Een reus wil alleen zijnin zijn graf

Onlangs schrok de Asser binnenstad weer op door rinkelende ruiten, toen in het Drents Museum de oerknal wat al te authentiek werd nagebootst. Dat is te wijten aan de Geo Explorer, een spektakelstuk van twintig minuten waarin Moeder Aarde de hoofdrol speelt.

De geologische presentatie is drastisch veranderd sinds dominee Craandijk, wiens wandelingen door Nederland nog steeds een genot zijn om te lezen, in 1879 een blik op de collectie van het museum wierp. Die bestond slechts uit `een hoop potjes, steenen, stukjes metaal, die ons niets te zeggen hebben', zoals hij teleurgesteld vaststelde.

In een zaaltje hangt nu een globe die met roodgeverfde mond vertelt over wat haar sinds de oerknal is overkomen. ,,De zon is mijn moeder', klinkt haar krachtige gruisstem. Film- en geluidsbeelden ondersteunen haar verhaal. De oerknal zelf zorgt meteen voor een daverende introductie. Later, als de gigantische meteoriet inslaat die een einde maakt aan het tijdperk van de dinosauriërs, wordt deze geluidsexplosie nog even dunnetjes overgedaan.

,,Ik had een winterjas nodig', zegt Moeder Aarde als ze bij de IJstijd is aangekomen. Dan is dominee Picardt even haar tegenspeler, die uitlegt dat hunebedden door familie van Ellert en Brammert zijn gebouwd. Wie anders dan `barbaarse en wrede reuzen' hadden deze gevaarten kunnen maken? Bekend is de tekening van bebaarde mannen die krans- en dekstenen op hun rug of op een draagbaar aanslepen. Nog in de negentiende eeuw hielden sommige geleerden de vikingen verantwoordelijk voor de bouw van de hunebedden; in Zuid-Zweden wemelde het immers van deze bouwsels.

Craandijk was zeer onder de indruk van `de stille, verheven majesteit dier eenvoudige, kunstelooze grafmonumenten.' Wat hem allerminst beviel was dat men hier en daar een keurig plantsoentje om het hunebed aanlegde. `De reus wil alleen zijn in zijn graf', schrijft hij. Die verwijzing naar zijn collega Picardt is ironisch bedoeld, want voor Craandijk stond het vast dat het hunebed een menselijke creatie was. De studie van Picardt over Drentse `antiquiteiten' (1660) noemt hij een boek vol fabeltjes en gissingen. Waarom heeft deze onderzoeker, achter wiens kerk in Rolde maar liefst twee hunebedden lagen, nooit eens onder de dekstenen gegraven? Hechtte hij waarde aan het volksgeloof dat het onverstandig was om de schop in de woning van doden te steken?

Vakantieman Frits Bom raakte eveneens onder de indruk van de Drentse steenhopen; hij schreef er liefst twee boeken over: een `Hunebeddengids' en `Het mysterie van de hunebedden' (Ankh-Hermes, 1978). Boeiende lectuur, die helaas al lang uit de winkels is verdwenen. Een illustratie toont een magiër die de dekstenen van een hunebed door de lucht laat zweven. Hier is zowel sprake van telekinese (gedachtekracht) als van levitatie (opheffing van de zwaartekracht). Deze technieken zijn de magiër bijgebracht door een buitenaardse beschaving. Bom is de Von Däniken van de Lage Landen. Vermoedelijk dreigde er, zo oppert hij, een catastrofe waartegen de oude Drenten zich probeerden te beschermen.

Volgens Bom zijn hunebedden geen grafkamers, maar schuilkelders. Hij veegt de vloer aan met de theorie van archeologen die menen dat de zware stenen door ossen over boomstammetjes werden versleept. Stenen van enige tienduizenden kilo's kunnen niet door een paar ossen en `drie domkoppen' worden verplaatst.

Maar wie de levitatie-theorie aanvaardt, heeft geen boodschap meer aan de geleerde hocus-pocus van de archeologen.

Jos van Grieken

Bij het artikel Een reus wil alleen zijn in zijn graf (in de krant van 22 april, pagina 30) is een tekening opgenomen waarvan na publicatie is gebleken dat deze gemaakt is door illustrator Jos van Grieken.