De duivel in eigen persoon

Twee jongens die hun mededeleerlingen doodschieten - lachend. Sociale verklaringen voor het kwaad schieten te kort. Deel 16 van Bas Heijne's serie in het laatste jaar van het millennium.

Je kent al je diepste angsten, je kunt ze benoemen en bagatelliseren, je bent jezelf bewust van je eigen hersenspinsels - maar je bent nog altijd bang. Mooi verbeeld zie je dat gespleten gevoel in het populaire genre van moderne slasher-movie. De scholieren en studenten in films als Scream I en II, I know what you did last summer en Urban Legend zijn zelf vertrouwd met het het soort films waarin ze figureren, maar dat verhindert niet dat ze een voor een worden afgeslacht door een onbekende met een heel groot mes. In de Scream-films citeren de zelfbewuste tieners wereldwijs het griezelgenre zelf. Ze kennen de clichématige verhaaltechnieken, de goedkope spanningsverwekkende trucjes van de scenarioschrijvers, ze weten dat ze het produkt zijn van Freudiaanse angstfantasieën. Ze doen ironisch over wie het nu zal moeten ontgelden, en ja hoor, daar komt de gemaskerde met het mes – alleen net even ergens anders vandaan, toch nog op een onverwacht moment. In Urban Legend weten de jongens en meisjes dat de gruwelijke Broodje Aap-verhalen niet waar zijn, dat het een vertaling van collectieve angst is, paranoïde stadsfolklore – totdat al die gruwelscenario's alsnog stuk voor stuk door een krankzinnige moordenaar worden uitgevoerd. Kennis, luidt de ironische boodschap, is niet genoeg. Altijd is er de schaduw bovenaan de trap, de man onder het bed: hoe goed we onszelf ook kennen, onze verbeelding wint het steeds opnieuw van ons bewustzijn.

Wanneer die ironie plaatsmaakt voor hypocrisie, krijg je een film als 8mm. Ook daarin draait het om stadsfolklore, nu in de meest angstaanjagende soort: de snuff-movie. Een sadistische pornofilm waarin een meisje voor het oog van de camera ook werkelijk wordt vermoord privédetective Nicholas Cage weigert te geloven dat zulke films echt bestaan. De snuffmovie is een heel vies Broodje Aap, weet hij, het produkt van de overspannen verbeelding van moraalridders, die de mensheid voor slechter houden dan ze werkelijk is. Er is veel geperverteerde rotzooi in de pornohandel te krijgen, maar een snuffmovie, hij kan het niet geloven. Maar het filmpje dat hem door de stokoude weduwe van een grootindustrieel wordt aangereikt, blijkt wel degelijk echt. Haar overleden man was een liefhebber. In de bioscoop krijg je het nog zo`n beetje te zien ook – het angstige meisje in haar onderbroek, het ontblote bovenlijf van een vervette bodybuilder, die een zwart SM-masker draagt, de bizarre martelwerktuigen, de reusachtige messen. Wat aan je verbeelding wordt overgelaten, dringt zich op een misselijkmakende manier aan je op.

Het onderzoek van de detective die Cage speelt, voert hem tot ver in de onderwereld van de pornografie. In het hart van die duisternis vindt hij de man met het masker, die naar de naam Machine luistert. Deze man is een monster, de incarnatie van de zuivere slechtheid, iemand die moordt en martelt enkel en alleen omdat hij er plezier aan beleeft. Cage, die de rest van de snuffmovie-bende al hardhandig uit de weg heeft geruimd, wint het nipt van de verschrikkelijke Machine. Cage rukt zijn masker af en wat blijkt: er zit een sul onder. Een onoogelijke kantoorklerk met varkensoogjes en een verkeerde stalen bril, die hoewel hij minstens veertig is, nog altijd bij zijn godvrezende moeder thuis woont. Machine ziet de verbazing op het gezicht van de detective na de ontmaskering en barst in hoongelach uit. Je zoekt naar een verklaring, zegt hij, maar die is er niet. Ik heb een gelukkige jeugd gehad, een rimpelloos leven zonder trauma's. Ik vind het gewoon lekker om te doen.

