`De wereld is onverenigbaar'

Volgende week komt Salman Rushdie naar Nederland. Twee weken geleden verscheen zijn nieuwe roman The Ground Beneath Her Feet, een boek dat de Brits-Indiase auteur pas kon schrijven toen het isolement door de fatwa en een slecht huwelijk achter de rug waren. Vreugde als wraak op haat.

Salman Rushdie neemt een slokje water en bestudeert het rood-paarse omslag van het gebonden boek dat voor hem op tafel ligt. ``I pulled out all the plugs'', zegt hij dan zachtjes en wrijft even door zijn baard. ``Toen het schrijven eenmaal op gang kwam, was het een turbo-charge of power.'' Dit keer heeft hij inderdaad alle registers opengetrokken. Zijn nieuwe roman is een verbale achtbaansrit door India, Engeland, Amerika en de wereld van rock 'n' roll. Aardbevingen, explosieve karakters en botsende werelden trekken diepe kloven en scheuren door het verhaal dat, zegt Rushdie, in het teken staat van `de onbestendigheid van de dingen', het verlies van houvast en richting, en het zoeken naar nieuwe oriëntatie.

In The Ground Beneath Her Feet, waarvoor hij van zijn Engelse en Amerikaanse uitgevers een voorschot ontving van vijf miljoen gulden, verweeft Rushdie Griekse en Indiase mythologie met een liefdesdrama, popfolklore en songteksten met een zedenschets van New York en Londen, en het idioom van de zakenwereld met de cultus van celebrity. Rushdie's `fooling around' met die thema's levert een wild en carnavalesk verhaal op, dat het midden houdt tussen science fiction en New Age. De liefdesgeschiedenis van Vina en Ormus, twee Indiase zangers die een mythische en zelfvernietigende passie beleven, speelt zich af in een wankel universum, met diverse `tijdlijnen' en parallelle werelden. In het boek wordt Kennedy niet vermoord in 1963, en wordt Nixon niet gekozen tot president. Althans, de wereld waarin die rampen wèl gebeuren is een tweeling-wereld van de onze, die zich aan de paranormaal begaafde Ormus opdringt maar gelukkig op tijd wordt vernietigd.

Hier in de bruine heuvels van Upstate New York, waar we de auteur ontmoeten, is alles rustig en stabiel. We zitten in een zonnig leslokaal van Bard College, niet ver van de Hudson Rivier. Het kleine liberal arts College verleende Rushdie (51) drie jaar geleden een eredoctoraat, dat hij omringd door agenten in ontvangst kwam nemen. Het doodvonnis dat de Iraanse imam Khomeiny in 1989 over hem uitsprak wegens zijn `godslasterlijke' The Satanic Verses, maakte dat nog noodzakelijk. Nu hangt alleen nog maar zijn persoonlijke lijfwacht landerig in een stoel. Even verderop ligt Woodstock, waar in 1969 het gelijknamige rockconcert werd gehouden. Een toepasselijke omgeving, erkent Rushdie. ``Dit boek is een kind van Woodstock.''

U heeft gezegd dat dit boek is geschreven in een toestand van eerst depressie en toen paniek. Hoe kwam dat?

``Het is mijn meest ambitieuze boek. Het speelt op een breder doek dan ik ooit eerder heb gebruikt. En het kwam voort uit diepe, minder aangename plekken in mijzelf. De roman gaat over desoriëntatie, instabiliteit, zaken waar ik natuurlijk in verhevigde mate mee te maken kreeg na de fatwa. Tegelijk wilde ik het zo licht en grappig mogelijk maken.''

``Ik wist dus niet of ik het voor elkaar zou krijgen. Maar uiteindelijk is het geschreven in a great blast. De laatste versie in acht maanden, wat niet veel is voor een boek van 230.000 woorden. Toen het verhaal eenmaal zijn mysterie had prijsgegeven, vloeide het er gewoon uit. Dat was een bevrijding. Ik hield enorm van de taal die ik aan het vinden was, zin voor zin. Ik weet niet waar het vandaan kwam, misschien gewoon uit een kwart eeuw oefenen. Maar ik heb het gevoel dat ik nu eindelijk de taal benader die ik altijd heb gezocht. De stem van de verteller was de sleutel. Ik hoefde hem alleen maar bij zijn jaspandjes vast te houden en me te laten meeslepen. Ik wist dat ik een taal had gevonden die me veilig thuis zou brengen.''

Maar er zijn zovéél stemmen in dit boek. De verteller noemt zichzelf een `cacophony of noises'.

