Een pijnlijke omarming

De gasbedrijven gaan blinkend van zelfvertrouwen de millenniumwisseling tegemoet. Zij hebben hun zaakjes op orde. Er is maar één mogelijk probleem: geldt dat ook voor anderen waar zij afhankelijk van zijn? Als de elektriciteit uitvalt, wordt het toch nog moeilijk. En als er geen gas geleverd kan worden houdt de elektriciteitsvoorziening op.

De NAM is klaar met het millenniumprobleem. De Gasunie is klaar met het millenniumprobleem. En distributiebedrijf Energie Noord West is bijna klaar met het probleem. Ook op 1 januari 2000 is de levering van gas aan de gemeente Amsterdam dus gegarandeerd.

Neeneenee, zeggen de betrokken bedrijven. De gaslevering is nooit gegarandeerd. Nu niet en dan niet. Wij hebben alleen een inspanningsverplichting. Juridisch gezien is onze millenniumtaak aan te tonen dat wij een voldoende inspanning hebben geleverd om Jaar 2000-problemen te voorkomen. En dat wij adequate noodvoorzieningen hebben getroffen voor het geval onze gaslevering uitvalt door schuld van derden. Dat bewijs leveren we met behulp van audits en door onze afnemers precies te vertellen wat we gedaan hebben.

Over millenniumgevoeligheid heeft de gasketen van de kleine velden in de Noordzee en het reuzenveld in Groningen tot aan het gasfornuis in Amsterdam niet te klagen. De NAM, voornaamste producent van het aardgas dat de Gasunie transporteert en verhandelt, vond tijdens haar Jaar 2000-tests twee ernstige potentiële `show stoppers': twee softwaregebreken die op Oudjaar de productie van gas direct zouden hebben verminderd. De een zat in het centrale regelsysteem van de behandelingsinstallatie voor Noordzeegas in Den Helder, de ander werd gevonden in een offshore installatie. Ze zijn hersteld.

Terugblikkend noemt de NAM het `geen moeilijke, maar wel een omvangrijke klus' om alle systemen na te lopen op datumgevoeligheid. In totaal zijn meer dan 500 softwareprogramma's gecontroleerd. Daarvan zijn er 297 aangepast, de overige zijn vervangen door modernere die al bij installatie millenniumbestendig waren. De hardware (de chips en de netwerken) hoefde in vrijwel geen enkel geval te worden vervangen.

Het millenniumprobleem is een tijdprobleem, doceert de NAM in een miniboekje waarin haar millenniuminspanningen zijn samengevat. En er zijn twee soorten tijd: relatieve tijd, zoals die van de keuken-kookwekker, en absolute tijd zoals die van de gewone klok. De centrale besturingssystemen van de NAM werken met absolute tijd en zaten vòl met Jaar-2000 foutjes. Meestal `van cosmetische aard', maar toch groot genoeg om voor problemen te zorgen. Zonder correcties zou een verstandige operator snel zijn vertrouwen in het besturingssysteem hebben verloren en de installaties veiligheidshalve, maar onverbiddellijk, hebben stilgelegd. De cosmetische foutjes zijn dus weggewerkt.

De primaire regel-, besturings- en veiligheidssystemen van de NAM werken met relatieve tijd, zoals ook 98 procent van de chips met relatieve tijd werken. Relatieve tijd kent geen millennium.

Uit het NAM-miniboekje spreekt weinig twijfel aan eigen kunnen. ,,De NAM is klaar voor 2000 met een zekerheid die niet onderdoet voor de normale alledaagse levering.'' Dat in anderen iets minder vertrouwen bestaat blijkt uit het maandblad NAM Dynamiek (maart). De ondergrondse gasvoorraden bij Grijpskerk en Langelo krijgen speciaal voor de eeuwwisseling een noodstroomvoorziening. Die voorraden zijn opgenomen in het noodplan dat misschien in werking moet treden om de toezegging aan de Gasunie na te komen dat te allen tijde kan worden gerekend op levering van 455 miljoen kubieke meter gas per dag. Dat is wat de unie er doorheen jaagt op een winterdag met zo'n 17 graden vorst en een gure oostenwind.

