Kern van het nieuwe asielbeleid:

De Vreemdelingenwet blijft gebaseerd op het Verdrag van Genève en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

De mogelijkheid om tegen een afwijzing beroep aan te spannen vervalt.

In plaats van drie statussen komt er één status, die een tijdelijk of een onbepaald karakter kan hebben.

Een afwijzing leidt tot de verplichting Nederland te verlaten, al dan niet onder dwang. Beroep hiertegen aanspannen is niet langer mogelijk.

Iedere asielzoeker wiens aanvraag wordt gehonoreerd krijgt dezelfde tijdelijke vergunning. Daaraan is een voor iedereen gelijk voorzieningenpakket gekoppeld van onder meer studiefinanciering, gezinshereniging, werk en huisvesting.

De regels voor gezinshereniging worden aangescherpt. De inkomenseis (een zelfstandig inkomen) wordt 100 procent van het bijstandsniveau (was 70) en DNA-tests moeten zonodig uitsluitsel geven over eventuele gezinsbanden.

Oorlogsvluchtelingen mogen maximaal anderhalf jaar in Nederland blijven (was een half jaar) als de situatie in hun land daar aanleiding toe geeft. Pas dan volgt een definitief oordeel over hun verblijf. Deze `ontheemden' worden niet toegelaten tot de asielprocedure.