``Dat is mijn beschrijving van the modern self. We weten nu over de menselijke persoonlijkheid dat hij niet eenduidig of homogeen is, zoals romanschrijvers vroeger dachten. We zijn veranderlijk, tegenstrijdig, kameleontisch. Een bag of noises. Alleen soms, als we onze oriëntatie vinden, lijkt alles op zijn plaats te vallen. Als ik problemen heb met critici komt dat vaak omdat ze zich niet herkennen in die benadering. Zij willen graag meer ouderwetse, homogene karakters.''

Maakt dat u niet tot een postmodern auteur?

``Nee. Het postmodernisme relativeert álles. Het idee dat een bepaald boek beter is dan een ander, of een bepaalde mening, vinden mensen tegenwoordig al schokkend, of kwetsend. Daar heb ik bezwaar tegen. Wie zijn vermogen tot oordelen opgeeft, verliest zijn vermogen tot nadenken. Maar ik wilde wel bewust een lichte toon in dit boek leggen. Italo Calvino raadt in zijn essays voor het volgende millennium een bepaalde lichtheid van geest aan. Een verhaal moet niet te aards zijn. It should fly. Dat advies heb ik willen volgen.''

Bij `Midnight's Children' voelde u de interne druk van een beginnend schrijver. Sinds 1989 was er ook een externe druk. Hoe was dat?

``Ach, druk is druk. Een roman schrijven is op zichzelf al moeilijk genoeg. En één schadelijk soort stress had ik niet meer: de stress niet gepubliceerd te worden. De druk van unsucces. Die is vreselijk, het maakt je zwakker. Destijds voelde ik die druk wel. Ik had een baby, ik deed werk waar ik een hekel aan had, in de reclamewereld. I had a great deal of doubt in my heart. Dat was allemaal weggevallen. In plaats daarvan zijn er wel een paar andere dingen gekomen, natuurlijk, maar dat is allemaal extern en daardoor minder schadelijk voor mij als schrijver.''

Was u na de fatwa soms niet ook gelukkig over uw isolement, het losstaan van de wereld?

``Niet óver het isolement, maar gelukkig was ik vaak wel. Anderhalf jaar na de fatwa, en na het einde van een verschrikkelijk huwelijk [met de schrijfster Marianne Wiggins, red.], werd ik verliefd. Op degene met wie ik inmiddels achteneenhalf jaar samen ben en die nu mijn vrouw is. Dat piece of great fortune betekende dat ik het grootste deel van de tijd ondergronds gelukkig ben geweest, terwijl ik verondersteld werd ongelukkig te zijn. Sorry about that.''

In uw boek zit maar één, ironische, verwijzing naar de islam, als `the least huggable of religions', het minst knuffelbare geloof.

``Mensen hebben het altijd over het `omhelzen' van de islam. Het lijkt mij een nogal prikkelig geloof, eerlijk gezegd, met een hoop doornen. Die omschrijving is ook bedoeld als een contrast met India. Het hindoeïsme is misschien wel de meest knuffelbare godsdienst. Het gewone, alledaagse hindoëïsme, bedoel ik, niet de gepolitiseerde versie van de hindoe-fanaten die daar nu de trom roeren. Kijk nu eens naar Bombay, dat is een maffia-stad geworden waar moslims uit angst voor hindoe's hun naamplaatjes van de deuren schroeven. In het boek zegt mijn verteller India definitief vaarwel. Ikzelf heb een Indiaas visum op zak, maar ik weet nog niet of ik het gebruik. Ik beraad me.''

Behalve een Indiase familiegeschiedenis en een bij vlagen hilarisch portret van de westerse muziekwereld, is The Ground Beneath Her Feet vooral een liefdesverhaal, waarin u put uit de mythe van Orpheus, die tevergeefs Eurydice uit de onderwereld probeert te bevrijden. Waarom die nadrukkelijke verwijzingen naar Orpheus?

``Hij was natuurlijk allereerst een zanger, net als Ormus. Ik wilde een eigentijds liefdesverhaal vertellen, zonder `hip' te worden. Mijn lichtelijk perverse oplossing voor dat probleem was een terugtocht naar de antieke mythologie. De vreemde verhouding tussen liefde, kunst en de dood in het verhaal van orpheus fascineert me. Orpheus wordt onthoofd maar blijft zingen, dat slot vind ik ongelooflijk mooi. You can kill the singer, but you can't kill the song. Aan de hand van die mythe wilde ik de liefde onderzoeken zonder allerlei verzachtende omstandigheden, zoals trouw, duurzaamheid, of zelfs geluk. Dat zijn allemaal erg prettige, maar secundaire effecten. Je moet ze afpellen om tot de kern van de zaak te komen. Take its clothes off and see the thing naked. Dan zie je iets dat veel ruwer is dan het romantische idee van liefde – en misschien niet eens aanlokkelijk. Misschien kun je er wel, om het stabiel te maken, op een scheikundige manier zoveel eenheden trouw, geluk en duurzaamheid aan toevoegen, maar de stof zelf is explosief.''

