De eeuwige argwaan van Danny Nelissen

Wielrenner Danny Nelissen (27) moest afgelopen winter om medische redenen zijn fiets aan de kant zetten. Hartritmestoornissen maakten een einde aan een turbulente loopbaan. ,,Ik heb een probleem met de electriciteit.''

Het parcours van de Amstel Goldrace leidt morgen door de achtertuin van zijn schoonfamilie. Een ideale gelegenheid voor Danny Nelissen om zijn vrienden in het peloton gedag te zeggen. Maar de sportman in ruste prefereert een vrije zaterdag met zijn gezin. Nelissen heeft geen heimwee naar de geur van smeerolie en massagevet. ,,Vroeg of laat ben je gedwongen om te stoppen. Ik heb er altijd rekening mee gehouden. Lekker met beide voetjes op de grond gebleven.''

Zijn ranke postuur vertoont de eerste tekenen van corpulentie. Sinds zijn gedwongen afscheid in januari 1999 is Nelissen ruim tien kilo aangekomen. Hij sabbelt deze middag op een lolly en voelt regelmatig aan zijn onderkin. Een vetpercentage van twee procent is niet langer zijn streven. De joggingschoenen liggen in de hoek van de ruimbemeten kamer. De gezinswagen staat voor de deur. Een kinderfiets ligt op de stoep. Een racefiets is nergens te bekennen.

,,De wielersport kwam me aanwaaien. Ik had veel talent. Ik ben nooit verslaafd geweest. Daarom stap ik met hetzelfde gemak in een nieuw avontuur. Ik kan tevreden terugblikken. Met de beperkingen van mezelf en de beperkingen van anderen heb ik het maximale gepresteerd. Hoeveel mensen kunnen zeggen dat ze wereldkampioen zijn geworden? Voor een amateur heeft die regenboogtrui evenveel waarde als voor een prof.''

Het schilderachtig gesitueerde Sweikhuizen ligt bijna letterlijk onder de rook van Geleen. De hoofdweg door het dorpje is een interessante helling voor ambitieuze coureurs. De Klauterkoers van Sweikhuizen staat jaarlijks op de wielerkalender. Voor Nelissen is de omloop in zijn woonplaats verboden terrein. Hij mag nog wel fietsen en hardlopen, maar `piekbelasting' is uit den boze. De hartslagmeter mag niet meer dan 140 slagen per minuut aanwijzen. De patiënt geeft hoorcollege over zijn gebreken.

,,Mijn hart is kerngezond, laat ik dat voorop stellen. Ik heb alleen een probleem met de electriciteit. Door de verstoring van de geleidingen kunnen hartritmestoornissen ontstaan. Een normaal mens kan er ongestoord mee verder leven, maar voor een topsporter is het linke soep. Ik moet nu medicijnen slikken en ik sta onder controle bij specialisten. Dat is alles.''

Het gedwongen afscheid kostte hem minder moeite dan de dopinggeruchten die een jaar daarvoor de kop opstaken. Zijn naam werd in verband gebracht met het FIOD-onderzoek naar de werkwijze van zijn Geleense huisarts Wim Sanders. Nelissen werd ,,door het slijk gehaald'' in de Limburgse pers. Zijn kinderen werden uitgescholden op de basisschool. Zijn echtgenote moest tekst en uitleg geven bij de plaatselijke bakker. Hoe kon de vrouw van een drugsgebruiker gezonde kinderen op de wereld brengen?

Dokter Sanders raakte in 1991 als ploegarts van PDM in opspraak door de intralipid-affaire. Hij had bij alle renners een bedorven voedingsmiddel toegediend. De hele ploeg moest zoek, zwak en misselijk de Tour verlaten. Sanders werd op staande voet ontslagen door de teamleiding. Hij zou zwijggeld hebben gekregen van PDM, om niet uit de school te klappen over de gangbare dopingpraktijken bij deze ploeg.

