`Vandaag is een mooie dag om te sterven'

De twee jongens die een bloedbad aanrichtten op een school in de VS gingen gebukt onder de hoon van hun medeleerlingen. Ze waren gefascineerd door wapens, computerspelletjes en nazi-symboliek en hadden een hekel aan homo's en minderheden.

Ze spraken soms wat woorden gebroken Duits met elkaar en bewonderden de nazi's. Ze hielden van racistische rock, van wapens en van oorlogsspelletjes. Ze waren intelligent. En verbitterd over hun klasgenoten. Langzaam begint Amerika zich een beeld te vormen van de twee tieners die dinsdag een bloedbad aanrichtten in hun school in Littleton, een voorstad van Denver.

Bij de schietpartij vielen vijftien doden, onder wie de twee daders. Na hun massamoord sloegen ze de hand aan zichzelf. Het lijkt erop dat de twee hun actie, die ongeveer een uur duurde, zorgvuldig hadden voorbereid. In en om de school trof de politie dertig zelfgemaakte bommen aan. Bovendien hadden de schutters twee geweren, een machinegeweer en een pistool bij zich.

De twee jongemannen, Eric Harris (18) en Dylan Klebold (17), schoten er volgens ooggetuigen lachend op los. Ze hoorden bij een groepje scholieren en ex-scholieren dat bekend stond als `de regenjassenmafia', wegens de zwarte regenjassen die ze vaak droegen. De acht tot tien leden van de groep onderscheidden zich niet alleen door hun sombere kleding, zonnebrillen, baretten en soms make-up, maar ook door hun racisme en nazi-sympathieën. Ze werden bespot en met de nek aangekeken door de meeste andere leerlingen.

Er zijn geen bewijzen dat de hele groep iets met de schietpartij te maken had. Maar toch ondervraagt de politie de andere leden, in de hoop dat zij enig licht op de zaak kunnen werpen. Een vrouwelijk lid van de groep zei gisteren op de televisie dat de twee daders een goed hart hadden. Toch verbaasde de actie van Harris en Klebold haar niet. Het zou een uitvloeisel zijn van hun verbittering over de hoon van hun medeleerlingen, en van hun fascinatie voor gewelddadige computerspelletjes en het spel paintball, waarbij je tegenstanders met verf moet beschieten.

De ouders van Harris gaven gisteren een verklaring uit over ,,deze zinloze tragedie''. Ze betuigden hun medeleven met de nabestaanden van de slachtoffers. Toen het drama dinsdag nog in volle gang was, blijkt de vader van Klebold de politie voorgesteld te hebben om met zijn zoon te onderhandelen, maar de autoriteiten verwierpen dat aanbod.

Eén van de dodelijke slachtoffers was een leraar, de overige twaalf waren leerlingen – acht jongens en vier meisjes. Volgens ooggetuigen hadden Harris en Klebold het speciaal gemunt op etnische minderheden en scholieren die goed in sport waren. ,,Atleten opstaan'', zouden ze hebben geroepen. ,,We gaan jullie allemaal vermoorden.'' Een van de slachtoffers was zwart, en zou zijn doodgeschoten onder het uitroepen van een racistisch scheldwoord. Ook zouden de daders hebben geroepen: ,,Ik wil vandaag sterven. Vandaag is voor iedereen een mooie dag om te sterven.''

Harris en Klebold zijn allebei eerder in aanraking geweest met de politie, maar niet in verband met geweld. Na een auto-inbraak doorliepen ze, aanvankelijk met goed gevolg, een programma dat hen weer op het goede pad moest brengen. Nu blijkt dat ze hard hebben gewerkt om, met behulp van legaal verkrijgbare materialen, verschillende soorten bommen te maken. De instructies daarvoor publiceerde Harris op zijn eigen website op het Internet. Ook blijkt dat ze al eerder verschillende leerlingen met de dood hebben bedreigd.

De staf van de Columbine High School, waar het bloedbad zich afspeelde, had net vorige week een seminar gevolgd om te leren hoe men in een dergelijke crisis moet optreden. Toen de schietpartij begon was er een gewapende agent in de school aanwezig, die vergeefs probeerde de daders uit te schakelen.

Het bloedbad heeft het debat over de regulering van het vuurwapenbezit in het hele land aangewakkerd. Leden van de volksvertegenwoordiging van de staat Colorado hebben een voorstel ingetrokken dat het makkelijker moest maken om een wapen te dragen. Maar de gouverneur van Minnesota, de oud-worstelaar Jesse Ventura, betoogde dat het drama sneller beheerst had kunnen worden als er meer gewapende volwassenen in de buurt waren geweest.