Idealen

`Wat ik nog zeggen wilde', heette het boek dat ex-politicus Jaap Boersma in 1985 publiceerde. Zou hij er bijna vijftien jaar later nog veel aan toe te voegen hebben, deze roemruchte politicus van ARP-huize, die in twee rechtse kabinetten (Biesheuvel) en één links kabinet (Den Uyl) zat, die zowel voor de vakbeweging als voor het bedrijfsleven (Ogem) werkte, en die ten slotte – uitgespuugd door zijn tegenstanders – als directeur van de Amsterdamse Stadsreiniging eindigde?

Jawel, Boersma had er nog genoeg aan toe te voegen voor een avondvullende discussie over politieke idealen, gisteren in De Rode Hoed in Amsterdam.

Politieke idealen, ja, die kon hij zich nog goed herinneren uit de tijd van het kabinet-Den Uyl. ,,We kwamen op voor de mensen die daaraan behoefte hadden.'' En nu? De sociaal-democraten zijn immers opnieuw aan de macht? ,,Nee, democraten'', verbeterde Boersma. ,,Als je de jarenlange wachtlijsten ziet voor mensen die de steun van de samenleving nodig hebben – dat is ontstellend. Er gebeurt niks aan, en dàt in zo'n rijk land. De zorg voor ouden van dagen beschouw ik als het meest essentiële kenmerk van een beschaving.'' En hij mopperde verder over `socialisten die menen dat de markt het hoogste goed is'.

Twintig jaar geleden kwam Boersma in botsing met de Ogem-top die hij van `graaien, graaien en nog eens graaien' beschuldigde. Hij ziet die mentaliteit nog altijd om zich heen. ,,Het gaat zo eenzijdig goed in dit land. De lonen mogen niet omhoog, maar de dividenden wel. Het zou goed zijn als we een minister-president hadden die nog wist dat hij bij de vakbeweging had gewerkt.''

Het klonk even alsof de dagen van Den Uyl waren weergekeerd. Maar gelukkig wilde Boersma ook de fouten uit die periode erkennen. ,,Wij hebben de eerlijkheid van de mens overschat, en een overtrokken idee gehad van de maakbaarheid van de samenleving.''

Naar het CDA leek hij niet terug te verlangen, de laatste keer had hij zelfs op mevrouw Borst gestemd. ,,Het CDA heeft nog steeds geen goede leider gevonden.'' Van Agt had hij nog een jaartje geleden gesproken. Toen had hij hem aangeraden zijn vete met Aantjes uit te praten, hetgeen inmiddels gebeurd is, al was Boersma verbaasd dat de heren daarvoor de televisie nodig hadden.

Na de pauze raakte Boersma in debat met enkele jonge politici. Toen bleek weer eens hoe smal de marges van de politiek voor idealen zijn. Eén van hen, Laurette Spoelman (Tweede-Kamerlid PvdA) zei: ,,Deze kabinetsperiode leidt tot niets. Nederland is toe aan een ander kabinet. De landelijke politiek geeft te veel macht uit handen op gebieden als onderwijs en openbaar vervoer.'' Ze vond dat de PvdA te weinig openstond voor goede ideeën van andere partijen, en ze gaf toe dat ze soms à contrecoeur het fractiestandpunt ondersteunde. ,,Niet met de fractie meestemmen, dat kun je niet te vaak doen.''

Boersma knikte als een wijs man die het allemaal al eens eerder had gehoord.