De glazen metafoor is weer van stal gehaald

De nieuwe koepel is de belangrijkste verandering aan het Rijksdaggebouw. Transparantie als teken van een nieuw begin in een gebouw dat nooit geliefd was.

VRAAG EEN HEDENDAAGS architect om een parlementsgebouw en de kans is groot dat hij met iets van glas komt. In het laatste Bondsdaggebouw in Bonn, ontworpen door de Duitse architect Günther Behnisch, speelde glas bijvoorbeeld een hoofdrol. Glas is helder en transparant en daarom was dit materiaal voor Behnisch de architectonische metafoor voor democratie: in de Bondsdag moest het volk zijn vertegenwoordigers op de vingers kunnen kijken.

Dat deze glazen metafoor banaal en zelfs onzinnig is, bewijst het `Casa del Fascio' van Giuseppe Terragni, het in 1935 gebouwde hoofdkwartier van de fascistische partij in Como. Het fascisme was `een huis van glas', vond de overtuigde fascist Terragni, en dus moest de partij worden gehuisvest in een doorzichtig gebouw, zodat het volk het doen en laten van de fascistische elite gemakkelijk kon controleren.

Toch heeft de Britse architect Sir Norman Foster (1935) de glazen democratie-metafoor weer van stal gehaald voor de verbouwing van de Rijksdag in Berlijn. De nieuwe eivormige koepel, van buiten de duidelijkste verandering aan het uit 1894 daterende Rijksdaggebouw, is geheel van staal en glas. ,,De nieuwe koepel betekent transparantie'', staat in de folder van de Bundesbaugesellschaft over de nieuwe Rijksdag. Het is een `teken van het nieuwe begin van het parlement' van het herenigde Duitsland en daarom opzettelijk géén reconstructie van de oorspronkelijke koepel naar het ontwerp van Paul Wallot (1841-1912), die de vorm van een kruisgewelf had.

Nu moet ter verdediging van Fosters koepel worden vermeld dat glas een belangrijke rol in vrijwel al zijn ontwerpen speelt. Zo heeft Fosters spectaculaire nieuwe vliegveld van Hongkong, dat vorig jaar werd geopend, vrijwel uitsluitend glazen façades gekregen. Ook een ander beroemd gebouw van hem in dezelfde stad, de Shanghai-Hongkong Bank uit 1987, is rijkelijk voorzien van glas. Bovendien was het niet Fosters eigen idee om de Rijksdag weer een koepel te geven. Nadat hij in 1993 met een koepelloos ontwerp de prijsvraag voor de verbouwing van de Rijksdag had gewonnen, besloot de Ältestenrat van de Bondsdag in 1995 dat het nieuwe parlementsgebouw toch weer een koepel moest krijgen.

Foster was net als de Spanjaard Santiago Calatrava en de Nederlander Pi de Bruijn (1942) een van de drie winnaars van de prijsvraag voor de verbouwing van de Rijksdag.

In historisch opzicht is het natuurlijk eeuwig zonde dat De Bruijn de hoofdprijs niet heeft gewonnen: dan was de Rijksdag eerst door een Nederlander in de as gelegd en vervolgens 66 jaar later door een Nederlander geschikt gemaakt om opnieuw te fungeren als onderkomen van het Duitse parlement. De Bruijn, die de uitbreiding van de Tweede Kamer in Den Haag voor zijn rekening nam, was een van de veertien architecten die waren uitgenodigd voor de prijsvraag. Zij stond verder open voor alle architecten.

,,Al voor de uitschrijving van de prijsvraag hadden internationale historici op een colloquium vastgesteld dat de oude Rijksdag op een of andere manier bij de nieuwe huisvesting van de Bondsdag moest worden betrokken'', vertelt De Bruijn in het Amsterdamse grachtenpand van de ArchitektenCie, waarvan hij deel uitmaakt. ,,Het Rijksdaggebouw is een echte draak. Maar hoewel het gebouw pompeus en onmodern is, is het nooit besmet geraakt. Juist doordat Van der Lubbe het gebouw in 1933 in brand stak, heeft het alleen als een democratisch gebouw gefunctioneerd.''

Een draak – dit is niet alleen De Bruijns oordeel over het zware, neobarokke gebouw van Paul Wallot. De Rijksdag is altijd een weinig geliefd gebouw geweest. Zelfs keizer Wilhelm II, toch niet wars van een zekere opgeblazenheid, vond het gebouw `het toppunt van smakeloosheid' en een `zwetskraam'.

