Militaire kloof met de Amerikanen

De eerste oorlog in de geschiedenis van de NAVO is vooral even slikken voor de drie nieuwkomers in het bondgenootschap: Polen, Tsjechië en Hongarije. De voormalige Warschaupactlanden traden half maart toe en waren twee weken later in een militaire operatie verwikkeld. Op de top zullen ze nog eens plechtig welkom worden geheten.

Helemaal compatible met de oude NAVO-bondgenoten zijn ze nog niet. Maar wellicht gevaarlijker is de grote technologiekloof die bestaat tussen de VS en de Europese NAVO-partners. Volgens een hoge diplomaat is een van de belangrijkste programma's die op de top in Washington wordt gelanceerd, het zogeheten `Defence Capability Initiative'. Daarmee moet helder worden gemaakt welke militaire aanpassingen de NAVO-landen moeten doen om de (nieuwe) doelstellingen van de alliantie ook te kunnen uitvoeren.

Voor een actie als in Kosovo zijn troepen nodig die snel inzetbaar zijn. Juist daaraan heeft de NAVO volgens een hoge militair tekort. Hij rekent voor: de potentiële krijgsmacht van de NAVO is 2 miljoen man. Van hen is minder dan een kwart paraat. Van die 500.000 komt de helft uit de VS, en van de Europese helft weer de helft uit Turkije. ,,Enorme wanverhoudingen.'' Gezien de politieke factoren die de inzet van grondtroepen buiten het eigen grondgebied bemoeilijken, is het volgens de militair nog ruim geschat als men veronderstelt dat de NAVO 200.000 man op de been kan brengen. Daarom zouden de lidstaten moeten nagaan hoeveel operaties ze eigenlijk tegelijkertijd willen kunnen uitvoeren, zeker omdat de laatste jaren fors is bezuinigd op de defensiebudgetten. Ook zou de samenwerking tussen de landen en tussen de krijgsmachtonderdelen moeten worden verbeterd. Zo kan de logistiek een stuk doelmatiger en dus goedkoper: nu neemt ieder zijn eigen munitie, brandstof, keuken en medische zorg mee. Ook op praktisch gebied leert Kosovo hoe het beter kan.