Olietekort zet Belgrado onder druk

Het Joegoslavische leger raakt praktisch vleugellam omdat er na de NAVO-bombardementen weinig olie meer over is. Maar afsluiting van sluipaanvoerwegen is lastig omdat er geen internationaal embargo is.

Zo'n 80 procent van de olievoorraden in Servië en Montenegro is nu door NAVO-bommenwerpers getroffen, zegt een woordvoerder van de Atlantische organisatie in Brussel. De twee grote raffinaderijen in Servië waren een van de eerste doelen, evenals de belangrijkste pijpleiding die ze van ruwe olie voorzag, vanuit de Kroatische havenstad Rijeka.

Maar zoals in alle oorlogen ontstaat er een levendige handel om enigszins aan de schaarste het hoofd te bieden. In het geval van Joegoslavië, dat voor tweederde van zijn olieverbruik afhankelijk is van import, gebeurt dat via tankschepen die de Montenegrijnse haven in Bar aandoen, en met kleine tankauto's via sluipwegen vanuit de buurlanden Roemenië en Bulgarije.

Gisteren werd bekend dat oliemaatschappij Texaco twee weken na het begin van de luchtaanvallen nog olie van haar raffinaderij in Wales naar Bar had verscheept. Hetzelfde geldt voor een Griekse rederij, die verschepingen van kleine hoeveelheden benzine en dieselolie naar Montenegro zegt voort te zetten ,,zolang dat legaal is''.

Of die brandstoffen Servië bereiken is onzeker. Er bestaat geen pijplijnverbinding tussen Bar en de Servische republiek, maar er zijn wel wegen en misschien zelfs nog een luchtverbinding, al zou die wel heel kwetsbaar worden voor de NAVO-vliegtuigen. Montenegro wil zich uit lijfsbehoud zo neutraal mogelijk opstellen in dit conflict, maar de vraag is of de overheid van deze deelrepubliek de macht heeft om olietransporten tegen te houden.

Hetzelfde geldt voor Roemenië en Bulgarije, die inmiddels ernstige economische schade van de oorlog ondervinden. Hongarije, sinds kort NAVO-lid, zegt de aanvoer van olie (voornamelijk uit Rusland) te hebben stopgezet. Of er via de Donau nog kleine tankschepen Servië binnenkomen is niet bekend.

Woordvoerder Radko Vlaikov van het Bulgaarse ministerie van Buitenlandse Zaken liet gisteren weten dat zijn land, dat altijd tegen economische sancties jegens Belgrado heeft gevochten, nu een olie-embargo zou steunen als dat snel een einde kan maken aan de oorlog in het buurland. Maar of de smokkel via grenswegen en spoorlijnen onder effectieve controle kan worden gebracht blijft een open vraag. Sinds de economische sancties tegen Joegoslavië eind 1995 als onderdeel van het Dayton-akkoord werden beëindigd, is de toevoer van goederen en grondstoffen naar dat land legaal.

Een nieuw embargo zou eigenlijk niet in de tactiek van de NAVO passen, maar wordt nu strategisch onmisbaar. De Noord-Atlantische alliantie heeft immers tot nu toe volgehouden niet in oorlog te zijn met Servië, maar ziet zich tegelijkertijd genoodzaakt om de lifeline – de olietoevoer - van het Joegoslavische leger af te snijden. De strategen in Brussel en Washington hebben het al moeilijk genoeg met het vernietigen van de laatste oliedepots die overal in het land zijn verborgen. Dat wordt voor de NAVO extra belangrijk nu een grondoorlog uiteindelijk niet meer valt uit te sluiten.

Europa is verdeeld over een embargo. De ambassadeurs van de EU-lidstaten kwamen gisteren in een zeer late actie niet verder dan een voorstel aan hun ministers, die maandag bijeenkomen, dat de EU-landen geen olie meer aan Joegoslavië leveren. Daarmee wordt het probleem van leveringen door derde landen omzeild en daar zullen de Verenigde Staten niet blij mee zijn.

Dit weekeinde worden de mogelijkheden om alle olietransporten stop te zetten besproken op de NAVO-topconferentie in Washington. Een embargo zou moeten steunen op een resolutie van de VN-Veiligheidsraad, maar Rusland zal die tegenhouden. Volgens sommige diplomaten zou een nieuwe exegese van bestaande resoluties uitkomst kunnen bieden voor een controle op transportschepen op de Adriatische Zee. Maar ze erkennen dat zo'n actie de betrekkingen tussen het Westen en Rusland verder zouden beschadigen.

Intussen wordt er dagelijks gemiddeld meer brandstof door de 800 NAVO-vliegtuigen boven Joegoslavië en de aanvliegroutes verbruikt, dan de 55.000 vaten olie die het land vóór de oorlog per dag verbruikte om zijn zwakke economie op gang te houden. Europese raffinaderijen is volgens oliemarktdeskundigen verzocht om meer vliegtuigbrandstof te produceren. Morgen wordt door de NAVO een nieuwe `tender' uitgegeven, waarop oliemaatschappijen kunnen bieden om de oorlogsvoorraad met 200.000 tot 250.000 ton aan te vullen. Moderne raffinaderijen, zoals bijvoorbeeld Shell-Pernis, kunnen snel op de gestegen vraag inspelen door het productieproces te wijzigen.