Voor Nelissen bleef Sanders een vertrouwenspersoon. Hij noemt hem deze middag een huisvriend. ,,Iedere Nederlandse burger heeft het recht een huisarts te kiezen. Ik heb veel vertrouwen in Wim. Toen ik vlak voor kerst last van mijn hart kreeg, stond hij binnen de kortste keren voor mijn neus.''

Na huiszoekingen en speurwerk in de administratie werd Sanders verdacht van het verstrekken van verboden middelen aan topsporters in het zuiden des lands. Hij had de aanschaf van de dopingproducten verdoezeld voor de fiscus. Nelissen begon en verloor een rechtszaak tegen de journalisten van Dagblad De Limburger die zijn naam in diskrediet brachten. ,,Ik moest van de rechter het tegendeel bewijzen. Hoe kan iemand met een zwarte nachtjapon zo blind en zo onmenselijk zijn?''

Volgens Danny Nelissen hebben de verslaggevers van de betreffende krant revanche willen nemen voor ,,het bazige gedrag'' van Jean Nelissen, die als chef sport jarenlang bij Dagblad De Limburger heeft gewerkt. ,,Mijn oom was daar een soort veldheer. Toen hij wegging, roken ze bloed in onze familie. Ik heb diepe minachting voor zulke journalisten. Ze hebben het intelligentiepeil van een kleuter. Gelukkig ben ik niet een dag in onbalans gebracht. Een minder stabiel persoon hadden ze psychisch kapot kunnen maken.''

Hij vertelt met een cynische grijns dat tientallen abonnees de krant hebben opgezegd. ,,De telefoon stond daar roodgloeiend. Zelf schuld, dikke bult.'' Collega's van de betreffende verslaggevers stuurden steunbetuigingen en boden hun excuses aan. ,,Praatjes vullen geen gaatjes, dat blijkt maar weer. Eerst lekker ruig doen en vervolgens geen harde bewijzen hebben'', zegt Nelissen spottend.

Zijn minachting voor ,,de mensen die mij door het slijk wilden halen'' is onveranderd groot. ,,Ik zal pissen op hun graf'', sprak hij na de negatieve verhalen. Hij lacht als het citaat ter sprake komt. ,,Ik sta nog steeds achter die woorden. Ik heb geen respect voor mensen die schrijven dat ik doping heb gebruikt, maar dat niet hard kunnen maken. Ik ben nooit postitief bevonden. Een beter bewijs van mijn onschuld is er niet. Als je niet positief bent, ben je ook niet strafbaar, simpel zat.''

Zelf leest hij geen krant meer sinds de affaire-Sanders. Hij wantrouwt de pers in het algemeen en de wielerpers in het bijzonder. ,,Jullie maken de sport kapot. Anders zou je niet met al die dopingverhalen op de proppen komen. Ga eens naar een café en je staat versteld van de criminaliteit. Drugs, alcohol, vechtpartijen: waarom schrijven jullie daar niet over?''

Nelissen heeft zich teruggetrokken uit het besmette wielermilieu. Hij werkt voor een bedrijf dat bemiddelt tussen topsporters en grote organisaties. Hij krijgt advies van Manfred Krikke, die als manager bij de omstreden wielerploeg PDM werkzaam was. Nelissen heeft vertrouwen in Krikke. ,,Hij heeft een schat aan ervaring.''

Nelissen voert deze middag telefoongesprekken in de streektaal. Hij praat even gemakkelijk Duits, Frans en Engels. De geboren en getogen Limburger is een vlotte babbelaar die zijn naam goed kan verkopen. Alle dopinggeruchten ten spijt. Maar als de telefoon rinkelt, blijkt hij nog even achterdochtig als voorheen. Hij kijkt naar het schermpje op zijn toestel en leest een onbekend nummer. ,,Wie is dat? Gek, die ken ik niet. Ja hallo, met Nelissen.''