Een van de weinigen die het gebouw wél waardeerden, was de amateurarchitect en liefhebber van klassieke bouwkunst Adolf Hitler. Toen zijn hofarchitect Albert Speer hem in 1937 voorstelde de uitgebrande Rijksdag af te breken, in het kader van de grootscheepse verbouwing van Berlijn tot Reichshauptstadt Germania, verwierp Hitler dit onmiddellijk. ,,Het gebouw beviel hem'', schreef Speer later in zijn Erinnerungen. `We kunnen het als leeszaal of verblijfsruimte voor de afgevaardigden gebruiken', zei Hitler.''

Uiteindelijk werd het Rijksdaggebouw geen leeszaal, maar diende het na een rudimentaire restauratie als onderkomen voor een tentoonstelling tegen de Komintern, de Derde Communistische Internationale. Na 1939, toen nazi-Duitsland een pact had gesloten met de communistische Sovjet-Unie, werd deze expositie uit het gebouw verwijderd en werd het gebouw door de Luftwaffe in gebruik genomen als podium voor luchtafweergeschut.

Na de Tweede Wereldoorlog ontstond er een jarenlange discussie in West-Duitsland en West-Berlijn over de toekomst van de Rijksdag. Vooral architecten pleitten voor de afbraak van het `onmoderne' gebouw, maar uiteindelijk besloot de Bondsdag in 1957 een prijsvraag uit te schrijven voor een ontwerp voor het herstel van de Rijksdag als parlementsgebouw. Pas vijf jaar later werd het ontwerp van Paul Baumgarten uitverkoren voor de herbouw van een Rijksdag zonder koepel. In 1973 was de herbouw voltooid, maar als vergaderzaal voor de West-Duitse Bondsdag werd het gebouw onder druk van de Sovjet-Unie en de DDR nooit gebruikt. Tot het besluit over een nieuwe verbouwing van de Rijksdag voor het herenigde Duitsland in 1991 viel, bood de Rijksdag onderdak aan de permanente grote historische tentoonstelling `Fragen an die deutsche Geschichte'.

Foster heeft veel van de ingrepen van Baumgarten ongedaan gemaakt. Achter de muren die Baumgarten had laten bouwen, kwam een deel van de oorspronkelijke zuilen, trappen en muren van de Rijksdag te voorschijn. Voor zover mogelijk heeft Foster deze onverwachte ontdekkingen alsnog in zijn ontwerp opgenomen, soms compleet met de graffiti van Sovjet-soldaten. Zo sieren nu teksten in cyrillisch schrift als `wij waren hier op de dag van de overwinning' de muren van het Duitse parlementsgebouw.

Van Baumgartens grote vierkante parlementszaal van 1.375 vierkante meter in het hart van de Rijksdag heeft Foster een zaal van 1.200 vierkante meter gemaakt, waarin de afgevaardigden als in een Grieks theater een plaats hebben gekregen. Verder bevat het gebouw ruimten voor de voorzitter van het parlement en diens medewerkers, de Ältestenrat, pers en publiek.

Maar het spectaculairste onderdeel van de nieuwe Rijksdag is en blijft toch de koepel. Langs de glazen binnenzijde hiervan heeft Foster twee spiraalvormige hellingbanen gelegd, die toegang geven tot een uitzichtsplatform bovenop een trechtervormige conus. Deze kolossale trechter is geheel bedekt met spiegels, die zorgen voor een indirecte belichting van de onderliggende vergaderzaal.

Het nieuwe Rijksdagsgebouw kan lang niet aan de behoefte voor ruimte van de Bondsdag voldoen: veel meer dan een vergaderzaal met wat extra ruimten is het eigenlijk niet. ,,De Rijksdag is een relatief klein gebouw met veel lucht en gangen'', zegt De Bruijn. ,,Het gebouw bevat slechts 30.000 vierkante meter vloeroppervlak, terwijl het parlement er in totaal 200.000 nodig heeft. Ik had het oude Rijksdaggebouw daarom onderdeel gemaakt van een groot stedenbouwkundig ensemble op een podium dat een verbinding legde met de omgeving. Ik vind het nog steeds jammer dat de nieuwe Rijksdag nu eigenlijk niet veel meer is dan een grondige verbouwing. Het monster staat er nog steeds walgelijk en geïsoleerd bij.''