Vervolg op Babe zit tjokvol ideeën

Een varken stopt een goudvis in zijn bek, trippelt naar het raam en spuugt hem de gracht in. Dankjewel big, zegt de vis. Het is een van die scènes uit Babe in de grote stad waarbij je verbaasd over je eigen ontroering lachen moet; een van de vele, want er is ook nog een hond met een achterlijf op wieltjes die na een auto-ongeluk een bijna-doodervaring heeft en zich in de hondenhemel tussen de bloemen en bijen rond ziet dartelen; er is een pitbull die zegt dat wat de big zegt, wet is, er is een eend die van een pelikaan een lift krijgt achter een vliegtuig aan en er is een orang-oetan die door de politie op de foto wordt gezet en zich schaamt dat hij geen kleren aan heeft en ik schaamde me met hem. Nooit vergeet je bij het kijken naar Babe in de grote stad dat je naar dieren en op dieren lijkende poppen zit te kijken die met mensenstemmen praten en in een door mensen bedacht verhaal zielig, wreed of dapper zijn. Het besef van deze absurditeit maakt de film volledig anders, op een bepaalde manier minder serieus, dan zijn voorganger, Babe, waarin een extra intelligente big een wedstrijd voor schapenhonden won. Regisseur George Miller, die al bij de eerste Babefilm betrokken was als producent, wisselde de fijnzinnige charme van het origineel in voor uitzinniger, maar ook platter vermaak. Tekenend daarvoor is dat in deel twee niet boer Hoggett met zijn melancholieke gezicht en de stoute twinkel in zijn ogen de belangrijkste menselijke hoofdrol speelt, maar zijn vrouw Esmée, die voornamelijk erg dik is. Met haar gaat Babe op zakenreis als de boer na een val in de put niet meer kan werken en een faillissement dreigt. Het varken - in de verder uitstekende nasynchronisatie steevast big genoemd, wat is er toch mis met varkens? - krijgt ook nog eens hulp van mensen met lelijke varkenskoppen, een al te makkelijke kortsluiting van mens en dier. Mensen met varkenskoppen zijn lelijk, varkens met varkenskoppen niet.

Toch siert het Miller dat hij de zonnige magie van Babe niet opnieuw heeft willen oproepen. Hij heeft haar vervangen door hilariteit in een veel duisterder wereld. Een van de wonderen van de nieuwe Babe-film is de art direction. De grote stad waarin Babe en Esmée terechtkomen is een adembenemende karikatuur van alle grote steden ter wereld, waar zowel de Eiffeltoren als het Hollywoodsign als de opera van Sydney zijn gevestigd. Babe raakt Esmée al snel kwijt en blijft achter in het enige hotel in de griezelige metropool dat dieren toelaat. Als de hoteleigenares en een door Mickey Rooney gespeelde clown eveneens verdwijnen, zijn zij ook de enige bewoners. Op zoek naar eten sluit Babe zich aan bij de chimpansees van de clown, maar zij sturen hem een pitbull op zijn dak. Lang heeft Babe in de stad geen baat bij de goede manieren die hem in zijn eerste film tot een held maakten. Maar als hij de pitbull die hem in een spannende achtervolging achterna zit uiteindelijk van een wisse dood redt, keren de zaken voor ons fijne varken ten goede. Babe wordt de leider van een grote groep zwerfdieren. Als chimpansee Zoetie daarna voor de open haard van een tweeling bevalt, zingt Babe voor hen `If I had words', het lied dat boer Hoggett in de eerste varkensfilm voor hem zong. Babe kent de tekst niet meer, maar alle andere dieren tralala-en mee. Tot de ongediertebestrijding in het hotel binnen valt. Dan begint er weer een avontuur in deze tjokvolle film, waarin naast Babe ook Vrolijk, het hondje op wielen, een heldenrol speelt. En Ferdinand de onnozele eend, en Theodorus de orang-oetan, die zo kijken kan dat het van alles kan betekenen als het maar somber is. In de volgende beestenfilm van Miller hoeft Babe niet eens meer de hoofdrol te spelen, zo rijk is zijn dierenwereld geworden. Verwijzingen naar de eerste film kunnen dan helemaal achterwege blijven. Nu zingt Randy Newman nog `That'll do', een lied gebaseerd op het ingehouden maar welgemeende compliment dat boer Hoggett Babe in de eerste film gaf.

Babe in de grote stad (Babe. Pig in the City). Regie: George Miller. Met: Magda Szubanski, James Cromwell, Mary Stein, Mickey Rooney. Originele versie in 10 theaters. Nederlands nagesynchroniseerde versie. Regie: Maria Lindes. Stemmen van: Jody Pijper, Wim T. Schippers, Ton Lutz, Babette van Veen. In: 65 theaters.