Bij de Gasunie in Groningen heerst ook veel gemoedsrust, maar in een directe confrontatie met 2000-project manager ing. A. Draijer komen toch snel de bijzondere gevoeligheden van het bedrijf boven water. De Gasunie zit met de elektriciteitsbedrijven in een pijnlijke omarming: een continue gaslevering is sterk afhankelijk van een continue stroomvoorziening, maar omgekeerd kunnen veel elektriciteitsbedrijven alleen stroom leveren als ze gas krijgen. Er zijn dus risico's die buiten de invloed van de Gasunie vallen. Dat heet in het 2000-jargon de ketenafhankelijkheid, en die maakt een uitgebreide `contingency planning' noodzakelijk.

De voornaamste leverancier van het gas voor de Gasunie is de NAM (Shell en Esso), de afnemers zijn de elektriciteitscentrales, de gasdistributiebedrijven en de industrie. Gasunie is een au fond niet al te ingewikkeld, maar wel omvangrijk bedrijf met 8 compressorstations, 9 mengstations (waar stikstof wordt toegevoegd aan aardgas dat anders te calorierijk zou zijn), 75 meet- en regelstations (waar de middelhoge druk wordt teruggebracht tot de lage druk van 40 bar en bovendien geurstof aan het gas wordt toegevoegd ) en 1.100 afleverpunten (`gasontvangststations') waarin een verdere drukreductie plaatsvindt van 40 naar 8 bar en bovendien wordt bijgehouden hoeveel de afnemer verbruikt. De laatste stations werken zonder bemanning; de compressor- en mengstations zijn alleen overdag bemand.

De stations zijn dankzij gecomputeriseerde meet- en regelsystemen grotendeels autonoom. Toezicht op de juiste gang van zaken vindt plaats vanuit een kelder onder het hoofdkantoor in Groningen (de bunker) en van daaruit kan desnoods ook worden ingegrepen. De grote IBM mainframecomputer van de Gasunie functioneert los van de gasstroom in het veld, maar wordt gebruikt voor research en knelpuntenanalyses waarbij simulatie een rol speelt. Verder is hij van belang voor diverse soorten van administratie. Het mainframe is voor de millenniumexercitie geheel gekopieerd, aangepast en in een Jaar 2000-omgeving getest.

Een uitputtende inventarisatie van de 2000-gevoeligheid was al vroeg gereed: in november 1997 kon de Gasunie met de aanpak van de problemen beginnen. De leveranciers van de industriële meet- en regelsystemen (zoals ABB, Baily en Foxboro) werden aangeschreven en verzocht – tegen vergoeding – zelf hun apparatuur 2000-proof te maken. De grotere softwareprogramma's zijn door de eigen automatiseringsdeskundigen in samenwerking met Origin (Philips) nagelopen. Daarna is zoveel mogelijk integraal getest. In februari van dit jaar werd het sein `all clear' gegeven.

Wat niet bewijst dat er geen enkel millenniumgebrek meer is achtergebleven, erkent Draijer. ,,Je weet nu eenmaal niet wat je niet weet.'' Maar de kans dat er uit de hoek van de beruchte embedded systems, de voorgeprogrammeerde chips (zoals EPROMs ) waarvan de programma's soms niet meer zijn te achterhalen, verrassingen komen acht hij niet groot. ,,We hebben veel proeven gedaan met het verschuiven van de tijd zonder dat de geheimzinnige doosjes problemen gaven. In de meeste gevallen is ook niet voorstelbaar dat de programma's op absolute tijd betrokken zijn. Alleen als er een afhankelijkheid is van batterijen of als in een systeem periodiek geschakeld moet worden kun je absolute tijd verwachten.''

Al vorig jaar heeft een tweemans- ploeg van Shell (een van de moederbedrijven) een audit uitgevoerd, volgende maand komt er weer een. De audits zijn in feite een managementscontrole, ze bestaan uit interviews en documentinspectie. De Gasunie lijkt haar zaakjes voor elkaar te hebben.

