Parijs en de Europese identiteit

Van meet af aan is binnen de NAVO sprake geweest van een Frans-Amerikaanse tegenstelling. Meer dan enig ander land heeft Frankrijk er moeite mee dat de Verenigde Staten de ongekroonde leider zijn van het bondgenootschap. Tijdens de wekelijkse vergaderingen van de ambassadeurs liepen de spanningen vaak hoog op. Hoogtepunt was in 1966 het besluit van de Franse president De Gaulle om zijn land terug te trekken uit de militaire structuur van de NAVO.

De laatste tijd zijn de emoties wat geluwd. Frankrijk hervatte drie jaar geleden zijn deelname aan sommige militaire instellingen, maar volledige herintreding liep vast op onenigheid met Washington over het commando van het NAVO-hoofdkwartier AFSOUTH in Napels. Parijs wil een Europeaan aan het hoofd, de VS houden vast aan een Amerikaan. Omdat het gevecht al snel op het hoogste niveau werd gevoerd, kan geen van beide partijen toegevingen doen zonder groot gezichtsverlies te lijden.

Een verrassend gevolg van de Kosovo-crisis zou kunnen zijn, dat de integratie van Frankrijk een nieuwe impuls krijgt. Met 73 vliegtuigen leveren de Fransen na de Amerikanen de grootste bijdrage aan de luchtvloot van `Force Alliée'. Verdere Franse integratie zou onderdeel kunnen zijn van de echt nieuwe NAVO, die pas na `Kosovo' het licht zal zien.

Intussen zal op de top in Washington de vooral door Fransen geïnitieerde, maar de laatste tijd hartelijk door de Britten ondersteunde, discussie over een Europees defensiebeleid worden bekroond met de zogeheten `Europese Veiligheids en Defensie Identiteit': een Europese pijler in de NAVO. Turkije blijft evenwel zich verzetten tegen concrete invulling hiervan, met als formeel argument dat het ertoe kan leiden dat de Europese Unie de NAVO uitholt. Turkije is nog steeds verbolgen dat het in december 1997 niet werd opgenomen op het lijstje kandidaat-lidstaten van de EU.