Aan het eind van het boek vindt de verteller een veel huiselijker liefde, met vaste grond onder zijn voeten. Is dat de moraal: liefde op menselijker maat?

``Maar die liefde is geen grote passie meer. Hij vindt iets rustigers, hij kon niet tegen de turbulentie. En of dat een happy end is? Ik weet niet wat er verder met die twee gebeurt, of ze nog lang en gelukkig leven. De hele roman gaat over onbestendigheid, dus wie weet?''

Waar komt dat spelen met die botsende `tijdlijnen' eigenlijk vandaan?

``Het boek gaat uit van de belachelijke veronderstelling dat de beroemdste rock 'n' roll zangers ter wereld twee Indiërs zijn, Vina en Ormus. Toen dacht ik: dat is zo onwaarschijnlijk dat ik net zo goed méér belachelijke beweringen kan doen. Die verwijzing naar Kennedy is de meest openlijke, voor de lezer die nog niet door heeft dat hij zich in een andere wereld bevindt. Er was ook een andere reden. Meteen aan het begin van het boek, dat in retrospectief wordt verteld, komt Vina in Mexico om bij een aardbeving op Valentijnsdag 1989, de dag dat Khomeiny de fatwa uitsprak. Misschien is dat te veel een por in de ribben van de lezer, maar ik heb het zo gelaten. Ik dacht: het is tenslotte een liefdesverhaal, dammit, dus waarom kan ik het niet laten beginnen op Valentijnsdag? Bovendien wilde ik die dag voor mij persoonlijk een nieuwe betekenis geven.''

``Maar toen kreeg ik het probleem: kon ik dat wel doen? Er wàs op die datum geen aardbeving in Mexico. Heb ik als schrijver het recht om dan te zeggen: het is een roman, dus laat mij maar even in 1989 half Mexico verwoesten? Toen besloot ik dat die aardbeving maar door het hele boek moest trillen. De wereld moest op losse schroeven gaan staan. Het boek draait om de voorlopigheid en onverenigbaarheid van de dingen. In The Satanic Verses komt dat trouwens ook al aan de orde. Op elk moment gebeuren dingen die je je niet tegelijk kunt voorstellen. Twee mensen kussen elkaar en ergens anders vindt een genocide plaats. De wereld is incompatibel, it does not add up. Behalve tijdelijk, in de kunst en in de liefde.''

Dat is een oude gedachte: kunst en liefde verzoenen je met de wereld.

``Ik weet niet of je moet spreken van verzoening. Dat klinkt me te religieus. Kunst en liefde geven mijn leven iets wat misschien in de buurt komt van wat anderen ontlenen aan godsdienst. Dat weet ik niet zeker, omdat ik geen religieuze ervaringen heb, maar ik neem aan dat het iets vergelijkbaars is. Het zijn de schaarse momenten waarop de wereld wèl klopt. Totdat de boel aan scherven gaat en je opnieuw moet beginnen.''

Critici hebben uw werk wel `fantastisch' genoemd. U vindt zichzelf eerder een realist die werkt met de verbeelding. Een magisch realist?

``Ik hou niet zo van die term. Het is een synoniem geworden voor één bepaalde groep schrijvers rondom García Márquez. Het heeft ook een connotatie gekregen van slapte. Er heerst een modieuze vermoeidheid met het genre. Terwijl ik denk dat het potentieel ervan nog lang niet is uitgeput. Men zegt wel dat mijn romans niet realistisch zijn, maar realisme is voor mij geen kwestie van techniek. Een schrijver moet een beeld van de wereld geven dat verhelderend is en dat de lezer aanspreekt. Dat is een realistische intentie, al gebruik je ten volle je verbeelding. Moby Dick is een realistische roman, Don Quichote idem dito. Of neem Dickens. Zijn grote steden voelen precies aan als de reusachtige, rottende Indiase steden. Ik las David Copperfield in Bombay en ik vond het geweldig. Je kon de deur uitstappen en het allemaal in het echt zien. Dat is het genie van Dickens, en dat is wat ik probeer te evenaren. Mensen begrijpen dat niet altijd. Midnight's Children werd in het Westen gezien als fantasy, in India werd het gelezen als een geschiedenisboek. Het is natuurlijk geen van beide.''

