Twee hoera's voor de NAVO

De NAVO viert morgen haar vijftigste verjaardag. Er valt inderdaad heel wat te vieren. Het bondgenootschap is opgericht om vrede en veiligheid in Europa te scheppen. Daarin is de NAVO grandioos geslaagd. Er is immers de afgelopen vijftig jaar in Europa geen oorlog gevoerd en de dreiging uit het Oosten is afgewend. Sterker nog, drie landen uit het voormalige Oostblok zijn onlangs tot de NAVO toegetreden en vele andere zouden dat voorbeeld graag willen volgen. Bovendien bewijst de NAVO sinds enkele weken waartoe zij militair in staat is.

Toch is de stemming niet echt feestelijk. Niet iedereen is gelukkig met het NAVO-optreden in de Balkan. De veiligheid van het Westen is daar niet in het geding en het is zeer de vraag of het de taak van de NAVO is een soeverein land aan te vallen, omdat de politiek van de regering van dat land ten opzichte van een deel van de bevolking van dat land de regeringen van de NAVO-landen niet bevalt. Uit het feit dat de NAVO dat toch heeft gedaan, valt op te maken dat zij een nieuwe taak voor zichzelf ziet weggelegd.

Volgens sommigen was dat ook dringend nodig, omdat de NAVO met het einde van de Koude Oorlog haar bestaansrecht zou hebben verloren. Dat is bijvoorbeeld naar voren gebracht door Arie Elshout in een artikel in de Volkskrant van 6 februari jl. Elshouts stellingname is duidelijk en krachtig: ,,Een bondgenootschap dat zijn vijand kwijtraakt, heeft geen bestaansrecht meer en gaat ten onder. Het is niet de vraag of dit zal gebeuren, maar wanneer.'' Die laatste zin is vreemd, want zoals al snel blijkt, is dat voor Elshout helemaal geen vraag. Hij schrijft namelijk even verderop over ,,de ijzeren wet dat voor bondgenootschappen de doodsklok luidt op het moment (mijn cursivering, W.) dat zij zegevieren over hun tegenstander.'' Aangezien volgens Elshout die overwinning op de tegenstander al bijna tien jaar geleden is behaald, heeft volgens zijn `ijzeren wet' die doodsklok dus allang geluid. Dat blijkt ook wel uit zijn conclusie dat de NAVO ,,wordt als die oude man in een verhaal van Pirandello, die in ledigheid zijn dagen slijt, verlaten door het leven en vergeten door de dood.''

Die slotwoorden troffen mij, omdat ik precies vijf jaar eerder, op 3 februari 1994, op deze plaats een column heb gepubliceerd met als titel `De NAVO volgens Pirandello'. Die column begon met de constatering dat de situatie waarin de NAVO na de val van de Sovjet-Unie is komen te verkeren, kan worden omschreven als: `Zestien bondgenoten op zoek naar een vijand'. Op het eerste gezicht lijkt er dus een grote overeenstemming te bestaan tussen onze beide bijdragen, niet alleen in de thematiek, maar zelfs in de beeldspraak. Dat is echter niet het geval, want mijn conclusie was en is een heel andere dan die van Elshout.

Om te beginnen geloof ik niet zo in `ijzeren wetten' van de geschiedenis, ook niet met betrekking tot allianties. Wij kennen uit de geschiedenis inderdaad vele bondgenootschappen met een tijdelijk karakter, zoals de Attisch-Delische Bond en de Peloponnesische Bond uit de Griekse Oudheid, de coalities tegen de Habsburgers, Lodewijk XIV en Napoleon in de Nieuwe Tijd en de Triple Entente en Triple Alliantie in deze eeuw. Van de Eerste Wereldoorlog herinneren wij ons de coalitie van de Geallieerden die vocht tegen de Centralen. Na de Eerste Wereldoorlog meenden velen dat die coalitie niet meer nodig was, omdat Duitsland immers verslagen was. Dat bleek een vergissing en zo ontstond de Tweede Wereldoorlog (ik vat het nu even simpel samen). De coalitie van de Geallieerden uit die tweede oorlog viel al snel uiteen door de Koude Oorlog en zo ontstond de

NAVO. Ook de NAVO is een bondgenootschap, maar het is een alliantie sui generis, waarvan in de geschiedenis geen ander voorbeeld is te vinden: een standing organization onder leiding van een supermacht en met een duidelijke tegenstander.

De discussie spitst zich thans vooral toe op de vraag of de NAVO nog toekomst heeft, nu dat laatste element, de aanwezigheid van een duidelijke tegenstander, is weggevallen. De veronderstelling die hieraan ten grondslag ligt, is dat Rusland de Koude Oorlog heeft verloren. Dat staat inderdaad wel vast, maar minder duidelijk is wat hiervan de consequenties zijn. Waarom willen landen als Polen, Hongarije en vele andere zich zo graag aansluiten bij de NAVO als zij van Rusland, een verslagen land immers, niets te duchten hebben? Kennelijk zien zij dat anders. Waarom aarzelt de NAVO de grens van haar invloedssfeer te verleggen – iets wat een overwinnaar toch altijd doet – als het van Rusland, een verslagen vijand immers, niets te vrezen heeft? Het antwoord is duidelijk. Te denken dat met de val van de Sovjet-Unie een veilige wereld is ontstaan, is een illusie. Sterker nog, een zwak maar instabiel Rusland is misschien een groter gevaar voor Europa dan een machtig, maar stabiel en rationeel handelend Rusland.

De situatie is derhalve onzeker en aan die onzekerheid zal pas definitief een eind komen als Rusland zelf tot de NAVO toetreedt. Dat is in theorie mogelijk, maar ik geloof niet dat het op korte termijn zal gebeuren. Maar laten wij, `for the sake of argument', even aannemen dat dit wel zal gebeuren, zal dan inderdaad de `ijzeren wet' van de ontbinding van allianties in werking treden en de NAVO dus verdwijnen? Bij een gewoon bondgenootschap zou dat inderdaad voor de hand liggen, maar, zoals gezegd, de NAVO is geen gewoon bondgenootschap. Ze is iets nieuws, net zoals de Europese Unie iets nieuws is. De Europese Unie is iets anders dan een federatie, een confederatie of een volkenbond. De NAVO is iets anders dan een doorsnee-alliantie. De geschiedenis kan ons uiteraard niet leren wat er gebeurt met dingen die nooit eerder hebben bestaan.

Wat de toekomst van de NAVO zal zijn is dus, zoals bij alles wat nieuw is, onzeker, maar de uitspraak dat ze zichzelf nu al overleefd heeft, lijkt mij bepaald onjuist. De NAVO heeft immers altijd meer doelstellingen gekend dan alleen de bestrijding van het Russische gevaar. De oude wijsheid is dat het doel van de NAVO is: `To keep the Russians out, the Americans in and the Germans under'. Hoe belangrijk die twee andere doelen ook zijn geweest, blijkt wel uit het recente boek van Geir Lundestad, `Empire' by integration (hier besproken door Ronald Havenaar op 2 april 1999).

Zelfs als het eerste van de drie NAVO-doelen zou zijn gerealiseerd, dan blijven er dus nog minstens twee over. Ook de aanhangers van de Elshout-doctrine zouden zich daarom morgen moeten kunnen vinden in de leuze: `Twee hoera's voor de NAVO'.