Het student was al bezopen in 1835

In de zomer van 1833 nam de Leidse medicijnenstudent Jan Bastiaan Molewater (1813-1864) zich voor zijn ongeregelde leven te beteren. Hij ruimde zijn kamer op en stopte papiertjes in zijn studieboeken - 'dat geeft ten minsten zekere orde,' noteerde hij in z'n dagboek. De wat stroeve relatie met zijn ouders baarde hem zorgen: 'Laat ik er toch altoos op bedacht zijn om hun de laatste levensjaren zoo veel mogelijk te veraangenamen.' Dit betekende overigens niet dat hij het Rotterdamse thuisfront in detail op de hoogte hield van zijn handel en wandel in Leiden. In een brief aan zijn ouders schreef Molewater dat hij op 3 oktober 1834, de dag waarop jaarlijks uitbundig en met veel drank Leidens ontzet wordt gevierd, stilletjes op zijn studentenkamer had gezeten en pas 'den volgenden dag vernam dat het nog zelden zoo'n beestenwinkel was geweest'. In zijn dagboek daarentegen noteerde zoonlief dat hij aan de zwier was geweest met Leidse straatmeiden.

Dit dagboek is deel 17 in de befaamde reeks Egodocumenten. Molewaters dagelijkse beslommeringen beslaan een breed terrein, zoals de relatie met zijn ouders, de medicijnenstudie, het Leidse studentenleven, het negentiende-eeuwse standsbewustzijn en zijn worstelingen als jongeman op de drempel der volwassenheid. Over dit laatste onderwerp maakte hij zich grote zorgen: 'Ik word weder door een ondragelijke onrust gekweld en gefolterd. Hoe zal het met mij afloopen. Ik ben ruim 22 jaren! en nog niet in de werkelijke maatschappij getreden,' verzuchtte hij melodramatisch op 20 september 1835. Molewater had zich overigens geen zorgen hoeven te maken: deze student ging namelijk een glanzende carrière tegemoet als geneesheer-directeur aan het Rotterdamse Coolsingelziekenhuis. En aan maatschappelijke waardering ontbrak het hem ook niet: hij was erelid van het prestigieuze Geneeskundig Genootschap en in 1861 werd hij benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw.

Aan dit welbestede werkzame leven ging een niet altijd even serieuze studententijd vooraf. Molewater hield van Wijntje en Trijntje. Met de literaire coryfee Nicolaas Beets, die in het dagboek als een drinkebroer tevoorschijn komt, zakte hij zo nu en dan stevig door. Meer dan eens nam Molewater zich voor om te gaan 'met fatsoendelijke meisjes en vrouwen'. Maar hij kon het banen' - rondslenteren om seksuele contacten te leggen met vrouwen van dikwijls laag allooi - niet laten en liep een geslachtsziekte op. Duidelijk wordt dat het Leids studentencorps Minerva, waar Molewater lid van was, in de laatste 165 jaar geen spat veranderd is. Op 18 november 1835 schreef hij dat een orgelconcert in de Pieterskerk vergald werd door dronken studenten. 's Nachts hoorde hij ze schreeuwend langs zijn venster lopen: 'Het is waarlijk een mooi corps om praeclari patriae filii (de aanzienlijkste zonen van het vaderland) te heeten,' noteerde hij ironisch.

Molewaters dagboek laat zich goed vergelijken met dat van de Leidse rechtenstudent Jacob David Mees (Egodocumenten, deel 14). Deze telg uit de Rotterdamse bankiersfamilie hield tussen 1872-1874 een dagboek bij dat, evenals Molewaters journaal, bol staat van drank en zelfreflectie. Molewater en Mees hielden nauwgezet bij wat ze lazen - zowel voor studie als plezier - en wat ze ervan vonden. Beiden hechtten veel belang aan het familieleven.

Jacob Mees (1852-1875) constateerde eind 1873 dat hij aan tbc leed. Door deze infectieziekte schreef hij met de dood voor ogen aan zijn dagboek. Na de zoveelste bloedspuwing noteerde hij monter: 'Ik zal er echter volstrekt niet over tobben en zal trachten vrolijk door te leven zoolang mijn lichaam het mij toelaat.' Met dit moedig gedragen verdriet in het achterhoofd wordt het somber aandoende studentendagboek van Molewater opeens zonnig en vrolijk. Het is te hopen dat hij, ondanks zijn zwaarmoedige overdenkingen, toch genoten heeft van zijn studentikoze uitspattingen.

Jan Bastiaan Molewater: 'Hoe zal het met mij afloopen'. Het studentendagboek 1833-1835 van Jan Bastiaan Molewater. Bezorgd door Henk Eijssens. Verloren, Egodocumenten deel 17, 112 blz. ƒ25,-