Achterberg

Guus Middag besprak Achterbergs gedicht Werkster (Boeken, 26.3.99). Ik geloof dat de dominee, de bakker en de frik, voor wie de werkster werkte, aan haar graf staan wanneer ze is gestorven (`in de/ure des doods'). Haar begraven is het minste en in ieder geval het laatste dat ze voor een mindere in `rang en stand' kunnen doen. Ze kijken, `haar lot ten hoon', nog één keer op haar neer: gerechtigheid dat deze vrouw, na al haar sloven, eerder doodgaat dan zij.