Uw kosmopolitische romans heten ook wel world novels te zijn, een typering waar u eveneens bedenkingen bij hebt.

``Het suggereert een soort onthechtheid die mij niet bevalt. Het heeft iets van high brow airport novels. Maar goed, er bestaan natuurlijk `wereldromans'. Ik heb het gevoel dat we de nadagen beleven van een bepaald soort regionaal schrijver, de romancier die een klein deel van de wereld als zijn broekzak kent en er àlles uit haalt. Faulkner kon bij wijze van spreken zijn hele terrein in één autoritje doorkruisen. Ik ben daar heel lang jaloers op geweest. Ik had geen eigen buurt, geen streek. Geen vaste grond onder de voeten. Ik moest alles zelf uitvinden. Daar komt het beeld vandaan van de grond die onder je voeten afbrokkelt en van de mythes die je kunnen helpen je eigen richting te vinden.''

Rockmuziek is de nieuwe mythe van de vrijheid. Maar u verwerkt vooral de jaren zestig in uw boek. Van de latere popmuziek komt alleen U2 er een beetje goed vanaf.

``Rock 'n' roll is de taal van de vrijheid. Niet in de zin van mensenrechten, maar van het losser worden van restricties. Kick off your shoes. Veel ervan is natuurlijk banaal en oninteressant. Over The Spice Girls ben je in één alinea wel uitgepraat. Maar ik wilde naar die muziek kijken op zijn best. Elvis, Bob Dylan, Paul Simon, Lennon en McCartney, dat zijn de grote zangers van onze tijd. Helaas is die muziek minder populair geworden, vooral door de komst van rap. Mijn zoon van bijna twintig luistert naar Snoop Doggy Dog. Toen begon ik me te oud te voelen voor popmuziek. Maar ik ga nog regelmatig naar concerten. Ik heb Bob Dylan en Joni Mitchell gezien in New York, David Byrne en Lou Reed in Londen. REM, Lauryn Hill, vind ik ook wel goed.''

Maar in de jaren tachtig was het weer allemaal niks.

``Dat komt ook wel door de stadion-rock die toen de norm werd. Zoiets kan heel opwindend zijn, kijk naar de Zooropa Tour van U2, of de Voodoo Lounge Tour van de Stones, maar meestal ontaarden die stadionconcerten in bombastische shows. Wie weet is er ergens een parallel universum waarin al die bands in kleine rhythm and blues clubs spelen.''

Hoe vond u het om over Amerika te schrijven?

``Het was een opgave. De taal moet goed zijn, het gedrag, het denken. Ik wilde niet over Amerika schrijven op een naturalistische Amerikaanse manier. Dat kan ik ook niet, het Amerika beschrijven van een Philip Roth of...''

...Tom Wolfe?

``Never mind Tom Wolfe. Wat ik wilde, was New York laten zien als de metropool die iedereen aantrekt als een magneet. Dat is ook steeds meer de plek waar mijn karakters thuishoren: het land waar niemand thuishoort, of waar iedereen niet-thuishoort.''

In India is uw boek afgebrand door een 30-jarige criticus die het oppervlakkig vond en te westers.

``Ach, er zal altijd een criticus zijn die je werk haat. En hij zal het ook altijd bespreken. Deze jongen leek me een kid die het wil opnemen tegen de oude revolverheld. Ik zit daar niet mee. Als iemand me beschimpt, haal ik mijn schouders op. Ik ben al een keer te pakken genomen, door professionals. Het beste antwoord op zulke haat is vreugde. Dit boek is mijn manier om te zeggen: to hell with all that. Let's sing a love song.''

Salman Rushdie: The Ground Beneath Her Feet, Jonathan Cape, 575 blz. ƒ48,90

Salman Rushdie: De grond onder haar voeten. Vertaling Marijke Emeis, Martine Vosmaer en Karina van Santen. Contact, 624 blz. ƒ49,90

Rushdie is dinsdagavond in Nederland voor een openbaar optreden op een nader bekend te maken locatie. Het publiek moet zich om veiligheidsredenen schriftelijk aanmelden. Belangstellenden kunnen zich per fax wenden tot uitgeverij Contact (020-6237744) of De Volkskrant (020-5622448).