Zo is het genoeg

Dat Wolters Kluwer vorige week de media de toegang weigerde bij zijn jaarlijkse aandeelhoudersvergadering is onopgemerkt gebleven. Jammer. Want over enkele jaren zal duidelijk worden hoe veelbetekenend dit feit was voor de schokkende gebeurtenissen van de komende tijd. Terugblik uit een benarde toekomst

Goedemorgen. Ik open de 36-ste zittingsdag van de enqûetecommissie `Wolters Kluwer oproer', gericht op waarheidsvinding en lessen voor de toekomst. Ik vraag de getuige zijn naam te noemen.

Cornelis Johannes Brakel. Ik was tot 1 september 1999 voorzitter van de raad van bestuur van Wolters Kluwer, een uitgever die toentertijd in Amsterdam was gevestigd.

Uit de verhoren tot nu toe is onder meer gebleken dat de maand april 1999 een waterscheiding was voor de keten van gebeurtenissen die wij hier onderzoeken. Graag horen wij ook van u, als hoofdrolspeler, wat uw versie is.

U doelt op het weigeren van de media op de aandeelhoudersvergadering van Wolters Kluwer op 15 april 1999? Voordat ik daar de draad oppak wil ik, met uw goedvinden, iets van een context schetsen. De jaren negentig waren voor ons, als managers van de grote multinationals, een periode waarin wij boven onszelf uitstegen van daadkracht. Onze verbeelding was aan de macht. Grote overnames. Explosieve koerswinsten op de beurzen, waardoor wij met onze opties stuk voor stuk miljonair werden. Wij voelden ons het middelpunt van de samenleving. De vakbeweging at uit onze hand. Poldermodel heette dat. Totdat het fout begon te gaan.

Opeens was er een waakhond voor de mededinging, hier en in Brussel. Je had een groot beursfraudeschandaal, met arrestaties en verdachtmakingen tegen ondernemers. De aandeelhouders werden steeds bemoeizuchtiger, de VEB, de Vereniging van Effectenbezitters voorop. De media vonden dat allemaal prachtig. Wij voelden ons steeds meer in het nauw gedreven. Eerst de affaire die ons aller vriend Huibregtsen de kop kostte, toen de ontvoering van mevrouw Boonstra, daarna de beschuldigingen van een tv-programma aan het adres van de Koninklijke KPN over smeergeldbetalingen. Niet één keer, maar twee keer.

Als klap op de vuurpijl wilde de VEB op onze stoelen gaan zitten. Zij wilden de mislukte fusie van Pakhoed en Van Ommeren alsnog laten slagen. Toen heb ik tegen Hennie de Ruiter, mijn president-commissaris, die ook bij Pakhoed voorzitter was, gezegd: zo is het genoeg. Hoe zit het nu eigenlijk: zijn wij er voor de aandeelhouders of zijn zij er voor ons? Wij moeten tegenkrachten mobiliseren.

Jaap Peters, die ook bij Pakhoed commissaris was, en bij ons het stemrecht op de aandelen beheerde, was het direct met mij eens. Zo had je het toch niet bedoeld met dat rapport over meer zeggenschap voor aandeelhouders, heb ik hem gezegd. Ik voelde dat de VEB zichzelf overschreeuwd had toen Het Financieele Dagblad en NRC Handelsblad op dezelfde dag afstand namen van de nieuwe VEB-lijn. Ik wist het. Het front is gebroken. Nu toeslaan.

Als test besloten wij de media op onze aandeelhoudersvergadering te weren. Direct succes. Een paar zure stukjes, maar geen Kamervragen, geen hoofdredactionele commentaren.

Wij hebben het direct als nieuwe norm ingevoerd. Vervolgens hebben wij al onze betrouwbare medewerkers lid gemaakt van de VEB en na een bijzondere ledenvergadering daar de macht overgenomen. Optreden tegen de media lag moeilijker. Persvrijheid ligt kennelijk nogal gevoelig. Daardoor bleven de tegenkrachten aandacht krijgen, ook al omdat oud-VEB mensen ondergronds gingen. Wij moesten drastischer actie ondernemen: een vijandig bod op het Koninkrijk der Nederlanden.

U bedoelt een staatsgreep?

Dat hoort u mij niet zeggen. Dat is zo'n beladen woord. U moet het zo zien: iedereen bood op iedereen in die tijd. Wij van de BV Nederland kochten toen in het eerste kwartaal van 1999 voor 30 miljard gulden bedrijven in Amerika. Het openbare leven in Frankrijk was verlamd door een menage à trois van de grote banken. De Duitse en Italiaanse telefoonbedrijven wilden fuseren om een vijandig bod van een gesjeesde computerfabrikant af te weren. Wij waren zelf uitgereorganiseerd in onze bedrijven en wij zochten ook een nieuwe uitdaging. De naam Van Oranje is een A-merk, maar dat werd verkwanseld op trips aan plaatsen als China, waar wij nauwelijks orders kregen.

Dat was de inleiding tot Coup Royal?

Ja, dat was de codenaam, daar werkten wij mee om uitlekken te voorkomen. Wij belden altijd mobiel, om niet afgeluisterd te worden, al moet dat later toch zijn misgegaan.

Daar komt de commissie straks nog op terug. Coup Royal was een succes?

Het stuitte in eerste instantie op weerstand. Kok was niet boos, maar wel verdrietig. Toen hebben wij het over een andere boeg gegooid, een fusie op basis van gelijkwaardigheid, waarin Hare Majesteit president-commissaris werd van de nieuwe BV Nederland, Kok lid van de raad van bestuur met de divisie economie als taak en ik bestuursvoorzitter, een parttime baan. Ik had toch weinig omhanden na mijn pensionering bij Wolters Kluwer.

