Worsteling met nieuwe principes

Dat de NAVO nog bestaat, is niet vanzelfsprekend. Begin jaren negentig gingen stemmen op de alliantie op te heffen wegens gebrek aan een vijand. Het gevaar dat sommigen zagen, was dat de organisatie driftig op zoek zou gaan naar nieuwe missies. ,,Dat was niet nodig, de missies kwamen vanzelf'', zegt een Europese NAVO-ambassadeur. Eerst was er Bosnië, waar in 1995 twee weken luchtaanvallen werden uitgevoerd tegen de Bosnische Serviërs. Later dat jaar werd een door de NAVO geleide troepenmacht actief in Bosnië, die eerst IFOR heette en nu SFOR, en die nog altijd ruim 30.000 man telt. Nu is er dan de missie in Kosovo, die van de NAVO geen oorlog mag heten.

De verschuiving van de oude, op een massale aanval uit het Oosten gerichte, naar de nieuwe NAVO als `crisisbestrijder' ging gepaard met een indringend debat over de vraag hoe ver operaties buiten het eigen grondgebied moeten gaan.

Aan de ene kant stonden de Verenigde Staten, met de opvatting dat je dit niet te nauw moet definiëren. Aan de andere kant stonden landen als Frankrijk en Duitsland, die vreesden dat de Amerikanen de alliantie wilden omvormen tot een mondiale politie-agent. Dat was echter niet de bedoeling: ,,De enigen die spreken over wereldwijde taken voor de NAVO zijn de Europeanen'', zei in december vorig jaar een Amerikaanse diplomaat.

In het nieuwe strategische concept van het bondgenootschap wordt de actieradius van de NAVO beperkt tot het euro-atlantisch gebied. Het soort bedreigingen waarop de alliantie zich moet voorbereiden, is op aandrang van de Verenigde Staten verder uitgebreid, met terrorisme en massavernietigingswapens. Op de top in Washington zal worden besloten tot oprichting van een speciaal centrum voor bestrijding van massavernietigingswapens.

,,De NAVO noemt geen landen meer als tegenstander, maar ze duidt nu functionele dreigingen aan'', constateert een diplomaat.