Maar er is de ketenafhankelijkheid: men is ook nog afhankelijk van de inspanningen bij de NAM, de stroombedrijven en bij de KPN. De compressor- en mengstations zijn voor hun functioneren zo sterk op stroomlevering aangewezen dat ze van oudsher al zijn voorzien van dieselaggregaten. Die worden maandelijks getest en krijgen dit jaar extra beproevingen. De 75 onbemande meet- en regelstations waar het gas wordt `geodoriseerd' hebben geen noodstroomvoorziening. Bij stroomuitval zou daarom reukloos gas worden geleverd. De Gasunie houdt extra mensen achter de hand om de reukstof THT desnoods met de hand toe te dienen.

De meest kritische punten in de gasketen zijn de 1.100 gasontvangstations die meestal op het terrein van de gasontvanger staan. In de stations valt de druk terug van 40 naar 8 bar en daarbij treedt een temperatuurdaling van zo'n 15 graden op.

Om daarvoor te compenseren wordt het gas elektrisch bijverwarmd, maar als de stroom uitvalt heeft de Gasunie er al evenmin een noodaggregaat. Bij vriezend weer kan het gas al met zó lage temperatuur arriveren dat het na de drukval zo koud is dat gasbestanddelen gaan condenseren. En dat de installatie aan de buitenzijde begint aan te vriezen en daardoor slechter bedienbaar wordt. Dat zou ongewenst zijn, geeft Draijer toe. Dus: ,,Daar gaan we nog wat aan doen.''

Een ander punt van zorg betreft de datacommunicatie en de telefoonverbindingen. Voor een belangrijk deel moet de Gasunie een beroep doen op voorzieningen van de KPN, en als die uitvallen (en het vertrouwen is niet al te groot) op het nationale noodnet – dat ook al niet veel zekerheid bieden kan. De Gasunie heeft uitgebreide maatregelen genomen om eventuele moeilijkheden het hoofd te bieden. Tegen de eeuwwisseling zal zoveel mogelijk radiostilte worden betracht. De stations zijn bemand met personeel dat duidelijke schriftelijke instructies heeft voor de bediening.

De ketenafhankelijkheid van distributiebedrijf Energie Noord West (ENW) in Amsterdam is minder groot. ENW beschikt voor alle gegevensverkeer en telefoongesprekken over eigen lijnen, tot ver in Noord-Holland, zegt ing. C.K. Sikkes, hoofd bedrijfsvoering gas en warmte. Voor alle zekerheid is het verouderde mobilofoonnet ook nog in gebruik gehouden, zelfs zijn er inductortelefoons achter de hand. Voor het geval de communicatie toch niet tot stand komt wordt er vooraf afgesproken wie, waar op welk moment moet zijn. ,,Maar'', zegt Sikkes, ,,doet zich bij ons of bij anderen een calamiteit voor, dan moet ik natuurlijk wèl een openbaar net kunnen gebruiken.''

Meer goed nieuws van ENW: de Gasunie hoeft in Amsterdam niets te doen aan de stroomvoorziening van de gasontvangststations, want dat doet ENW zelf. ENW tilt zwaar aan het risico van condensaatvorming en aanvriezen en zal bij zes van haar acht gasontvangststations zelf een noodaggregaat plaatsen. Ook bij het hoofdkantoor, tegenover de Bijlmerbajes, komt een noodaggregaat te staan. ENW was er vroeg genoeg bij: inmiddels zijn voor de millenniumnacht in Nederland geen aggregaten meer te koop of te huur.

ENW is bijna rond met de millenniumcontrole, die vooral gericht was op het automatische besturings- en bewakingssysteem ABS en in nauwe en harmonieuze samenwerking met leverancier Fisher-Rosemount (Rijswijk) is uitgevoerd. In een vroeg stadium is besloten zelf geen software te verbeteren, maar verdachte systemen eenvoudig te vervangen.

Het wordt geen angstige jaarwisseling, verbetert Sikkes de verslaggever, maar een spannende. ,,Blijft de elektriciteitsvoorziening overeind: dat is je grootste zorg. Als die niet langer dan 8 uur wegvalt komt de gaslevering niet in gevaar. Maar àls onze gasleidingen leeglopen dan belanden we in een nachtmerrie. Dan doven in de wijde omtrek de waakvlammen en zijn we een maand bezig voor alle objecten weer zijn aangesloten.''

Dit is het tweede deel van een tweewekelijkse serie over het millenniumprobleem in diverse sectoren van de economie.