Machine gaat eraan, dat spreekt vanzelf, maar hij heeft de bioscoopganger met een verontrustend angstbeeld achtergelaten: het Kwaad dat nergens vandaan komt. Hij veegt bij voorbaat de vloer aan met iedere sociale verklaring voor zijn gruweldaden. Zijn slechtheid staat los van zijn opvoeding, los van maatschappelijke omstandigheden. Het Kwaad dat hij verbeeldt is gratuit en lukraak. Het is in onze wereld, maar het is niet van deze wereld.

Machine is de Duivel in een nieuwe jas.

Overal lees en hoor je over de groeiende behoefte aan God. Veel minder aandacht trekt de onverwachte wederopstanding van de Duivel. Het beeld van het Kwaad, zoals een populaire film als 8mm ons dat voorschotelt, is een kracht die zich niet rationeel laat verklaren, alle psychologie, sociologie en criminologie ten spijt. Het idee dat alle misdadig gedrag zijn oorsprong vindt in wat onszelf eens is aangedaan, wordt hardhandig terzijde geschoven. Die metafysische notie van het kwaad tierde altijd al welig in het zo nadrukkelijke onbewuste melodrama van de horrorfilm, maar 8mm presenteert zichzelf als realistisch, met de herkenbare onderwereld van de harde porno als decor. Nauwelijks verhult wordt de boodschap dat er een verband bestaat tussen de sociale verloedering van wijdverbreide sadistische seks en het ongrijpbare Kwaad zelf, dat in zijn onkenbaarheid weer bovennatuurlijke trekjes krijgt. Zeker, wordt gezegd, het kwaad is banaal, een doodgewoon mannetje in een buitenwijk, maar juist in die banaliteit schuilt zijn demonische ongrijpbaarheid. Er is geen verklaring.

Dat is een reeële angst, waar een film als 8mm handig op inspeelt. Het verklaren van misdadig gedrag uit sociale omstandigheden heeft, tegen de verwachtingen in, de misdaad niet doen verdwijnen. Integendeel, alles is er alleen maar ingewikkelder door geworden. Net als de makers van moderne griezelfilms hebben de misdadigers hun eigen bewustzijn leren gebruiken voor hun misdadigheid. Toen een paar jaar geleden de gebroeders Menendez aanvoerden, tijdens het proces waarop ze terechtstonden voor de brute moord op hun ouders, dat ze jarenlang seksueel misbruikt waren door hun vader, wist niemand meer of hier nu een psychologische verklaring werd gegeven of dat de psychologie misbruikt werd als excuus. De psychologie bleek een moeras, de sociale verklaringen bleken oneindig plooibaar en gingen elkaar steeds harder tegenspreken.

,,They were pure evil'' luidde een van vele soundbites die volgden op het bloedbad dat de scholieren Dylan Klebod en Eric Harris aanrichtten op de Columbine High School in Littleton, Colorado. De twee maakten van fictie weer werkelijkheid door als acteurs in een ironische slashermovie (,,Een prachtige dag voor een moordpartij!'') echt vijftien medescholieren dood te schieten. Had iemand hun naar hun motieven kunnen vragen, dan hadden ze waarschijnlijk hetzelfde geantwoord als Machine in 8mm: gewoon omdat we het lekker vinden. In hun spottende lach kun je gemakkelijk de grijns van het zuivere Kwaad te herkennen.

Je weet dat het niet zo is. Het kwaad is mensenwerk, geen hogere macht. Die dikke Machine is een leugenaar. Wie de jeugd van de twee jongens in Colorado goed bekijkt, zal meer dan genoeg fnuikende vernedering en beschadiging ontdekken. . Maar wat je ook weet, is dat je met die wetenschap niet veel opschiet. Het geloof in de maakbaarheid van het Kwaad heeft afgedaan, de overtuiging dat bewustwording van de oorzaken de gevolgen zal kunnen verhinderen. Onmacht is de duivel.