Turkse aanklagers eisen doodstraf tegen Öcalan

De Turkse aanklagers eisen tegen de Turks-Koerdische leider Abdullah Öcalan de doodstraf wegens verraad en moord.

In de zojuist voltooide, 135 pagina's tellende tenlastelegging wordt Öcalan verantwoordelijk gesteld voor alle gewapende acties die aan zijn Koerdische Arbeiderspartij (PKK) zijn toegeschreven sinds de oorlog in het overwegend Koerdische zuidoosten van Turkije in 1984 begon. Dat meldt het semi-officiële persbureau Anadolu.

Ook alle naar schatting 29.000 dodelijke slachtoffers van de oorlog, inclusief zijn eigen strijders, worden Öcalan in de schoenen geschoven. Overigens is de doodstraf in Turkije sinds 1984 niet meer voltrokken.

Het Staatsveiligheidshof in Ankara heeft in 1997 al een proces geopend tegen de PKK-leider op grond van soortgelijke beschuldigingen. Op een zitting op 30 april in het kader van dit oude proces zal het Hof de twee procedures samenvoegen en een datum vaststellen voor het begin van het nieuwe proces.

Italië, waar Öcalan eind vorig jaar twee maanden doorbracht in de hoop op politiek asiel, toonde zich in een reactie op de tenlastelegging bezorgd. De regering drong er in een communiqué eens te meer bij Turkije op aan een eerlijk proces tegen de Koerdenleider te garanderen conform de Europese standaard, en geen doodstraf uit te spreken.

Volgens de einduitslag van de Turkse parlementsverkiezingen van zondag wordt Democratisch Links (DSP) van premier Bülent Ecevit met 136 zetels de grootste in het Turkse parlement. De DSP, die 22 procent van de stemmen kreeg, wordt onmiddellijk gevolgd door de extreem-rechtse Partij van Nationalistische Actie (MHP) met 18,2 procent van de stemmen en 130 zetels. De MHP haalde in 1995 de kiesdrempel van 10 procent niet. Het parlement telt 550 zetels.

In het parlement komen ook de moslimfundamentalistische Partij van de Deugd (110 zetels, een verlies van 48 en de Moederlandpartij (86) en de Partij van het Juiste Pad (85), twee rechtse partijen die eveneens hebben verloren. Er zijn ten slotte drie onafhankelijke kandidaten in het parlement gekozen.

De linkse Republikeinse Volkspartij (CHP, 8,7 procent) haalde de kiesdrempel niet, evenmin als de pro-Koerdische HADEP, die zich met 4,4 procent licht verbeterde ten aanzien van 1995.

De HADEP behaalde in het overwegend Koerdische zuidoosten wel veel succes in de gelijktijdige lokale verkiezingen. De partij veroverde de burgemeesterschappen van onder andere Diyarbakir, Van, Hakkari en Bingol.

Het burgemeesterschap van de hoofdstad Ankara is uiteindelijk in handen gebleven van de Partij van de Deugd, die het net won van de CHP.

De fundamentalisten behielden eveneens Istanbul en Kayseri. Over het algemeen lijken de kiezers in de lokale verkiezingen strikt te hebben gekeken naar de lokale prestaties van de partijen, en landelijk andere maatstaven te hebben aangelegd. (Reuters, AP, AFP)