Bezoek in de nacht

Rob en Dafne de Jong uit Nederland reizen met hun motor met zijspan al bijna een jaar rond de wereld. In de zijspanbak reizen honderden kindertekeningen mee, ook van lezers van de Kinderpagina. Die tekeningen wisselen ze uit met kinderen in het land waar de twee reizigers zijn. Af en toe laten Rob en Dafne weten wat ze mee maken onderweg. Dit bericht komt vanuit Zimbabwe, een land in het zuiden van Afrika.

Na in Zuid-Afrika al het bord te hebben gezien dat waarschuwt voor overstekende nijlpaarden, worden in Namibië, een buurland van Zuid Afrika, olifanten op de weg aangekondigd. Behalve olifanten zijn er hier nog veel meer wilde dieren waar rekening mee gehouden moet worden, weten we.

Als we aan het eind van de dag tussen de bosjes door het struikgewas inrijden om een plekje voor onze tent te zoeken leggen we dan ook een vuurtje aan. We schoppen eerst flink tegen de dode takken, om schorpioenen en enge spinnen weg te jagen. Een schorpioen is maar klein, maar zijn giftige steek kan gevaarlijk zijn als je ver uit de buurt van medische hulp bent. Bij grote hopen dood hout blijven we maar uit de weg, want daar zou wel eens een gevaarlijke slang kunnen wonen, zoals een pofadder, zwarte mamba of een vergif-spugende cobra.

Midden in de nacht schrik ik wakker. `Wat was dat?' fluistert Rob. Hij had het ook gehoord. We houden de tent stijf dicht terwijl we gespannen luisteren. Als we het geluid weer horen maar nu verder weg, wagen we het om de tent een klein stukje open te ritsen. Rob schijnt met de zaklamp in

de donkere nacht. `Huh!' schrikt Rob. `Huh!' schrikt de koe, die in galop in de bosjes verdwijnt.

We hadden al het eten en alles wat ruikt, zoals zeep, in de bak van ons zijspan opgeborgen, omdat ratten soms gewoon een gat in je tent knagen als ze iets lekkers ruiken. Ver weg horen we een hyena huilen. Hyena's zijn een soort van wilde honden, die in groepen jagen en dieren die vele malen groter zijn dan zij, zoals giraffen, tot prooi kunnen maken. Ze hebben verschrikkelijke sterke kaken en laten nooit los. We hopen maar dat die koe een veilig plaatsje vindt voor vannacht. Hij is duidelijk te ver van zijn kudde afgedwaald, die nu veilig in een kraal (een dorp) is samengebracht.

De volgende ochtend is de lucht blauw, schijnt de zon vrolijk aan de hemel en ziet alles er weer vriendelijk uit. We pakken onze bagage in het zijspan in en maken een lekker ontbijtje klaar. Niet ver weg grazen koeien. De herder, we schatten dat hij 10 jaar oud is, is gekleed in een te groot T-shirt, dat eens wit geweest is. Hij zegt iets dat we niet verstaan en wijst naar onze motor.

`Uhuh,' zegt de jongen hoofdschuddend op onze vraag of hij Engels spreekt. Rob vertelt hem in handgebaren over de koe en zijn nachtelijke bezoek. De jongen grinnikt en wijst een koe aan. De hyena's had hij ook gehoord, maar rondom de kraal hebben ze een haag gemaakt van doornige takken, zodat de koeien veilig zijn, legt hij uit. Samen met Rob doet hij het geluid van de hyena na en we lachen. Gelukkig zijn deze niet gevaarlijk.