In het bakje `Nederland' zitten twee vluchtelingen

Vertegenwoordigers van de Immigratie- en Naturalisatie Dienst (IND) verblijven in een kamp in Macedonië. Zij zijn op zoek naar vluchtelingen uit Kosovo die naar Nederland willen komen.

Qamile Iusufi kan geen woord meer uitbrengen. Het is bijna half zeven in het vluchtelingenkamp Stenkovec, in Macedonië op zo'n tien kilometer van de grens met Kosovo. De 30-jarige vrouw heeft een paar minuten geleden van de Immigratie- en Naturalisatie Dienst (IND) gehoord dat ze binnenkort met haar twee broers, Enver (26) en Ylber (22) naar Nederland mag. Formeel moet de UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN, nog het groene licht geven, maar dat is in dit geval ,,een formaliteit'', zegt IND'er Martijn Dijkhuizen.

Wanneer Dijkhuizen, zijn collega Peter Frederiksz en hun tolk Lindita Guisa weg zijn, smeekt Qamile om de zaktelefoon. Na een paar mislukte pogingen heeft ze eindelijk contact met haar moeder in Rotterdam. Haar lichtgroene ogen stromen langzaam vol. Na ongeveer tien seconden kan ze eindelijk haar verhaal kwijt. Haar broers zitten naast haar en schudden zachtjes het hoofd. De telefoon gaat van hand tot hand en als laatste krijgt de vrouw in Rotterdam haar broer aan de lijn. Ook hij maakt een goede kans om met zijn nicht en twee neven naar Nederland te gaan. Het beleid van de UNHCR en de Nederlandse regering richt zich in eerste instantie op de gezinshereniging, de zogenoemde eerste lijn. Zijn er dan nog plaatsen over, dan komen ook ooms en tantes in aanmerking.

In het vluchtelingenkamp in Stenkovec bivakkeren ongeveer 27.000 mensen in witte tentjes. Om twee uur, een paar uur voordat de IND-delegatie het kamp bezoekt, laat de Nederlandse OVSE-waarnemer Hans Bochove het bakje met de vluchtelingen zien die Nederland als hun eerste voorkeur hebben opgegeven. Het zijn er twee, ofwel 0,007 procent van de mensen in het kamp.

In de tent van de VN-vluchtelingenorganisatie hangt een lijst waarop de vluchten staan en de bestemming van de vluchtelingen. ,,Pas vanmorgen hebben we Nederland erbij gezet'', zegt een UNCHR-medewerkster.

Tent D69 van de familie Iusufi is moeilijk te vinden. Met een rode viltstift zijn de nummers op de achterkant van de tenten geschreven, maar door de regen lopen de nummers langzaam uit.

Reshat speelt wat met zijn neefjes Çlirim (8 jaar) en Lavdim (5 jaar). Hij weet nog niet dat een

Nederlandse delegatie naar het kamp komt om een lijst samen te stellen van mensen die naar Nederland willen.

Reshat veert op, maar hij lijkt zich tegelijk te realiseren dat hij dan afscheid moet nemen van zijn oom, zijn tante Qamile en zijn neefjes. Zijn oom heeft namelijk als eerste voorkeur Zwitserland opgegeven, omdat zijn vrouw daar een broer heeft wonen. Maar eigenlijk willen de mannen niet weg. ,,Het leven is slecht op het kamp. 's Nachts is het koud en als het regent is het net een varkensstal. Maar als ik de keus zou hebben hier een maand en dan weer terug naar Priština, dan zou ik blijven en niet naar Nederland gaan'', zegt Ylber.

Zijn vader woont sinds 1969 samen met zijn moeder in Rotterdam. Hij is sinds kort afgekeurd en daarvoor plaatste hij isolatiemateriaal. ,,Kinderen moeten opgroeien in hun geboorteland'', zei vader Iusufi gisteravond via de telefoon. ,,En na mijn pensioen gaan mijn vrouw en ik weer terug. Dan leven we weer samen.'' Ylber heeft er geen moeite mee dat hij zijn ouders maar een keer per jaar ziet. ,,Ik heb het altijd naar mijn zin gehad in Priština. Ik heb daar mijn werk, mijn broer en zus, mijn vrienden, mijn familie. Het was goed.''

Totdat hij een paar weken geleden de hoofdstad van Kosovo moest verlaten. ,,Ik ken de verhalen, maar wij hebben relatief weinig geweld gezien.'' In tegenstelling tot de meeste gevluchte etnisch Albanezen heeft hij zijn paspoort nog. De twee IND'ers zijn zichtbaar verbaasd. ,,Dat maakt de hele afwikkeling nog makkelijker'', zegt Peter Frederiksz.

