Van der Ploeg: meer geld voor schouwburgen

Staatssecretaris Rick van der Ploeg van Cultuur wil in het volgende Kunstenplan (2001-2004) de programmeringsbudgetten van theaters en schouwburgen fors verhogen.

Theaterprogrammeurs weten wat het publiek wil en zij moeten in staat gesteld worden met gerichte marketing en publiciteit jongeren en allochtonen naar het theater te lokken, aldus Van der Ploeg. Als zij de toneelgezelschappen meer kunnen kunnen betalen voor hun producties wordt het voor gezelschappen bovendien aantrekkelijker om te reizen. De programmeringsbudgetten zouden `niet met een paar ton, maar met ettelijke miljoenen' verhoogd moeten worden. Van der Ploeg zei dit gisteravond tijdens de viering van het veertigjarig bestaan van de Vereniging van Nederlandse Toneelgezelschappen.

Zijn toespraak was een reactie op het pamflet dat een commissie van toneelmakers onder leiding van oud-voorzitter van de Partij van de Arbeid, Felix Rottenberg, in november vorig jaar publiceerde. Ter bestrijding van de door de commissie waargenomen verstarring en stuurloosheid van het huidige toneelbestel stelden de opstellers van het pamflet de vorming voor van twee grote toneelensembles: een groot, Amsterdams repertoiregezelschap en een reisgezelschap. Van der Ploeg ziet `in de oplossingsrichtingen van het pamflet weinig brood' en acht deze strijdig met de `diversiteit van de Nederlandse theatertraditie'. Wel wil hij subsidies verbinden aan de persoon van de artistieke leider: als die vertrekt, moet het ook `afgelopen' zijn met het gezelschap. Deze `discontinuïteit' maakt de weg vrij `voor nieuwe intitiatieven en nieuw talent' en voor `jonge en allochtone makers' die Van der Ploeg `hoog in mijn vaandel' heeft staan. ,,De diversiteit van het aanbod en de manier waarop deze doelgroepen zullen worden benaderd zullen voor mij een toetsteen zijn bij de beoordeling van de plannen in het kader van de cultuurnota'', aldus de staatssecretaris.

Van belang is volgens Van der Ploeg ook `dat gezelschappen een sterke relatie hebben met hun eigen regio'. Voorts zouden `alleen zeer geslaagde producties waarnaar ook vraag is' op reis moeten gaan en moeten succesvolle stukken langer worden uitgespeeld. ,,Het publiek hoeft niet elke oefening te zien.''