr-medewerkers, technici en decorbouwers zijn betaalde krachten, de spelers worden gerecruteerd `in de wijk'. Stukken als Supervrouw – heringetreden vrouwen over hun ervaringen – en Tranen in de regen – Marokkaanse en Turkse ouders over de opvoeding van hun kinderen – worden opgevoerd in kleine theaters, buurthuizen en op scholen. ,,Wij willen door toneel mensen een stem geven die je in het algemeen nauwelijks hoort'', zegt artistiek leider Marlies Hautvast, een van de oprichters. ,,Media en cultuur zijn afgestemd op de middle class.''

Dit jaren zeventig-doel bleef al die jaren overeind, wat STUT in de jaren tachtig in een isolement bracht. ,,Arbeiders bestaan niet meer, hoorde je toen'', zegt Jos Bours. ,,En dat je bedoelingen had met theater, dat kon al helemaal niet meer.'' Maar in de jaren negentig beleeft STUT een revival. Er is veel aandacht van de pers en Liefde staat in september tweemaal in de kleine zaal van de Utrechtse schouwburg, op uitnodiging van de nieuwe directeur. ,,We zitten nu in de trend dat we zo leuk authentiek zijn'', zegt Jos. Hij haalt zijn schouders op. ,,Dat gaat ook wel weer over.''

Overbuurjongen

Liefde is een inkijkje in het collectief geheugen van de volksbuurt. Regisseur Ingeborg Hornsveld wil met het stuk een uitstervend fenomeen in beeld brengen: het traditionele huwelijk. ,,In mijn vriendenkring is het heel normaal als je op je dertigste nog geen relatie hebt. En als je vijf jaar bij elkaar bent is het veel. Deze mensen hebben een heel andere geschiedenis. Er zijn er bij die al op hun veertiende verkering hadden. Met de overbuurjongen. Hoe is het als je vijftig jaar bent en je kijkt al dertig jaar tegen dezelfde kop aan. Eigenlijk word je dan in zo'n huwelijk volwassen.''

Ze legde haar plan voor aan twee groepen die al vaker bij STUT hadden gespeeld. Eerst viel er een stilte, toen barstte het los. Donderstraal op, wat moeten wij daar nou over zeggen. Hennie du Breuil, een van de drie mannelijke spelers, die op de affiche van het stuk op een ouwe Zündapp zit met Annie Stelte als zijn liefje achterop: ,,Misschien dat ik een tik heb van de oude stempel, maar vroeger werd er niet over gepraat. En dan nou opeens een stuk over de liefde en de seks... O.'' Hij fluit en kijkt naar boven.

Na enige overreding waren elf mensen bereid om mee te werken. Ingeborg ging hun huiskamers af voor diepte-interviews over hun liefdesleven en nam die op op de band. Ze typte de tekst van a tot z uit en had toen achthonderd bladzijden vertrouwelijke stof. De verhalen werden op twee manieren bewerkt. Eerst werden praatsessies belegd met improvisatie-oefeningen over verkeringstijd, trouwdag, porno, seks, ruzies. Zo werden de individuele ervaringen collectief. Dit duurde ongeveer een half jaar en stelde het geduld van de spelers zwaar op de proef. ,,Dat praten is voor de meeste mensen onwennig'', zegt Ingeborg. ,,Kom je helemaal naar het buurthuis, doodmoe want je hebt de hele dag gewerkt, ga je hier een beetje lopen lullen. Ze willen liever op het toneel staan en hup spelen.'' Ook deze improvisaties werden opgenomen en uitgetypt.

Vervolgens bracht Jos Bours de papierberg terug tot veertig vellen met saillante uitspraken, en bewerkte die tot een script van vijftig pagina's, twintig korte scènes. Naar STUT-traditie las hij het stuk na voltooiing eerst voor aan de verzamelde spelers. ,,De ervaren spelers vonden het mooi dat het zo intiem was. Nieuwe spelers waren daar een beetje bang voor.'' Het stuk, dat ongeveer anderhalf uur duurt en vandaag in première gaat, zal zo'n veertig keer worden gespeeld.

Heksenketel

Repetitie in buurthuis Sterrenzicht, woensdagavond. Ruim voor achten is iedereen aanwezig, behalve Ria Vis, die schoonmaakt in Kanaleneiland en er pas om kwart over acht kan zijn. Het is een heksenketel. De vrouwen zijn in alle opzichten het meest aanwezig. Ze praten hard en staccato. Troeven elkaar af. Lachen veel en vet.

Op de gang oefenen drie spelers de `kerkscène'. Ze houden hun jassen aan, dat moet in de kerk. In de sportzaal ernaast is een handbaltraining aan de gang. Boven het knallen van de bal uit fluit Jos Bours, die meeregisseert, het Ave Maria terwijl Alie op de kerkbank mijmerend oude foto's bekijkt. Als ze ophoudt met spelen lijkt het net of ze doorgaat. ,,Ik ben weleens bang dat er familie komt kijken en dat ze denken dat ik hem naar beneden haal'', fluistert ze. ,,Hij had ook z'n goede kanten. Hij is gestorven met veertig, daar heb ik veel verdriet van gehad.''