De Nederlandse delegatie landde gistermorgen in Skopje, nadat het kabinet een dag eerder toestemming had gegeven om tweeduizend gevluchte Kosovaren op te nemen.

Na een gesprek met Peeta Law van het UNHCR, die formeel de landen begeleidt, reisde de delegatie op verzoek van de VN-organisatie naar het grootste vluchtelingenkamp. In Stenkovec is de nood het hoogst, aldus de UNHCR. De organisatie verzocht de IND-delegatie met klem om een groot aantal mensen op te nemen op basis van een zogenoemde medische indicatie. Een paar uur na het verzoek vlooien twee meegevlogen artsen de medische dossiers door en stellen zij een lijst samen.

De IND-medewerkers zijn ,,geschrokken'' van de organisatie. ,,Hectisch en niet optimaal gecoördineerd'', zegt delegatieleider Jan Rietveld. ,,De organisaties werken toch wel een beetje langs elkaar heen. De inschrijfformulieren kloppen niet met de bestanden.'' En niet met de tenten. Dat ondervondt het trio Dijkhuizen, Frederiksz en Guisa. Een zoektocht naar twee families moest worden opgegeven, omdat tent en nummer niet klopte. Vragen bij omringende tenten leverden niets op. Niemand kende de bewuste families. In zo'n geval kan een oproep worden opgehangen aan de `muurkrant' in het kamp. Veel vluchtelingen kijken de lijsten na of hun naam er ook bijstaat. Daarnaast worden op deze muurkrant de nieuwe landen vermeld die vluchtelingen opnemen. Gisteren stond er nog geen mededeling van de Nederlandse delegatie, maar als we ,,de plane'' niet vol krijgen, moeten we er ook maar een mededeling ,,tegenaan gooien'', zegt Dijkhuizen.

,,Ik had gehoopt binnen een paar dagen klaar te zijn, maar door de organisatie in de kampen gaat dat wel iets langer duren'', aldus Rietveld. Dat komt ook doordat de Tweede Kamer een opvang van maximaal tweeduizend vluchtelingen te weinig vindt. De Kamer liet dat gisteren in een debat nadrukkelijk weten.

Ook de UNHCR deed een klemmend beroep op Nederland om meer vluchtelingen op te nemen. Hoe meer mensen kunnen worden opgenomen, hoe soepeler de criteria kunnen zijn, aldus de IND, die er stilletjes vanuit gaat dat Nederland meer dan tweeduizend vluchtelingen zal opnemen.

Daarbij zorgt de Nederlandse regering waarschijnlijk zelf voor het vervoer naar Nederland. De International Organisation of Migration kan het werk niet aan. Aan het ministerie van Defensie is het verzoek gedaan of zij voor het transport zorg zou kunnen dragen.

De organisatorische perikelen gaan aan de familie Iusufi voorbij. In de tent neemt Frederiksz de lijst met vragen door en worden polaroidfoto's gemaakt voor het dossier. Ook oom Reshat gaat met zijn vrouw en drie kinderen op de foto. Nederland heeft Zwitserland verdrongen van zijn prioriteitenlijst. In de tent wordt soepel de lijst met vragen en formaliteiten afgewikkeld. Voor de tent komen steeds meer mensen te staan en blijkt Nederland een populair land te worden. ,,Alles beter dan deze kou en ellende'', mompelt een oude man.

Terwijl haar oom bijna klaar is met het beantwoorden van de vragen, staat Qamile plotseling op en schiet, via haar broer die Engels spreekt, Dijkhuizen aan. ,,Ik heb nog een oom, een broer van mijn moeder, in Skopje wonen. Hij is twee weken eerder dan wij uit Priština gevlucht en woont nu met zijn gezin bij familie.''

,,Geregistreerd?'', vraagt de man de IND.

,,Ik denk van niet'', zegt Ylber.

,,Dan kan ik echt niks doen. Hij moet officieel staan ingeschreven als vluchteling'', zegt Dijkhuizen gedecideerd.

Wanneer Qamile haar moeder aan de telefoon heeft, vertelt ze halverwege het gesprek dat de oom in Skopje geen enkele kans maakt om naar Nederland te komen. Haar moeder was niet echt teleurgesteld, vertelt ze later. Qamile: ,,De oorlog is volgens haar snel afgelopen en dan kunnen we allemaal weer naar Priština.''