Deze Muur doet niemand kwaad

Dit jaar vertrekken de Duitse politici uit Bonn. In het vijfde deel van een serie over de verhuizing naar Berlijn een verslag van de strijd om de laatste restjes van de Muur.

Donderdagavond. Bij de laatste stukken Berlijnse Muur op de Potsdamer Platz wordt getreurd. Jonge kunstenaars hebben een ketting van kaarsen neergezet voor de 15 meter lange muur. Een Trabi rijdt door een geschilderd gat in de muur We come together (9 november '89). Hoog op de wolkenkrabbers van Sony en Daimler-Benz timmeren bouwvakkers in het licht van de schijnwerpers vlijtig door aan het `nieuwe Berlijn'.

Aan een hek hangt een wit laken met zwarte letters: Der Senat vernichtet deutsche Geschichte. Deze week heeft de rechtbank besloten, dat de resten van de oorspronkelijke Muur op het plein moeten verdwijnen. ,,Waar heeft op de Potsdamer Platz de Muur gestaan? Nergens. Om 6 uur morgenochtend komen de bulldozers. Dan zal niemand er meer iets van kunnen terugvinden'', zegt Erich Stanke.

Stanke is zichtbaar geëmotioneerd. Hij is de eigenaar van de 37 bont beschilderde stukken Muur. In een lange, legergroene jas loopt hij nerveus op en neer; praat met voorbijgangers, met de pers en met zijn advocaat. Stanke vecht om zijn Muur te redden. Deze avond wil hij met kunstenaars bij de stukken steen overnachten. Hij vreest dat de Senaat anders alles in een Nacht-und-Nebel-actie laat weghalen.

Erich Stanke is een jonge computerondernemer uit Krefeld, die direct na de val van de Muur naar Berlijn is getrokken. In die roerige maanden na 9 november kon je van de Nationale Volksarmee (NVA) nog voor een `prikje' – zo'n 1.500 mark – enkele meters beton kopen. Stanke vond het belangrijk dat een Klagemauer in het hart van de stad bewaard zou blijven. Potsdamer Platz was tenslotte een van de belangrijkste grensovergangen tussen Oost en West.

Maar toen Berlijn de hoofdstad werd waar ook de regering zich wilde vestigen, werd de stad een magneet voor investeerders. Oude panden gaan tegen de vlakte en de grondprijs, vooral in Mitte waar de Potsdamer Platz ligt, is in recordtempo gestegen. Ruim 170 miljoen mark zou de grond waard zijn waarop de Muur van Stanke staat, die nu moet wijken voor een straat.

Bijna negen jaar na de hereniging is van de door Berlijners gehate Muur vrijwel niets meer terug te vinden. Slechts op vier plaatsen, buiten het centrum, zijn stukken Muur voor de afbraak behoed en tot `monument' verheven: in de Bernauer Strasse, de East-Side-Gallery, de Niederkirchnerstrasse en bij het Invalidenfriedhof. Van de vele wachttorens hebben alleen die in de Kieler Strasse en bij het Schlesischer Busch de bulldozers weten te trotseren.

,,Op dit kruispunt moet een stukje Muur blijven'', zegt Hans Ramm, een voorbijganger. ,,De Muur was een schandvlek voor de wereld, net als het communisme, dat de rechten van de mens zo gruwelijk heeft geschonden.'' Nie wieder, wordt steeds gezegd, maar het gebeurt telkens weer, stelt Ramm vast. Hij is opgegroeid in Berlijn en woont nu in de buurt van Frankfurt.

Telkens als Ramm in de hoofdstad is loopt hij over de Potsdamer Platz om het adembenemende tempo te zien waarin de stad van zijn jeugd verdwijnt. Als op dit plein de laatste resten Muur verdwijnen, interesseert het over enkele jaren niemand meer wat er ooit is gebeurd, vreest Ramm.

,,De geschiedenis wordt in één klap weggevaagd'', zegt Stanke. ,,Het verre verleden herdenken de Duitsers graag, maar de deling waar velen nog last van hebben wil Berlijn zo snel mogelijk vergeten.''

Intussen zijn enkele kunstenaars op het beton geklommen. ,,Deze Muur doet toch niemand kwaad'', roept Utte Donner, een Oost-Berlijnse. In de roerige novemberdagen danste ze op de Muur. ,,De onzichtbare muur in de hoofden is veel erger.'' Ze wijst op het vrouwengezicht dat zij op het beton heeft geschilderd. Het is gevangen in prikkeldraad; de ene helft is zwart, de andere rood. Het is goed dat de politici komen, zegt ze. In Bonn krijgen ze niets mee van de spanningen. In Berlijn zijn ze dagelijks voelbaar.

Vanmorgen zes uur. De Muur van Stanke staat nog fier overeind. Politie, actievoerders en Stankes advocaat zijn druk in gesprek gewikkeld. Michael Naumann, minister van Cultuur in Schröders kabinet, vindt ook dat de Muur moet blijven. De bestuurder van een bulldozer heeft de motor intussen uitgezet. Stanke zegt hoopvol: ,,Ik blijf vechten voor mijn Muur. Ze zullen me weg moeten dragen.''

EERDERE AFLEVERINGEN: www.nrc.nl