Wij krompen Den Haag in tot drie divisies: economie, binnenlands bestuur en buitenland. Kok won direct de bonden voor ons, door het CPB en het CBS aan KPMG te verkopen, zodat de ontslagen bij het CBS van de baan waren. Met de opbrengst van de verkoop van Defensie en Landbouw aan Duitsland financierden wij een reorganisatie bij Onderwijs, dat, zoals u weet, compleet werd geprivatiseerd.

En toen kwam Big Mac?

Ja, het succes moet ons naar het hoofd zijn gestegen. Ik was nog bezig met de BV Nederland, toen mijn collega's zeiden: waarom nu niet Amerika. Om niet op te vallen, overlegden wij op plekken met veel publiek, zoals McDonalds, zo kwamen wij dit keer aan de codenaam. Wij leenden in het geheim al het geld dat wij konden krijgen bij banken, met heel Nederland als onderpand voor de aflossingen, van het bedrijfsleven tot en met de Victory Boogie Woogie. Op 1 januari 2000 zouden wij in actie komen, dan is de beurs van Wall Street namelijk open, zo zeiden onze adviseurs, terwijl de hele wereld nog een kater heeft of stilstaat door de millennium-chaos.

Ruim een week voor de lancering van het vijandige bod begon het fout te gaan. De dag voor kerst verloor de euro een paar centen in koers. Dat baarde geen zorgen, in die dagen is nooit veel handel en dan schieten de koersen soms alle kanten op. De dag na kerst was er na een uur handel al een dubbeltje van de euro af, met de lunch een kwartje en toen ik van kantoor ging was de koers gehalveerd.

Het Europese telefoonverkeer was ook totaal ontregeld. Duisenberg, de president van de Europese Centrale Bank, verhoogde de rente naar 1000 procent om de euro te redden. De dag daarop leek de euro te herstellen, maar 's middags kwam een nieuwe koersval op gang. De rente ging verder omhoog. De Fransen kondigden de mobilisatie af. Mirages cirkelden boven het ECB-gebouw. De regering-Schröder trad af. De nieuwe bondskanselier, Lafontaine, stapte uit het EMS en voerde de mark opnieuw in.

De volgende ochtend arriveerde de eerste taxi bij het hoofdkantoor van Wolters Kluwer aan de Overtoom in Amsterdam, waar ik toen een kamertje had. Uit de taxi kwamen Amerikaanse advocaten, die ons gebouw in beslag kwamen nemen omdat wij de leningen niet meer konden terugbetalen. Wij hadden voor de Big Mac-operatie zoveel mogelijk geld van Amerikaanse banken geleend. Al snel stond de Overtoom vol advocaten. Het werd vervelend toen zij er achter kwamen dat wij alle banken dezelfde eigendommen hadden toegezegd voor de terugbetaling van leningen. Da's een ouwe truc: je hebt een hoofdkantoor, maar dat gebruik je als onderpand voor leningen bij vijf verschillende banken, zonder dat zij dat van elkaar weten.

Toen zij er achter kwamen gingen zij eerst met elkaar op de Overtoom op de vuist, daarna bestormden zij ons hoofdkantoor. Ik belde de burgemeester en die zei: in 1934 had je hier het Jordaanoproer van werklozen, in 1966 het bouwvakkersoproer bij De Telegraaf en nu zijn het advocaten – zo schrijdt de beschaving voort. Ik kon er niet om lachen. Amsterdamse humor, zei hij.

Het vervolg is bekend. Lange rijen voor de banken, lege winkels. Hare Majesteit moest aftreden. Een driemanschap onder leiding van Pierre Vinken werd als stadhouder geïnstalleerd.

Uw grote concurrent?

Een fantastische collega, maar wel RG.

RG?

Republikeins Genootschap. Duisenberg en Prins Willem kregen een duobaan als brugwachter in Friesland. Op de effectenbeurs gingen de aandelen van de mooiste Nederlandse bedrijven weg tegen de oudpapierprijs. Het was nationale uitverkoop. Op nieuwjaarsdag zorgden de Amerikanen voor voedseldroppings. Zij zijn spijkerhard in zaken, die yanks, maar zij hebben het hart op de juiste plaats.

Weet u waarom operatie Big Mac mislukte?

Ja, iemand moet de Amerikanen getipt hebben, las ik later in de Wall Street Journal. De Amerikanen hebben ons toen in een pre-emptivestrike gedestabiliseerd. Zij hebben al hun beleggingen op de markt gegooid. Het schijnt dat miljoenen Amerikanen dagenlang uren eerder opstonden en massaal Europese telefoonnummers belden en het systeem platlegden.

Uit geheime Amerikaanse stukken die de commissie in bezit heeft gekregen, maken wij op dat u weet wie de informant was. Hij hoopte op die manier een plaatsje te krijgen in de board of directors van Amerika. Wie is hij? Ik hoef u er niet aan te herinneren dat u onder ede staat.

U moet mij geloven, als ik zeg dat ik de media niet had geweerd op onze aandeelhoudersvergadering als ik had geweten welke gebeurtenissen zouden volgen.

U geeft geen antwoord op de vraag. Ik zal het anders formuleren. Uit de stukken blijkt dat u de informant was.

Ik denk dat ik even mijn advocaat wil raadplegen.