Een militaire oplossing voor Kosovo is uitgesloten

Over twee dagen is het een maand geleden dat de NAVO-bombardementen op doelen in Joegoslavië begonnen. Er is daar nu al meer schade aangericht dan als gevolg van de Tweede Wereldoorlog en dat terwijl iedereen weet dat inzake Kosovo alleen een politieke oplossing haalbaar is, vindt Igor Ivanov.

Op 24 april zal de militaire operatie van de NAVO tegen het soevereine Joegoslavië precies een maand oud zijn. Diezelfde dag zal in Washington het 50-jarig jubileum van de NAVO worden gevierd. Hoogstwaarschijnlijk is dit een toevallige samenloop, maar in zekere zin is het symbolisch.

De tragische gebeurtenissen van de afgelopen maand hebben overtuigend de morele en feitelijke juistheid van het Russische standpunt aangetoond. Dit standpunt laat zich in één zin samenvatten: er is geen militaire oplossing mogelijk voor de kwestie-Kosovo; de oplossing kan en moet uitsluitend van politieke aard zijn. Niemand durft dat nog in twijfel te trekken.

Wanneer men het NAVO-jubileum beziet door het prisma van de gebeurtenissen in Joegoslavië, kan worden gezegd dat de NAVO-lidstaten slechts één resultaat hebben bereikt: in één maand tijd hebben ze deze staat in het hart van Europa een schade toegebracht die de schade als gevolg van de gehele Tweede Wereldoorlog overtreft.

Eigenlijk hebben de NAVO-generaals niets bereikt, want ze hebben geen van hun vooraf gestelde doelen verwezenlijkt. In militair opzicht is de operatie een compleet fiasco. Iedereen kan zich daarvan overtuigen door Joegoslavië's militaire potentieel te vergelijken met de gecombineerde militaire macht van de NAVO-landen.

Het vluchtelingenprobleem, dat het gevolg is van de luchtaanvallen, begint de omvang van een humanitaire catastrofe aan te nemen. Dit probleem bestond vóór 24 maart niet. Hiervan is men zich in Macedonië, Albanië en andere omringende landen terdege bewust. De eerste NAVO-bommen hebben inwoners van Kosovo gedwongen het gebied te ontvluchten. Volgens officiële statistieken overschrijdt hun aantal thans de 600.000. De kritieke situatie in de gebieden die aan Joegoslavië grenzen wordt steeds ernstiger. Rusland heeft de NAVO voor de gevolgen gewaarschuwd. Dus dit is ofwel de zoveelste misrekening van het bondgenootschap, ofwel zijn opzettelijke bedoeling.

Over iets minder dan een maand zal de wereld nog een gebeurtenis herdenken – het feit dat 54 jaar geleden een eind kwam aan de Tweede Wereldoorlog. Is het niet droevig dat de geallieerden van toen dezelfde landen vertegenwoordigden die nu in koelen bloede het grondgebied bombarderen van een eertijdse bondgenoot in de vastberaden strijd tegen het nazisme?

Steeds duidelijker blijkt dat de NAVO-strijdkrachten op het Balkan-schiereiland een echte oorlog voeren en dat deze oorlog wordt gevoerd tegen het gehele Joegoslavische volk. Door objectieve commentatoren in de landen van de NAVO is al openlijk erkend dat de militaire actie er niet op is gericht de Albanezen van Kosovo recht op zelfbestuur te garanderen. Het eigenlijke doel is de soevereiniteit van een multi-etnisch Joegoslavië te breken.

Ons wordt voorgehouden dat dit geschiedt om een humanitaire ramp te voorkomen. Maar hoe is het mogelijk op grond van humanitaire overwegingen mensen te vermoorden en hun huizen te verwoesten? En in het algemeen gesproken: kunnen humanisme en barbaarse bombardementen iets met elkaar gemeen hebben?

Sommigen in Brussel vinden dit een kleinigheid. In weerwil van het groeiend verzet tegen de escalatie van de agressie bereiden deze mensen, overmand door militaire hartstochten, nu al een grondinvasie op Joegoslavische bodem voor als vervolg op de luchtaanvallen. Deze zogeheten grondoperatie bestaat in verschillende varianten, die uiteenlopen van een gedeeltelijke bezetting van Kosovo en de vestiging van een militair protectoraat aldaar, tot de bezetting van geheel Joegoslavië, gevolgd door opdeling van het land in een aantal kleine staatjes. Bovendien zouden de NAVO-troepen in de laatstgenoemde variant hun toevlucht moeten nemen tot de tactiek van de `verschroeide aarde', dat wil zeggen het uitmoorden en vernietigen van alles en iedereen om vervolgens op te marcheren als door een woestijn. En deze totale verwoesting van het land is in feite al begonnen.

Het zogeheten Kosovo Bevrijdingsleger is in de invasieplannen een bijzondere rol toebedacht. Dit leger wordt thans inderhaast geformeerd in enkele buurlanden. Steeds vaker wordt geld, ook uit NAVO-landen, gebruikt om nieuwe soldaten te ronselen – onder vluchtelingen in opvangkampen en onder de Albanese diaspora. Volksvertegenwoordigingen wordt gevraagd voor dit doel nieuwe gelden te voteren – natuurlijk onder het mom van vluchtelingenhulp. Ook zijn instructeurs en huurlingen uit enkele landen in het nabije en Midden-Oosten uitgenodigd. Het plan is de herbewapende en opnieuw getrainde Albanese gangsters te gebruiken als stoottroepen om de thans door het Joegoslavische leger ingenomen posities `op te ruimen'.

Een uitweg uit deze voor iedereen kritieke situatie kan alleen gevonden worden door te streven naar een vreedzame oplossing. Dit is de kern van alle initiatieven die recent ter tafel zijn gekomen. Een aantal maatregelen zou nu genomen moeten worden om aldus te komen tot een vreedzame regeling.

Onmiddellijke stopzetting van alle gewapende acties, en van het gebruik van geweld en represailles.

Terugtrekking uit Kosovo van alle overtollige militairen en politietroepen moet gepaard gaan met de terugtrekking van de militaire aanvalseenheden van de NAVO die zijn gestationeerd in de Macedonische en Albanese grensgebieden met Joegoslavië.

Een veilige terugkeer van alle vluchtelingen en ontheemden, ongeacht tot welke nationale of religieuze groepering zij behoren.

Onbelemmerde toegang voor internationale humanitaire organisaties zodat zij hun functie kunnen vervullen.

Hervatting van de onderhandelingen tussen Belgrado en de leiders van de Kosovo-Albanezen om te komen tot een politiek akkoord waarbij Kosovo een status van verregaande autonomie moet krijgen, gekoppeld aan volledige erkenning van de soevereiniteit en territoriale integriteit van Joegoslavië.

Internationale hulp voor de wederopbouw van de Joegoslavische economie.

Op dit moment is een hoogst belangrijke rol weggelegd voor de Verenigde Naties. Uiteraard zal een constructieve opstelling van Belgrado bijdragen tot het vinden van een oplossing binnen het kader van de Verenigde Naties. Rusland blijft openstaan voor alle ideeën en initiatieven die spoedige beëindiging van de militaire NAVO-operatie en hervatting van de politieke onderhandelingen inzake Kosovo beogen. Tegelijkertijd moet Rusland een actieve rol moet blijven spelen – zowel als aangever van ideeën en als mogelijke bemiddelaar in het proces dat tot een regeling moet leiden.

Igor Ivanov is minister van Buitenlandse Zaken van Rusland.

© RIA Novosti