Tijdgebrek is de nieuwe armoede

Loom tikt een klok naar de 6 uur 16. De Intercity van Sittard naar Den Haag staat op vertrekken. Gapend, starend, hun spieren strekkend, storten late passagiers zich tussen sluitende deuren. Om binnen puffend neer te ploffen en hun ogen vrijwel onmiddellijk te sluiten. Net heeft de trein het station van Sittard de rug toegekeerd of hij is al een rusthuis op wielen. Moeheid maakt geen onderscheid tussen de 1e en 2e klasse. Overal wordt gesnurkt en geschurkt en amechtig gehijgd.

Loop door het gangpad, en zie ze liggen, zie ze hangen: de slaven die hun slaap hebben verkwanseld voor het slijk der aarde. Hoor ze zuchten, hoor ze kreunen. Waarom slaan de fronsen zulke diepe kraters tussen hun ogen? Waarom vertrekken hun monden zich gepijnigd? Dat kan onmogelijk van geluk en levenslust zijn.

Zes op de tien Nederlandse vrouwen, vijf op de tien Nederlandse mannen, stappen 's ochtens niet uitgerust uit bed, blijkt uit onderzoek van beddenfabrikant Auping. Dat ligt niet aan slechte matrassen. Dat komt omdat ze niet lang genoeg slapen. De afgelopen eeuw heeft de Nederlander drastisch beknibbeld op zijn nachtrust. De slaaptijd is van 10 tot 7 uur verminderd. Toch zeggen de meeste Nederlanders dat ze zich overdag het lekkerst voelen als ze tussen de 8 en 9 uur slaap hebben genoten. Maar een kleine minderheid permitteert zich die luxe. Alleen al de laatste twintig jaar is de nachtrust teruggebracht met gemiddeld 36 minuten. Als belangrijkste redenen worden genoemd: werk, studie, stress en kinderen.

En als die nijvere landgenoten dan eindelijk rusten, liggen ze toch vaak nog wakker. Dat geldt voor 47 procent van de vrouwen, voor 37 procent van de mannen. De meeste van die nachtbrakers kunnen het malen niet laten. Spanning wijzen ze als de grootste boosdoener aan.

,,Man muss doch seine kurze Zeit benützen. Der Mensch ist kein Tier'', schreef Brecht al. ,,Men moet zijn korte tijd benutten. De mens is geen dier.'' Dieren zijn wel wijzer. Dieren verloochenen hun eerste levensbehoeften niet door zich van de nachtrust te beroven. Luiheid wordt in de natuur nog altijd als een deugd gezien.

Het is al over half acht als de 1e klas-coupé activiteiten van enige betekenis begint te ontplooien. Breda komt in zicht. Tassen en diplomatenkoffers worden geopend om boterhammen en nota's te spuwen. Een jonge vrouw hamert hysterisch op haar schootcomputer. Twee oudere heren bladeren de krant door die ze in de trein hebben gekocht.

Van zes uur 's ochtends tot negen uur 's avonds is hij doordeweeks van huis, vertelt de man die in Den Haag op één van de ministeries werkt. Zijn kinderen van 5, 6 en 8 ziet hij op die vijf dagen niet. Dinsdagavond squasht hij met een oude vriend maar daar moet hij zich echt toe zetten. Voor andere hobbies heeft hij geen tijd en geen puf.

Dat klinkt misschien armoedig. Maar hij voelt zich juist rijk. Met zijn goede baan, en het vrijstaande eigen huis in de omgeving waar hij is geboren. Hij vertelt dat hij zijn welstand net zo belangrijk vindt als zijn wortels. Hij beseft dat hij daarvoor ook een prijs betaalt. In deeltijd werken? Dan zou hij ook minder verdienen. Voor zijn carrière zou dat niet gunstig zijn.

Een andere man die in Rotterdam zijn brood verdient bij de ING-bank, valt zijn reisgenoot bij. Zijn werkgever ziet hem al aankomen met een verzoek om een dag per week minder te werken. Dat zou misschien nog net niet worden uitgelegd als verraad maar wel als gebrek aan betrokkenheid. Hij klaagt dat zijn dagen zowel zakelijk als privé tot op de laatste minuut zijn ingevuld. Soms heeft hij het idee dat hij bezig is met een marathon waaraan geen einde komt. De enige momenten dat hij zich vrij voelt, zijn in de intercity tussen Sittard en Rotterdam.

Tijdgebrek is de nieuwe armoede aan het eind van de eeuw, verklaarde alweer enkele maanden geleden dr.ir. E. Schuurman, bijzonder hoogleraar filosofie van de techniek. We zijn zo druk bezig met tijd winnen, waarschuwde de hoogleraar, dat er geen tijd meer overblijft. Zeven decennia voor hem schreef de Franse dichter Paul Valéry al: ,,We hebben onze vrije tijd ingeleverd. Hiermee bedoel ik niet de chronologische tijd (onze vrije dagen) maar de innerlijke rust, het vrij zijn van alles, de geestelijke afstand die we nodig hebben om de meest delicate elementen in ons leven ruimte bieden.''

Zelfs de slaap offeren we op in de jacht naar geld en status. Naar het meer dat steeds minder bevrediging schenkt. Hoe kunnen we nog meer actieve uren in de dag proppen? Door op de nachtrust te besparen. Meer leven levert dat niet op.

Dat is een waarheid als een kathedraal maar wie maalt daarom. Het vermogen van Nederlandse huishoudens groeit sneller dan het aantal WAO-ers en het aantal hartpatiënten. Het aantal tweeverdieners is de laatste jaren spectaculair gestegen. Bij driekwart van de stellen met kinderen stroomden in 1997 twee salarissen binnen. Bij paren zonder kinderen gold dat zelfs voor 96 procent. Maar hoeveel tijd hebben die mensen nog voor zichzelf en voor elkaar?

Een op de drie mannen wil graag in deeltijd werken. Dit blijkt uit een onderzoek in grote bedrijven waarvan de resultaten deze week zijn gepubliceerd. Maar groter dan dit verlangen is bij de meesten angst voor repercussies. Weinigen hebben er trek in om op een zijspoor te worden gerangeerd.

De mogelijkheid van deeltijd werken zoals dat in zestig procent van de CAO's is vastgelegd, en zelfs een wettelijk recht dat nog dit jaar door de Tweede Kamer kan worden bekrachtigd, stellen niks voor zolang werknemers zich door vrees laten leiden. Ze hebben tenminste zoveel reden om bezorgd te zijn over hun nachtrust en hun levenskwaliteit.

Tragisch zijn de slaven die hun eigen slavendrijvers zijn. Zij kiezen voor knechtschap uit angst voor de vrijheid. En nooit hebben ze rust.