Na de handbaltraining wordt de scène in het sportzaaltje herhaald. Devoot kijkt Alie naar boven in het rode discolicht. ,,Alie, doe je ogen eens dicht'', instrueert Ingeborg. ,,Dat vind ik stom'', zegt Alie. ,,Ik kijk naar boven. Ik kijk naar God.'' ,,Ze kijkt naar God'', giechelen Truus en Cor.

Truus Bredewoud en Cor Jansen zijn een huwelijk op zich. Ze kennen elkaar 35 jaar (,,Zij woont bij mij het hoekie om en ik woon bij haar het hoekie om''), zijn hartsvriendinnen en hebben in het stuk de rol van de twee opa's uit de Muppetshow die ze van nature ook spelen. Cor zit met haar handen op haar knieën of haar armen over elkaar en Truus, met indringend guitige blik, stoot haar aan, waarna ze beginnen te smoezen en gieren. ,,Huichelaar!'' roept Truus, midden in een gevoelig stukje over `de eerste keer'. ,,Ik vind het pas fijn als jij het ook fijn vindt'', had de man gezegd. De bijdrage van Truus stond niet in het script.

Wat liefde is wordt langzaam duidelijk. Gordijnen wassen in de huwelijksnacht. De foto van je overleden ex, die aan de drank was en je heeft mishandeld, toch in de kamer laten staan. Verkering in de jaren vijftig. Een snol zijn als je werd betrapt `achter de Dom'. Doodsbang zijn om `met jong gedouwd' te worden. Voor kininepilletjes naar de winkel als het toch zover kwam. (,,Dan zou het wel loskomen. Maar mooi niet.'') Seks is voor de meeste vrouwen, vooral de oudsten, iets hinderlijks dat er nou eenmaal bijhoort. Alleen als het echt moet. De seksuele revolutie is aan hen voorbijgegaan.

Huiskamer

Hun rol leren de spelers grotendeels tijdens de repetities. Sommigen zijn al sinds hun elfde niet meer naar school geweest, dan is een script van vijftig pagina's een taaie klus. Ingeborg wil bereiken dat de teksten worden uitgesproken zoals ze de eerste keer in de huiskamer werden verteld, met de bijbehorende mimiek. ,,Ik kijk wat ze doen, hoe ze staan, hoe ze bewegen. Dat wil ik aan hen teruggeven. Soms zeg ik: Stop. Zo sta je nu, dat zoek ik. Mensen vinden het vaak stom. O nee, doe ik dat zo? Er is niets zo moeilijk als mensen zichzelf te laten spelen.''

Ze spelen zichzelf zonder zichzelf te zijn. Hun verhalen zijn door de toegepaste werkwijze een ingestudeerde tekst geworden, hun bewegingen zijn door en door geoefend. Ze hebben veel inspraak in het script, maar al te Utrechts mag het niet worden. Je laat je kind niet vallen, luidt iemands zin. Dat zeg je niet, protesteert ze. Je laat je kind niet steunen, oppert iemand anders. Maar dat mag niet van Jos Bours, want dat snapt buiten de volksbuurt geen mens.

Ook speelt niet iedereen zijn eigen verhaal. De scène waarin Leida Loermans een moeder is die ruziet met haar man over hun stelende zoon, is eigenlijk het verhaal van een van de andere vrouwen. Die wilde het zelf niet doen. Leida: ,,Maar toen ik het de eerste keer speelde ging mijn hart ook flink tekeer. En ik zat steeds naar haar te kijken.''

Deze kunstgrepen, bedoeld om de spelers te beschermen, doen afbreuk aan de nu modieuze authenticiteit. Directe emotie en spontaniteit ontbreken. Maar de theatermakers van STUT willen zich verre houden van alles dat zweemt naar reality tv. Ingeborg: ,,Er is al zoveel van bam zet een camera bovenop iemand. Iedereen zit erbij te kijken en te geilen. Het is vaak zo plat. Wij proberen mensen in hun waarde te laten. We hebben er ook over gepraat waarom ze het belangrijk vinden dat mensen dit zien. Dan zeggen ze: dat andere vrouwen weten dat ze niet alleen zijn. Dat mannen weten dat er overal ruzies zijn.''

Leida, met acht jaar acteerervaring bij STUT: ,,Je hebt vaak dat mensen achteraf naar je toekomen: Ja, zo is het bij ons ook.''

Ingeborg: ,,Maar dat is niet het doel. We zijn geen speltherapie. Het eerste doel is een bijzonder soort toneel. Naast alle pulp en postmoderne rotzooi.''

Na de repetitie is het tijd voor complimenten. Jos Bours roept dat iedereen veel bewondering zal hebben voor de openhartigheid van de spelers. ,,Ik vínd helemaal niet dat ik wat blootgeef'', roept Cor Jansen. Annie Stelte: ,,Ik wel, want het is eigenlijk taboe.''

Net als jouw moederscène, zegt artistiek leider Marlies Hautvast tegen Hans Loermans. Daarin krijgt hij er van zijn vrouw van langs omdat hij te lang aan moeders rokken heeft gehangen. ,,Die is heel moedig.''

,,Daar heb ik geen moeite mee'', zegt Hans. ,,D'r is geen woord van gelogen.''

,,Daarom juist'', zegt Marlies.

Theatergroep STUT speelt `Liefde', van 23 april t/m juni 2000.

Aanvragen speellijst: 030-2311801.

De vrouwen lachen hard bij de repetitie in buurthuis Sterrenzicht

Gordijnen wassen in de huwelijksnacht