Depressief en toch moedig

Het barst van de goede bedoelingen onder de dieren in het nieuwe boek van Toon Tellegen, De genezing van de krekel. De krekel heeft een groot, onwrikbaar gevoel in zijn hoofd. Het bonkt, boort, slaat, steekt, schraapt, krabt, raspt, schuurt `en nog veel meer.' Het is een somber gevoel. De beer vraagt de krekel hoe dat smaakt. `Bitter', zegt de krekel.

`Ik weet wat je bedoelt', beaamt de beer gretig. Prompt verliest hij zich in een verhaal over taarten. Eens at hij een sombere taart: `Smakeloos grijs. Zo heet dat. Met grijze room en grijze suiker. (...) Niemand durfde hem op te eten. (...) Maar ik wel. (...) Er is geen taart ter wereld waar ik bang voor ben!' De beer springt op. Zijn ogen vlammen. Eenmaal gekalmeerd vertelt hij over alle andere taarten die hij gekend heeft: milde, aardige en vrolijke taarten. De krekel schiet er niets mee op en sjokt weg, samen met het inmiddels `rusteloos schommelende' sombere gevoel in zijn hoofd. Ook de opbeurende praat en goede raad van alle andere dieren baten niet. De krekel weet al snel: `Alles hangt van mij af. (...) Alles hangt alleen van mij af.'

In een vakblad voor psychologen is De genezing van de krekel al het beste boek over depressiviteit dat ooit verscheen genoemd. Meer nog dan in zijn poëzie voor volwassenen slaagt Tellegen er niet alleen in te verwoorden hoe somberte voelt, maar ook wat eenzaamheid is. Hij schreef een moedig verhaal in zijn kenmerkende precieuze, gevoelige en ondanks alle droefenis toch humoristische stijl. In zijn eerdere dierenverhalen was alles maar betrekkelijk. Na anderhalf A4-tje was eventueel leed weer geleden, ging de zon onder en floot de lijster. Tellegens dieren kenden verleden noch toekomst en konden daarom vrijblijvend denken over gevoelens, woorden en stemmingen. Sprankjes negativiteit leverden even wat benauwenis, maar waaiden over, met eenzelfde gemak als waarmee de wind in de verhalen brieven bezorgt.

Met De genezing van de krekel gaat Tellegen in tegen de regels die hij zich in zijn dierenverhalen oplegde. Al langer verkent hij de grenzen van de wetten die er gelden, maar nog niet eerder zo diepgaand als nu. De tijd verstrijkt. Wat er ook gebeurt, de krekel blijft somber. Beklemming doet zijn intrede in de eens zo paradijselijke wereld. En twijfel: zelfs de zon vraagt zich af of hij wel goed schijnt, of het misschien `scherper', `flauwer' of `waterachtiger' moet. Het mooi vormgegeven boek is dit keer uitdrukkelijk niet voor jonge kinderen bedoeld, wel voor iedereen vanaf een jaar of twaalf.

De olifant toont in het boek een heel andere manier van leven. Hij tobt weliswaar over zijn drang in bomen te klimmen, maar geniet toch elke keer weer uitbundig van het korte moment dat hij hoog in een boomkruin een pirouetje draait. Daarop volgt altijd weer vallen, en op vallen volgen butsen en builen. Voordat de olifant zich hiermee verzoent, doet hij zijn uiterste best vallen te vermijden. Hij gaat bijvoorbeeld discussies aan met bomen, die weinig terugzeggen, en laat zich in een boom werpen (want werpen en vallen horen misschien niet bij elkaar).

Aandoenlijk is zijn streven. `Eigenlijk, dacht de olifant, zou ik een boom moeten klimmen die zó klein is dat ik er niet uit kan vallen.' De `woelmuis' wijst hem een boom die haast niet te zien is, zo klein is hij. `De olifant probeerde zijn voet ergens op te zetten en zijn slurf ergens omheen te draaien. Maar de boom was zo klein dat dat niet lukte. Hij draaide om zijn as, wankelde, werd helemaal rood, pufte, klom een paar keer in zijn slurf in plaats van in de boom en riep: `Inderdaad heel klein, woelmuis!'

De droevigste episode in De genezing van de krekel is misschien wel het feest dat de dieren voor de krekel geven. Iedereen geniet. Er gaat gejuich op zonder reden. De walrus is uitbundig, de slak giechelt en gaat op zijn steeltjes staan. De schildpad holt in het rond. Iedereen vergeet zichzelf, al weet ongetwijfeld niemand wat `vergeten' precies is of wie ze zelf precies zijn. Maar de krekel laat een stille traan en trommelt langzaam op het tafelblad. Hij kijkt naar zijn vingers. `Sombere vingers, dacht hij. Hij liet zich van zijn stoel afglijden en bleef onder de tafel liggen. Toen kon niemand hem meer zien.'

Toon Tellegen: De genezing van de krekel. Querido, 117 blz. Vanaf 12 jaar. ƒ24,95