Geen verklaring nodig

Toinkedietoink... Zelfkant en compassie, in een verzameling geluiden die je verder nergens hoort. Hoezo muziek? Tom Waits is een genre op zich.

Het nummer begint met een geknars en een gepiep, onduidelijke statische geluiden, duister geplof. Dan komt de stem, die met grote urgentie vraagt What's he building in there? What the hell is he building in there?... Knars, boink... Volgt met dezelfde, maar steeds angstaanjagender wordende urgentie een reeks vragen en veronderstellingen die samen een doodeng beeld oproepen. Want inderdaad, wat dóet die man daarbinnen? Hij heeft allemaal abonnementen op van die tijdschriften; hij wuift nooit als-ie langsloopt... Kroink oink... Hij woont helemaal alleen. Hij heeft geen hond en geen vrienden... Tink toink... Je ziet steeds....prrrttt... het blauwe licht van de televisie... Pffoefff... waar komt al die post vandaan die-ie krijgt?.... klinketyklink... Hij heeft de autobandschommel... plofff... weggehaald die aan de peppertree hing... en het gras in zijn tuin gaat dood... Tok tok tok toeet...

Waar gaat dit over? Over de Unabomber, waargenomen door een buurman? Of over een van die andere zonderlingen, eenzame creeps, even gevaarlijke als stille rustverstoorders die de Amerikaanse droom bedreigen, bad-blood descendants of the homesteaders, zoals Jonathan Raban ze noemde? Wat zou die man daar binnen aan het doen zijn? Zeg nou zelf, zou u ook niet benieuwd zijn?

Erg, erg spooky, totdat je je realiseert dat, als al die veronderstellingen en die al dan niet imaginaire observaties omgekeerd en tegenovergesteld zouden zijn, het beeld even spooky was:

Doink doink... Je ziet hem nooit een tijdschrift lezen of zo... ploink poeff... Hij wuift altijd zo raar als je langs loopt... hij heeft een rare vrouw en rare kinderen... en dan die autobandschommel die-ie heeft opgehangen, aan de peppertree notabene... piew piew... waarom zorgt-ie zo goed voor dat grasveld van 'm? Waar heeft-ie die hond voor nodig?... En dan al die vrienden die langskomen... toinkedietoink... hij krijgt nooit post... en de televisie staat ook al nooit aan voorzover je van buiten kunt zien... Wat voert-ie daar toch uit in jezusnaam? Bahm-kabahm...What's he building in there? What the hell is he building in there...?

En ook in die omgekeerde versie zou het slotstatement precies hetzelfde kunnen klinken: We have a right to know... Het recht om te weten of hij een Unabomber is of niet. Want als het erop aan komt is iedereen een potentiële Unabomber, in de verbeelding van de buren...

Gedurende een heel weekend, vorige maand, was ik een bezienswaardigheid in Austin, Texas. ,,Kijk, daar loopt de man die zijn kaartje voor Tom Waits heeft weggegeven.'' Terwijl dat strikt genomen niet helemaal waar was - ik had het kaartje niet opgehaald, dus kon ik het ook niet weggeven - had ik me niet gerealiseerd hóe bijzonder je kunt zijn door iets niét te doen.

`Waarom ben je niet gegaan?'

`Ik had iets anders te doen', zei ik.

`Dat moest dan wel heel belangrijk zijn.' Dat was het ook: ik moest voor mijn radiostation - dat mijn reis betaalde - een ander concert opnemen.

Het was voor het eerst in elf jaar dat Tom Waits in het openbaar optrad, tijdens het SXSW Festival in Austin. Terwijl er 840 (achthonderdenveertig) bands en solisten te zien en te horen waren in de stad gedurende die vier dagen (waaronder niet de geringsten, volgens de geldende Amerikaanse muziek-canon) gonsde er in feite maar één naam: Tom Waits. Geeuwende oudere jongeren uit de muziekbusiness, die zich er sinds jaar en dag op laten voorstaan dat ze tijdens het festival nooit één noot live-muziek willen horen, lieten voor een uurtje hun cocktails in de lounge van het Four Seasons Hotel in de steek om in de rij te gaan staan waar de kaartjes werden uitgedeeld. Er waren schermutselingen. Er werd serieus gedreigd en met reputaties gewapperd. Maar vol is vol, ook in Texas; voor de deur van het Paramount Theater gingen de kaartjes illegaal voor honderden dollars van de hand, en toen het eenmaal zaterdagnacht half een was, kon alleen nog maar de meest roekeloze gate-crasher zich nog toegang verwerven. Het was een groots optreden, zo hoorde ik de volgende ochtend.

