Spaanse premier ontkent corruptie

De Spaanse premier José María Aznar heeft zich gisteren voor de eerste maal publiekelijk verdedigd tegen aantijgingen van corruptie. De premier ontkende krachtig tegenover het Spaanse parlement dat hij persoonlijk giften van bouwondernemers heeft aangenomen ter financiering van een verkiezingscampagne in de jaren tachtig.

De verklaringen van Aznar komen nadat zijn partij, de conservatieve Partido Popular, de laatste maanden steeds vaker in verband wordt gebracht met smeergeld- en corruptie-affaires. De premier werd vorige week zelf beschuldigd van het aannemen van illegale stortingen in de partijkas gedurende zijn verkiezingscampagne in 1987 voor het presidentschap van de regio Castilla y León.

Volgens getuigenissen, afgelegd in een rechtszaak rond een aantal bouwondernemers uit Zamora, zou Aznar persoonlijk een cheque hebben aangenomen van een miljoen peseta's (toen ongeveer 18.000 gulden) om zijn campagne te financieren.

De premier ontkende gisteren dat hij ooit zelf illegale schenkingen had ontvangen. Volgens de premier is noch hijzelf, noch zijn partij betrokken geweest bij ,,illegale of immorele'' transacties. Ook het voortrekken van ondernemers en ander vriendendiensten werden door Aznar ontkend. De premier zei wel dat hem gevallen van illegale partijfinanciering bekend waren bij de socialistische oppositiepartij PSOE.

Smeergeld-affaires waren mede de oorzaak van het voortijdige vertrek van de vorige regering onder leiding van de socialistische premier Felipe González. Zijn opvolger en oppositieleider José Borrell lag de afgelopen weken eveneens onder vuur wegens verondersteld geknoei met belastinggelden. De kwestie, die dankbaar door de regeringspartij van premier Aznar werd benut voor een tegenaanval op de oppositie, leidde zelfs tot het gerucht dat de socialistische kandidaat zou overwegen af te treden. Dit werd gisteren tegengesproken door de socialisten.