Belgrado vreest giftige sla

De bombardementen op Belgrado vormen ook een gevaar voor de voedselvoorziening. Sla wordt angstvallig gemeden

Verse groenten zijn opmerkelijk goedkoop de afgelopen dagen in de straten van Belgrado. Een krop sla kost nog maar 2 dinar (op de zwarte markt levert 1 Duitse mark ongeveer 10 dinar op), terwijl er een week geleden nog minstens het dubbele voor werd betaald. Voor het begin van de NAVO-acties betekende prijsverlaging dat het aanbod groter was geworden. Nu, na een maand van bombardementen die de infrastructuur van Joegoslavië ernstig hebben aangetast, is de oorzaak eerder sinister.

De inwoners van Belgrado durven nauwelijks nog verse groenten te kopen omdat ze bang zijn dat de sla, de lente-ui en wat er verder aan seizoensgroenten wordt aangeboden, vervuild is met kankerverwekkende stoffen. De groente is afkomstig uit de directe omgeving van de Joegoslavische hoofdstad. Drie dagen lang hebben er gifwolken in de lucht gehangen als gevolg van de bombardementen op industriële complexen in Pancevo, vlak buiten Belgrado. Daarna is het gaan regenen. De angst is groot dat de giftige stoffen in de grond terecht zijn gekomen en de gewassen hebben vergiftigd.

De schade die een maand NAVO-bombardementen hebben aangericht in de Joegoslavische economie is echter moeilijk te meten. Officiële cijfers spreken van zeker 10 miljard dollar directe schade. De ecologische schade veroorzaakt door het in puin leggen van olieraffinaderijen en chemische fabrieken niet meegerekend. Volgens de Joegoslavische regering is er door de bombardementen een half miljoen arbeidsplaatsen verloren gegaan, waardoor in totaal twee miljoen mensen hun bestaanszekerheid zijn kwijtgeraakt.

Deze gegevens vallen op dit moment niet te verifiëren. Een groep van kritische, onafhankelijke economen weigert op deze gegevens in te gaan. In een deze week uitgebrachte verklaring wordt volstaan met de constatering dat de schade nu al groter is dan die van de Tweede Wereldoorlog en dat het werkloosheidscijfer van 27 procent, aan de vooravond van de bombardementen, zeker verdubbeld is. De groep van onafhankelijke economen vraagt om een einde van de bombardementen en waarschuwt het Westen voor een stroom van Servische vluchtelingen die straks gedwongen zal worden een economische toekomst in de rest van Europa te zoeken omdat Joegoslavië zelf geheel vernield zal zijn.

De jongste geschiedenis van de Joegoslavische economie onderscheidt zich op verschillende punten van die van de omliggende landen. Daar werd na bijna een halve eeuw communisme begin jaren negentig de vrije markt omarmd. Het voormalig Joegoslavië had al een zekere vorm van vrije markt, maar werd juist begin jaren negentig economisch teruggeworpen door het uiteenvallen van het land en de daarmee gepaard gaande oorlogen in Kroatië en Bosnië. Het economisch embargo dat de internationale gemeenschap tegen Belgrado afkondigde zette de economische ontwikkeling zo goed als stil. Privatisering van staatsbedrijven bleef uit en hyperinflatie beroofde de bevolking van zijn laatste spaargeld. Waarnemers schatten nog voor de NAVO bombardementen dat het zeker tot 2015 zal duren voor Joegoslavië weer het economisch peil van 1990 zal bereiken.

Het petrochemische bedrijf Petrohemia in Pancevo was tot een maand geleden een van de laatste parels van de Joegoslavische economie. Het bedrijf stond in de belangstelling van buitenlandse investeerders en was door Deloitte en Touche op een waarde van bijna 1 miljard dollar geschat. Buitenlandse investeerders hadden ook hun oog laten vallen op de benzinestationsketen van Jugopetrol en Beopetrol, evenals op het Servische Energie Bedrijf. Al deze ondernemingen zijn inmiddels vernield dan wel ernstig beschadigd. Hetzelfde geldt voor de Joegoslavische autoindustrie. Tot het begin van de jaren negentig was het land een van de twintig landen in de wereld die zelf auto's fabriceren. Sinds het economisch embargo draaiden de Zastava fabrieken nog maar op een laag pitje (10 procent van het productieniveau van 1990). De afgelopen tijd heeft echter zowel Fiat als Peugeot belangstelling getoond voor de Joegoslavische autoindustrie, vooral voor de geschoolde arbeiders in de autofabrieken. Er lagen plannen op tafel om jaarlijks 10.000 auto's te assembleren.

De bombardementen op de Zastava-fabrieken – waar overigens ook militaire producten worden gemaakt – treft niet alleen de bevolking van Kragujevac, de thuishaven van de fabrieken. Ook een groot aantal toeleveringsbedrijven aan de autoindustrie door heel Joegoslavië raakt in problemen.

Regeringsfunctionarissen zeggen te verwachten dat het land na de bombardementen op eigen kracht kan worden opgebouwd. Net als na de Tweede Wereldoorlog, toen enthousiaste vrijwilligers snelwegen en spoorbanen aanlegden. Economen wijzen er echter op dat de fabrieken die nu in puin worden geschoten technologisch zo ontwikkeld zijn dat je die niet zomaar door een groep enthousiastelingen kan laten opbouwen.