Als een artiest elf jaar niet heeft opgetreden en zes jaar geen plaat heeft uitgebracht, denken mensen dat er iets met hem aan de hand is. Zelf had ik Tom Waits niet zo gemist, want ik heb zijn platen. Hij had wat in films geacteerd in de tussenliggende jaren, maar weigerde zichzelf als acteur te betitelen. `I've chosen to just identify myself as a creative person.' Het concert in Austin was de opmaat tot de verschijning van zijn nieuwe plaat, op een nieuw label. En zelf was hij, Miles Davis citerend, uitermate ondubbelzinnig over de reden waarom hij zich met een nieuwe plaat liet zien: je komt met nieuwe liedjes omdat je zelf genoeg krijgt van de ouwe.

,,Mijn vrouw zegt dat ik eigenlijk maar twee soorten liedjes maak'', zei Tom Waits die avond. ,,Grand weepers and grim reapers.''

Zit veel in. Als je de simplificatie van die tweedeling doortrekt van repertoire naar loopbaan valt die tot aan hier ook in tweeën te verdelen, genoemd naar de twee platenmaatschappijen waar hij aan verbonden was. De Asylum jaren en de Island jaren. Niet toevallig zijn het ook de titels van de beide verzamelplaten die hij maakte om de jaren bij die beide labels af te sluiten. Ze móesten ook worden afgesloten. De Asylum jaren – hoe mooi ook – hadden zo langzamerhand voldoende grand weepers opgeleverd. Waits had Kerouac en Lenny Bruce en vooral Charles Bukowski ontdekt en muzikaal gestalte gegeven en was al doende een beetje een karikatuur van de zingende nachtvlinder geworden. Al die verhalen over diners op louche straathoeken, hoeren met een zacht hart, de verlopen schoonheid van de nacht, Waits zag zelf wel in dat zijn eigen mythe er wat teveel door werd uitvergroot. Prachtmuziek, dat wel: I remember quiet evenings, trembling close to you (`Martha', op de cd The Asylum Years).

En de Island jaren – hoe mooi ook – hadden zo langzamerhand voldoende grim reapers opgeleverd. Waits had Hanns Eisler en Captain Beefheart ontdekt, zijn inspiratie opgedaan bij vaudeville-artiesten en circus-dwergen; hij had de piano en de stand-up bas van de hand gedaan omdat hij had ontdekt dat alles wel geluid wil maken, als je er op slaat of hamert. Hij had alle rare dingen gedaan die er met een stem gedaan kunnen worden, en was een kruising geworden tussen een vogelverschrikker en een tot leven gekomen portret van George Grosz. Hij had ontdekt dat de vreselijkste kakofonie nog met gejuich werd onthaald en dat je mensen zelfs kunt laten geloven dat een conundrum een instrument is. Prachtmuziek, dat wel: The bats are in the bellfry/ the dew is on the moor/ where are the arms that held me/ and pledged her love before (`Innocent when you dream', op de cd The Island Years).

De nieuwe cd is de triomfantelijke synthese van grim reapers and grand weepers, van de jaren van Asylum en Island zo u wilt, het is de bijna achteloze bezegeling van het bestaan van een muziekgenre dat natuurlijk allang bestond maar waarvan het nu pas zeker is dat het maar één naam heeft: Tom Waits. Blues, soul en gospel, aangepast aan de laatste maanden van het millennium, flarden van afgeluisterde conversatie, kale poëzie in een uitgeloogde taal vol onheil, een opeenstapeling van associaties, minimalistische storytelling, volkswijsheden afgewisseld met de fraaiste metaforen, bluespioniers Robert Johnson en Leadbelly met postume instemming een stapje verder getild, het hele Amerikaanse erfgoed van zelfkant en compassie door de mangel gehaald en bonter en persoonlijker opgediend dan ooit. Een produktie die nergens op lijkt, een palet van geluiden dat je nergens hoort. En af en toe ook helemaal geen muziek meer, zoals in dat nummer `What's he building', drie minuten en twintig seconden gestileerde paranoia die je de schrik om het hart doet slaan.

Soms kan hij nog steeds de verleiding niet weerstaan om maar in het wilde weg weer ergens op te slaan (`Big in Japan'). En even vaak laat hij zich verleiden tot een emotionele uithaal waarvoor hij zich achteraf bijna moet verontschuldigen (`Georgia Lee'). Maar alles kan, het is een oeuvre dat van zichzelf is, nooit meer een verklaring nodig heeft.

Als oningewijden vragen: wat is dat voor soort muziek dat die man maakt, dan is er maar één antwoord mogelijk. Dat, dat is Tom Waits.

Tom Waits, Mule Variations. Epitaph 6547-2.