Telecom Italia: valse starts

Na veel aarzelingen en een aantal valse starts is Telecom Italia in het najaar van 1997 geprivatiseerd, maar de onderneming worstelt nog met de bedrijfscultuur van een monopolist en heeft ruim een jaar lang geleden onder slecht management.

De sterke punten van het bedrijf zijn de internationale positie, vooral in Latijns Amerika; de volgens beursanalisten betrekkelijk lage schuldenlast van ongeveer 18 miljard gulden; de efficiënte en winstgevende dochter voor draadloze telefonie, Tim; en het nieuwe elan onder de eind vorig jaar aangetreden en zeer capabel genoemde bestuursvoorzitter Franco Bernabè.

De 25 miljoen klanten voor de vaste telefonie en de 16 miljoen klanten met zaktelefoons zijn de belangrijkste kracht van Telecom Italia. Het bedrijf boekte ongeveer acht procent winst op een omzet van 48 miljard gulden (cijfers van 1997). Hiermee is Telecom Italia het elfde telecommunicatiebedrijf ter wereld.

Analisten zijn het erover eens dat er fors gesneden zal moeten worden in het werknemersbestand. Er werken nu 124.000 mensen bij Telecom Italia, waarvan tweederde in de vaste telefonie. Ook is het de vraag of de dochters Finsiel, Sirti en Italtel, die niet direct met telecommunicatie te maken hebben, niet beter verkocht kunnen worden, al dan niet na sanering. Bij de privatisering is er een kerngroep van aandeelhouders gevormd, met samen zes procent. Daarin zaten een aantal banken en Ifil van de familie Agnelli. Het ministerie van Schatkist heeft een golden share van 3,4 procent. De rest is op de markt.