De Muur zit nog in de hoofden en in de harten

De Rijksdag is deze week heropend; de parlementariërs zijn terug in Berlijn, in het historische huis van de `Duitse democratie'. In het gebouw dat in brand werd gestoken en plat werd gebombardeerd, werd herbouwd en ingepakt, en nu opnieuw is gerestaureerd.

Met de inwijding van de Rijksdag is de Berlijnse Republiek geboren. Maar de kloof tussen Besserwessis en Jammerossis is nog lang niet gedicht.

IN GEEN EUROPESE STAD is de gebroken geschiedenis van het oude continent zo zichtbaar als in Berlijn. En geen gebouw in Berlijn is zo verbonden met die geschiedenis als de Rijksdag.

De pompeuze glans van het keizerrijk, de vergeefse rebellie van de parlementariërs tegen de Eerste Wereldoorlog, de waardigheid van de eerste democratie die na de machtsovername door Hitler en een brand ten onder ging. Met de Rijksdag zijn de toppen en dalen van de Duitse geschiedenis nauw verbonden.

Deze week heeft het gebouw, na 66 jaar, zijn bewoners teruggekregen. Met de inwijding van de Rijksdag hebben de parlementariërs het historische huis van de `Duitse democratie' weer in bezit genomen. Het was even wennen, maar de zee van licht die door de imposante glazen koepel scheen, hielp ook de twijfelaars over de drempel.

Op de trappen van de Rijksdag gaven twee prelaten hun zegen. Parlementsvoorzitter Wolfgang Thierse sprak roerende woorden. ,,Berlijn moet het voorbeeld worden van de hereniging in de hoofden en harten van Duitsers en Europeanen.'' Voor de Berlijners is een ,,politieke droom'' werkelijkheid geworden, zei burgemeester Eberhard Diepgen. Bondskanselier Gerhard Schröder wees de weg en stapte in het spoor van zijn voorganger Helmut Kohl: Vorwärts in die Mitte Europas. ,,We keren niet terug naar Berlijn om ons tot Duitse Sonderwege te laten verleiden'', zei Schröder. Berlijn staat voor het ,,zelfbewustzijn van een volwassen natie'', schreef hij eerder in zijn regeringsverklaring. ,,Voor verdieping en uitbreiding van de Europese integratie, voor de rechten van de mens en democratie'', verklaarde Schröder in de Rijksdag.

De Berlijnse Republiek is geboren. Bijna tien jaar na de val van de Muur is het proces van de hereniging tussen Oost- en West-Duitsland voltooid. Met de inwijding van de Rijksdag is de verhuizing van regering en parlement van Bonn naar Berlijn werkelijkheid geworden. De eerste verhuisdozen van het ministerie van Economische Zaken zijn al in Berlijn aangekomen. Nog twee maanden vergaderen de parlementariërs in Bonn; daarna zeggen zij de groene heuvels aan de Rijn definitief vaarwel. De federale republiek van Konrad Adenauer – die vond dat voorbij de Elbe de `Aziatische steppe' begon – wordt dan vanuit de historische hoofdstad bestuurd.

De terugkeer van de politici naar Berlijn is de kroon op het werk van de honderdduizenden Oost-Duitsers, die in de maanden en weken voor de val van de Muur op 9 november 1989 de straat opgingen (Wir sind das Volk, Wir sind ein Volk) en met hun vreedzame revolutie het communisme ten grave droegen. ,,Die nacht begon voor mij de Berlijnse Republiek'', bekent Antje Vollmer, de groene vice-voorzitster van het parlement.

Maar de euforie over de hereniging van de twee Duitslanden was na enkele jaren verdwenen. De `bloeiende landschappen' die oud-bondskanselier Helmut Kohl de Oost-Duitsers had beloofd, laten een generatie langer op zich wachten dan de paar jaren die hij in het vooruitzicht had gesteld. Bijna eenvierde van de bevolking in de vroegere DDR uit haar frustratie met een stem op een radicale partij, de oud-communisten van Gregor Gysi's PDS of extreem-rechts.

De West-Duitsers brengen de hereniging graag terug tot een financiële rekensom. Tot nu toe heeft de opbouw van het oosten een slordige duizend miljard mark gekost en van de `soli', de solidariteitstoeslag geheven over de inkomstenbelasting, zijn zowel West- als Oost-Duitsers nog lang niet af.

De balans van de eenwording valt volgens Schröder ,,overwegend positief'' uit en hij prees de economische prestaties van de Oost-Duitsers. De West-Duitsers kunnen heel wat leren van de `heilzame schok', die de hereniging qua flexibiliteit, mobiliteit en modernisering in het sociaal-economische leven met zich mee heeft gebracht. Een overgrote meerderheid van de Duitsers staat achter de hereniging, blijkt uit opiniepeilingen; slechts een op de tien Oost-Duitsers wil de DDR terug.

Maar de wonden van de Koude Oorlog blijven voelbaar. Tijdens het debat in de Rijksdag, waar een tussenbalans van de hereniging werd opgemaakt, waren politici openhartig over de Mauer in den Köpfen und in den Herzen tussen Oost- en West-Duitsers.

