Ambonees verdriet

Met haar hoofd verborgen in haar armen zit Titi te huilen aan de keukentafel. Sinds ze een paar maanden geleden als au pair in ons gezin is gekomen, hebben we haar alleen lachend en zingend meegemaakt. Nu komt het verdriet uit haar tenen. Zojuist heeft haar tante uit Assen gebeld met het bericht dat haar neef op Ambon is vermoord. Neergeschoten in zijn voortuin.

Ze had nog zo gebeden dat het geweld in haar vaderland geen verwanten zou treffen. En nu is Robby dood, een volle neef van haar vaders kant. Tweeëntwintig jaar was hij, net als Titi zelf, ze groeiden samen op. Hij laat een jonge vrouw na, een islamitische die christen is geworden. Die is haar leven niet meer zeker en staat voor de schier onmogelijke taak om zonder bron van inkomsten hun peuter groot te brengen.

Een paar dagen voor het bericht had Titi al een onheilspellend voorgevoel gekregen toen ze zwarte bromvliegen had gezien, een teken van rampspoed in de familie, zo wil de Ambonese overlevering. Het telefoontje had haar angstige vermoedens bevestigd.

`Wat is er met Titi', vraagt mijn tienjarige, half-Ambonese dochter als ze thuiskomt uit school. Wanneer ik haar het verhaal vertel, kijkt ze me ontzet aan. Ik zie haar denken. Ambon, dat was toch het verre oord waarvan ze trots kon vertellen dat ze dáár vandaan kwam? `Ik maak ze allemaal dood', roept ze en rent de trap op, `behalve mijn familie.'

Als de tranenvloed gestopt is, schudt Titi schokschouderend het hoofd en staart voor zich uit. Ze kan niets doen. Op Ambon zijn nijpende tekorten, weet ze. De voorraden zijn op – haar vader gaat tweemaal per week de jungle in om eten te zoeken.

Haar broer werkt als administrateur op een islamitische school. Hij durft er niet meer naar toe uit angst vermoord te worden. Maar geen werk betekent geen geld en geen eten. Het huis van haar tante in Ambon-stad, waar ook haar studerende zusje haar intrek had genomen, is tot de grond toe afgebrand.

Het geweld is niet uit de lucht komen vallen, vertelt Titi. Er broeiden al lang spanningen tussen moslims en christenen. In een halfjaar tijd is de hoofdstad van de Molukken een spookstad geworden. De post komt niet aan, het leven is ontwricht. Bellen kan wel. De korte gesprekken brengen de nood dichtbij. De oplossing niet.