Debat

De plaatselijke krant bericht over een gemeenteraadsvergadering in het naburige Waakirchen. Eind april wordt daar de bevrijding herdacht van de handvol overlevenden van de zogenoemde dodenmarsen uit het concentratiekamp Dachau. Er worden ook een paar voormalige KZ-gevangenen verwacht. Het verzoek om hun verblijfskosten te betalen wees de gemeente echter krachtig van de hand. ,,We hebben al ruimhartig gemeentegrond ter beschikking gesteld voor een gedenkteken'', zei burgemeester Peter Finger, ,,en bovendien moeten we voor deze herdenking nu ook nog extra bloemperken aanplanten.''

Die houding is tekenend voor de omgang met al te pijnlijke herinneringen. Dachau ligt hier letterlijk naast de deur, het is het Schiedam van München, en het concentratiekamp is een gewoon stuk industrieterrein. Het stadje beschouwt de resten van het kamp echter voornamelijk als een public-relationsprobleem. In de jaren vijftig zijn ettelijke pogingen ondernomen om alles te slopen, en de eerste tijdelijke tentoonstelling werd zelfs door de politie verwijderd. Nu staan er bij de uitgang grote borden die wijzen op de werkelijke geneugten van Dachau: een mooie kerk, een oud kasteel, prettige restaurants.

Andere geluiden zijn er ook. ,,Ik ben waarschijnlijk de enige van jullie die de dodenmarsen en de uitgemergelde KZ-gevangenen nog echt gezien heeft'', zei het Waakircher raadslid Michael Mair van de SPD. En Sepp Gast van de CSU werd zelfs emotioneel: zijn eigen vader had in Dachau gezeten. Die twee hebben nu aangekondigd dat ze een deel van de kosten uit eigen zak gaan betalen. Als enigen.