Toen Bondsdagvoorzitter Thierse het bij de voorbereiding van de Rijksdagopening waagde vraagtekens te plaatsen bij het optreden van de beroemde Schöneberger Sängerknaben (,,Ze zijn mij te West-Berlijns''), reageerden de Wessies lichtgeraakt. De Rotbart uit het oosten wilde West-Berlijn buitensluiten van het feest voor de eenwording, heette het.

De Oost-Duitse presidentskandidate Dagmar Schipanski (CDU), die Roman Herzog graag in mei wil opvolgen, merkte onlangs bezorgd op dat velen in het oosten en in het westen het hebben opgegeven met elkaar te praten.

,,Na veertig jaar staatkundige scheiding is er vervreemding ontstaan'', zegt Heinrich August Winkler, hoogleraar nieuwe geschiedenis bij de Humboldt-Universiteit in Berlijn. Zelfs minister-presidenten van de deelstaten geven dit openlijk toe en dat verontrust Winkler nog het meest. Zo heeft Wolfgang Clement, premier van Noordrijnland-Westfalen, verklaard dat hij de regionale identiteit belangrijker vindt dan de nationale identiteit. Als Clement ook nog zegt dat de verhuizing naar Berlijn hem aanspoort zich meer op de buurlanden te oriënteren, geeft hij het in feite op aan de hereniging te werken, vindt Winkler.

,,Als zulke uitspraken worden gedaan, moet niemand zich erover verbazen dat ook in bredere lagen in het westen ressentimenten tegen het oosten ontstaan. Niet alleen heerst er Ostalgie in het oosten van Duitsland, maar ook in het westelijke deel wordt betreurd dat sinds de hereniging veel dingen ongemakkelijker zijn geworden, materieel en immaterieel.''

In negen jaar van Duitse hereniging waarin Oost- en West-Duitsers elkaar beter hebben leren kennen, zijn politieke en mentale gevolgen van de deling en de dictatuur aan het licht gekomen, die de kloof nog hebben versterkt. Oost- en West-Duitsers zijn helemaal niet meer nieuwsgierig naar elkaar, constateert Peter Brasch, een schrijver uit de Oost-Berlijnse kunstenaarswijk Prenzlauer Berg. Wolfgang Schäuble, CDU/CSU-oppositieleider, zei dat het lijkt alsof er in West-Duitsland alleen maar Besserwessis en in het oosten slechts Jammerossis wonen; Wessies die alles beter weten en Ossies die klagen over wat ze zijn kwijtgeraakt.

Schäuble, die ten tijde van de eenwording minister van Binnenlandse Zaken was, kent beide delen van het land goed. Hij merkt dat de vervreemding blijkt uit essentieel andere uitgangspunten, of het nu gaat om de sociale markteconomie, de politieke organisatie van de Bondsrepubliek, de uitbreiding van de Europese Unie met Oost-Europa of om de NAVO-acties in Kosovo.

,,Het overwinnen van de deling is niet slechts een kwestie van opvoedkundige inspanningen, maar heeft ook te maken met een succesvolle arbeidsmarktpolitiek'', meent Winkler. ,,Sinds de regeringswisseling is op dit gebied weinig vooruitgang geboekt.'' Er zal volgens hem veel geduld nodig zijn om over de mentale gevolgen van veertig jaar dictatuur heen te komen. ,,Zonder verbetering van de economische situatie houden Oost-Duitsers ook in de toekomst sterke voorbehouden tegenover de democratie.'' Het zijn vooral de jongeren die met volle teugen van de hereniging genieten, mits zij ervaren dat ze in het verenigde Duitsland kansen krijgen. Een gefrustreerde jeugd kan leiden tot extremisme, haat en vijandelijkheden tegen buitenlanders, zei Schröder. ,,Dat hebben we vaak genoeg bitter moeten ervaren.''

Zodra de regering eenmaal in Berlijn zit, zal ze meer met de neus op de werkelijkheid worden gedrukt, verwacht Winkler. ,,Bonn was de plezierige hoofdstad, Berlijn is de ongemakkelijke hoofdstad. In Bonn kan men makkelijk vergeten dat Duitsland ondanks de staatkundige hereniging nog altijd een verdeeld land is, verdeeld in twee politieke culturen en in twee historische culturen. In Berlijn zullen de politici dit veel scherper zien.''

De Oost-Duitse zakenvrouw Heike Claus heeft intussen in Chemnitz (Saksen) een Oost-West-Club opgericht. Zij merkt dagelijks dat Oost- en West-Duitsers nog altijd langs elkaar heen praten. Met discussies en voordrachten wil ze vooroordelen verminderen en begrip bevorderen. Kanselier Schröder spreekt van een `gemeenschappelijke Duitse identiteit' die zich moet ontwikkelen. Claus heeft het over een `wij-gevoel' tussen Ossies en Wessies, dat ze met haar club hoopt te bereiken. ,,Praten en praten'', is het enige dat helpt, meent Claus. Buiten de club dreigt er iets `heel gevaarlijks': het misverstand.